Stoelendans en ringsteken

Een mooie zomerdag in juli. In de tuinen langs de hoofdweg in het Friese dorp Steggerda hangt kerstversiering. Ballen en slingers in de coniferen en hier en daar tussen de vlijtige liesjes een bordkartonnen kerstman. Het is zes uur 's avonds en doodstil op straat. Steggerda viert feest.

Vorig jaar was het dorpsfeest afgelast wegens de MKZ-crisis. Maar dit jaar hebben de bewoners in de oude kern hun voortuin weer versierd. Het thema van dit jaar was: een dag. De bewoners van de Pepergaweg kozen voor eerste kerstdag.

,,Het is ieder jaar weer een heel gedoe om alles te organiseren'', zegt Natasja Hassingh, sinds vijf jaar lid van de feestcommissie. In oktober komt de feestcommissie altijd voor het eerst bij elkaar. Er is veel om aan te denken: de optocht van versierde wagens, de stoelendans in de feesttent, de playback-avond, het gekostumeerd voetbal, en dit jaar – in geen tijden meer vertoond in Steggerda – het ringsteken.

Langs de brede stoepen en geschoren gazons van de Mulderstraat rijden paard en wagens in draf voorbij. Langs de stoep staan palen met daarop houten handen, tussen de vingers zit een ring. Het is de bedoeling dat de `steker' op de wagen in het voorbijgaan de ring aan een soort houten pistool steekt. Een enkele deelnemer zit op een klassieke uitspanning en draagt een ouderwets rijkostuum, maar de meesten rijden op hun dagelijkse wagens en dragen felgekleurde fleecetruien.

,,Ik had wel wat meer volk verwacht'', zegt Geert Swartjes (65+), die jarenlang voorzitter van de dorpsraad was en in die hoedanigheid ook voorzitter van de feestcommissie. Op de stoep staan zo'n honderdvijftig mannen, vrouwen en kinderen. ,,Allemaal uit de oude kern van Steggerda'', zegt Swartjes. De bedoeling van een dorpsfeest, zegt hij, is een gevoel van saamhorigheid kweken, mensen met elkaar in contact brengen. Maar de laatste jaren is dat eigenlijk niet meer voor elkaar te krijgen. ,,Er is te veel doorstroming. Vooral in de nieuwe straatjes. Daar wonen westerse mensen die gekomen zijn voor de rust. Of ze willen juist het voortouw nemen, omdat ze denken dat ze het beter kunnen. Dat werkt natuurlijk averechts.''

Swartjes had zelf ook zo'n ,,buurvrouwtje''. ,,Ze kwam uit de buurt van Den Haag. Die wilde alles veranderen. `Het is hier zo boerachtig', zei ze. Ik zei: `Vrouwtje, rustig aan, dat komt zo niet goed.' En het kwam niet goed. Binnen de kortste keren hoeven ze je dan niet meer. Want dan is de autochtone bevolking opeens hecht.''

Achter Swartjes op de stoep staan twee mannen met elkaar te praten.

,,Is dat die van Bosman?''

,,Ja, dat is Bosman. Maar wie is die mooie meid naast hem?''

,,Z'n kleindochter, denk ik. Is hij eigenlijk al gedotterd?''

,,Gedotterd?''

,,Ja, hij zou voor de tweede keer gedotterd worden.''

,,O, is dat zo?''

,,Maar ook de lui van Steggerda hebben geen tijd meer'', gaat Swartjes verder. ,,Neem bijvoorbeeld de wagenoptocht waarvoor elke straat een praalwagen kan maken. Vijftien jaar geleden verliep dat heel goed. Prachtige wagens waar honderden mensen naar kwamen kijken. Maar om dat goed te doen, moet je drie weken van tevoren beginnen. Dat is niet meer voor elkaar te krijgen. Iedereen werkt.''

Dit jaar reden er nog maar acht wagens mee, waarvan vier gemaakt door de basisscholen. ,,En het niveau van de wagens is van een gehalte dat eigenlijk niet meer toonbaar is'', zegt Swartjes. ,,Naar zulke praalwagens komt niemand meer kijken. Nog drie jaar, dan is het gebeurd.''

    • Monique Snoeijen