Opinie

    • Youp van ’t Hek

Rouwclown

In de wereld van de Cliniclowns heerst een duidelijke pikorde. Je begint als pupil te oefenen op een gepeld amandeltje, een beenbreuk of een simpele besnijdenis, waarna je door kan stoten naar de amputaties, de weggenomen galblazen en zware hersenschuddingen. Als je echt goed bent – en dat duurt even – dan wordt je comaclown op de Intensive Care. Niet te verwarren met de cromaclown, die meer het brandwondenwerk voor zijn of haar rekening neemt. Verder heb je de pleisterclowns, maar dat zijn afgekeurde cliniclowns, die alleen maar allochtone ziekenfondspatiëntjes voor hun rekening nemen.

Sinds deze week is er een nieuw fenomeen bij: de rouwclown! Deze gekke dwaas kan je begrafenis komen opleuken. Hoe? Terwijl jij met de familie bitter staat te wenen om je doodgeslagen kind, zit de rouwclown een paar zerken verderop naar je te loeren. Hij brengt lucht in je verdriet. Soms roept hij: `Ik ben er niet hoor, let maar niet op mij', of hij dwarrelt wat rond met een oud koffertje. De rouwclown wil de mensen uit hun kramp halen.

Of ik de rouwclown in een bizarre bui verzonnen heb? Nee hoor. Hij bestaat echt. Afgelopen maandag las ik erover in het Haarlems Dagblad. Daarin stond een klein interview met de twee gesjeesde clinibroeders. We hebben in Nederland inmiddels twee rouwclowns, te weten Roelof van Wijngaarden en Frans Custers. Je kunt ze via de Haarlemse begrafenisbegeleidsters Brokking en Bokslag boeken. ,,Doet u mij een eikenhouten kist, zeventig koffie met cake en graag twee rouwclowns! Misschien is het leuk als clown Eppie (die met die grote schoenen) bij vader in de kist gaat liggen en meteen na aanvang – als de saaie voorzitter van de saaie bridgeclub aan zijn saaie speech begint – op het deksel bonkt. Dan gaat de kist open en komt hij met een glimlach eruit. Ik hoop alleen dat hij zich niet, zoals veel clowns doen, bedient van een half Duits accent. Vader heeft namelijk in het verzet gezeten, dus dat ligt gevoelig. De aanwezigen zullen schrikken, maar dat is ook de bedoeling. Dat is een goede afleiding. Is het ook niet zo zwaar voor de kleinkinderen. Dus Eppie komt uit de kist en als clown Rudolf dan vanachter uit de aula tegen Eppie roept: `Hé, wat doe jij nou?' en zij houden een vrolijk dialoogje, waarin ze wat gegevens over vader verwerken, dan brengt dat enorm veel lucht. Vervolgens gaat Eppie terug in de kist, die laten we daarna zakken en dan roept hij vanuit de oven heel hard; `Au heet, au heet!' Hierna nodigt Rudolf ons uit om naar de condoleanceruimte te komen en misschien is het aardig als hij daar nog wat met ballonnen vouwt.''

Zelf ben ik van plan aan het eind van mijn theaterloopbaan een carrière als trouwclown op te bouwen. Proestend ga ik naast de ambtenaar staan, val hem tijdens de speech steeds in de rede, vertel dat de bruidegom al een keer getrouwd geweest is, dus waarom zouden we hem nu wel geloven? Ook zal ik uitleggen hoe hij zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk emotioneel verwaarloost en dat hij sjoemelt met de alimentatie.

Zal ik ooit een rouwclown meemaken? Ik ben bang dat ik mezelf tijdens zo'n begrafenis niet echt in de hand kan houden en dat het voor de tranenplengers een vrolijk schouwspel wordt. Ik graaf met mijn handen een verse kuil en zet de rouwclown er, met zijn handen op zijn rug gebonden, tot zijn kin in. Tot diep in de nacht hoor je zijn stem over het knekelveld schallen. Als de bard in Asterix!

Je zal bij het graf van je oude vader komen en er zit een droeve August op zijn zerk. Die zit te zwaaien naar een andere begrafenis. Je jaagt zo'n schenner toch onmiddellijk weg.

We zijn gek. In de war. De weg kwijt! Alles is toneel. Het verdriet om de dood moet worden ingekleurd omdat de mens niet meer alleen en eenzaam mag huilen. Zelfs de gijzeling is niet meer in een ouderwets vliegtuig. Alles is theater!

    • Youp van ’t Hek