Ot en Sien

SIRE, de Stichting Ideële Reclame, vecht voor het herstel van normen en waarden. Als ik de inspanningen zie, word ik soms door twijfel beslopen (zou het helpen?) maar ook door bewondering (ze houden vol!). Binnenkort al 35 jaar. Gefeliciteerd.

Op het ogenblik loopt er een campagne die mij terugbrengt naar mijn jaren op de lagere school. Ik citeer een van de sterkste teksten:

Mies zit in de tram. Daar komt oma. ,,Mag ik daar zitten? Ik ben een beetje moe.''

,,Optiefen, ouwe graftak'', zegt Mies.

Oma moet huilen. Mies is blij. Nu kan ze lekker blijven zitten.

De stijl is die van J. Ligthart en H.Scheepstra in hun meesterwerk Ot en Sien (1905), even meesterlijk geïllustreerd door C. Jetses.

Terwijl ik deze tekst van SIRE las en mezelf, als door een flits, weer in de klas zag zitten, dacht ik dat er iets aan de typografie ontbrak. Er horen streepjes tussen de lettergrepen. Op-tie-fen ou-we graf-tak. Misschien zou dat het nog beter maken. Maar aan de andere kant, perfectie heeft haar grenzen en als je die overschrijdt, bederf je het geheel.

Deze, en andere teksten van de campagne zijn goed, wat bewezen wordt doordat ze inspireren. Een woordvoerder van SIRE vertelde me dat op internet al een groot aantal varianten de ronde doen, waarin allerlei bekende Nederlanders – de heren Heinsbroek, Balkenende, Herben, enz. – een rol spelen.

De spotjes, hoorde ik verder, worden alleen 's avonds na acht uur uitgezonden, dat wil zeggen als je hoopt dat de kleine kinderen naar bed zijn. Dat geeft meteen het probleem weer, niet alleen van de normen en waarden, maar van de hele televisie.

Stel je voor dat deze en andere uit het eigentijdse leven gegrepen dialogen worden uitgezonden onmiddellijk voor of na de Teletubbies, terwijl opa en oma op bezoek zijn. Wat gebeurt er dan? Dat wil je niet eens weten, zeggen we de laatste tijd. De aanstekelijkheid van het beeld is nu eenmaal sterker dan de werking van de opvoedkundige boodschap.

Als je deze dialoog tussen oma en Mies hoort, denk je bovendien niet in de eerste plaats aan de bittere waarheid. Je schiet in de lach. Het is slapstick, het doet denken aan de oude zwartwitfilms, de Comedy Capers waarin onder begeleiding van een pianist – want echt geluid was er nog niet – de helden het vloerkleedje onder elkaars voeten wegtrokken, vernuftig beentje lichtten, elkaars auto sloopten, elkaar met taarten gooiden. Dat vooral.

Slapstick was surrealisme voor het volk en dan op z'n Amerikaans, in Hollywood verzonnen, tot bloei gebracht en gemondialiseerd. Je zou, bij wijze van experiment, nog eens zo'n Comedy Caper moeten vertonen, of beter, met de modernste middelen een remake in kleur met Dolby-sound maken. Een vroeger publiek moest om de houterige bewegingen in versneld tempo hard lachen. Niet uitgesloten dat een nieuw publiek de indruk krijgt een subgenre reality tv te zien.

Een jaar of veertig geleden maakten, ook in Amerika, de sick comedians furore. Mort Sahl, Lenny Bruce, Tom Lehrer. Zwarte humor, `zieke' grapjes. Lehrer had een lied, getiteld National Brotherhoodweek. Het begint als volgt: And the white folks hate the black folks, and the black folks hate the white folks, and eveybody hates the jews. And it is naaaational brotherhoodweek, bis, enz.

Bruce werd tijdens een voorstelling gearresteerd. Al die comedians waren moralisten die met hun absurditeit de verwerpelijke werkelijkheid te lijf gingen. Freek de Jonge noem ik, om het vaderland niet achter te stellen.

Ik voel nu aankomen dat dit een somber stukje wordt. Wat je in die tijd van de slapstick en de sick comedians als een tot in het absurde voortgezet moralisme kon opvatten (zoals het moralisme van Jonathan Swift, de eerste, degene die het genre heeft uitgevonden), heeft eindelijk de fase van de voltooiing bereikt.

Absurditeit begint werkelijkheid te worden. Althans, er komen steeds meer mensen die de theoretische absurditeit van deze humor door een dagelijkse praktijk vervangen. Dat is dan het wezenlijke verschil, want daarmee komen ook de praktische consequenties.

Al een paar jaar heeft SIRE een campagne waarmee concrete, meetbare resultaten worden bereikt. Je bent een rund als je met vuurwerk stunt. Dat rijmt, en een rijmpje op zichzelf maakt geen indruk. Iedereen onderschat de kracht van ontploffend buskruit tot het te laat is. Maar dan laten ze zien wat er gebeurt: vinger eraf, hele hand, blind. Duidelijke foto's. Daar valt niets meer te lachen. En zowaar, sinds deze campagne loopt, is het aantal ongelukken gestaag afgenomen.

Zo zou het ook op andere gebieden kunnen. Knal voor je kanus. Laat zien hoe die kanus er daarna uitziet, en de tralies van de cel, en hoe de in wezen zo goeiige agressor daar zijn volgende tien verjaardagen viert, en hoe hij daar de trouwkaart van zijn ex-verloofde leest. Zulk soort dingen.

De tijd van Ot en Sien komt nooit meer terug, maar het kan beter dan nu.