Rebelse ster uit het volk

Twee keer kreeg de gisternacht in een Londens ziekenhuis aan de ziekte van Hodgkin overleden Ierse acteur Richard Harris (72) een Oscarnominatie. In beide gevallen speelde hij een personage dat in bepaalde opzichten aan zijn eigen biografie beantwoordde: een rugbyspeler van nederige komaf in This Sporting Life (Lindsay Anderson, 1963) en een Ierse boerenzoon in The Field (Jim Sheridan, 1990). In zijn naslagwerk The Filmgoers Companion voegde encyclopedist Leslie Halliwell de kwalificatie toe, dat Harris vaak in zijn eigen leven probeerde de filmreputatie van rebel hoog te houden. Fameus waren Harris' drankgelagen met collega's Richard Burton en Peter O'Toole, en berucht zijn bijna fatale overdosis cocaïne in 1978. De laatste openbare woede-uitbarsting stamt uit 1998, toen regisseur Nikita Michalkov de rol van Harris in zijn epos The Barber of Siberia bijna geheel had weg gemonteerd.

In de jaren negentig maakte Harris een bewonderenswaardige comeback in populaire films, uitmondend in de rol van Albus Perkamentus in de Harry Potter-trilogie, die hem uiteindelijk meer kijkers zal opleveren dan welke van de kleine tachtig eerdere films ook. Na het voortijdig beëindigen van zijn rugbycarrière en een opleiding aan de koninklijke Londense kunstacademie, kreeg Harris succes aan het toneel. Hij speelde bijrollen in filmhits als The Guns of Navarone (1961) en Mutiny on the Bounty (1962), en ontpopte zich door het gootsteenrealisme in This Sporting Life tot knappe, proletarische ster, met een neiging tot het kwaad. Hij speelde Kaïn in John Hustons The Bible (1965), was een masochistisch rolmodel als tot extreme pijn verleide edelman in de sjamanenwestern A Man Called Horse (1970, gevolgd door twee `sequels') en speelde koning Arthur in de geflopte musical Camelot (1967). Op het dieptepunt van zijn carrière, in de jaren tachtig, hernam Harris diezelfde rol in het theater en maakte toen een hit van de musical. Als zanger had hij overigens een top10-hit in 1967 met het mooi-bombastische nummer MacArthur Park (`Someone left the cake out in the rain/I don't think that I can take it/Since it took so long to make it/And I'll never have that recipe again/Oh,no!'). Harris schreef ook het scenario voor The Lady in the Car with Glasses and a Gun (Anatole Litvak, 1970) en regisseerde, gedeeltelijk in Israël, de voetbalfilm The Hero (1972).

In zijn rijke, gevarieerde carrière speelde Harris in kleine, artistiek hoog gewaardeerde films als het politieke mijnwerkersdrama The Molly Maguires (Martin Ritt, 1970), het met een Gouden Beer bekroonde Wetherby (David Hare, 1985) en viervoudig Oscarwinnaar Unforgiven (Clint Eastwood, 1992), maar ook in anonieme kassuccessen als The Cassandra Crossing, The Wild Geese en Patriot Games. De laatste grote film vóór Potter was Gladiator (Ridley Scott, 2000), waarin Harris keizer Marcus Aurelius vertolkte. Zijn nichtje van elf dreigde nooit meer met haar oom Richard te spreken, als hij de rol van Perkamentus (Dumbledore) zou durven weigeren.

Behalve een fraaie filmografie laat Harris drie bekende zonen achter: regisseur Damien, en acteurs Jaimie en Jared Harris. Zijn meest opmerkelijke rol vind ik de Italiaans nagesynchroniseerde tegenspeler van Monica Vitti in Michelangelo Antonioni's Il deserto rosso (1964), al onthoud je vooral zijn gepijnigde blik in A Man Called Horse.

    • Hans Beerekamp