Normen en waarden

Rob Knoppert meldt dat de essentie van onderwijs in normen en waarden is dat `de leerling de normen en waarden leert die in de Nederlandse gemeenschap door de meerderheid van de bevolking worden gehanteerd' (`Doe je dat thuis ook?' W&O, 19 oktober). Hij vergeet dat een minderheid recht heeft op bescherming tegen een meerderheid, ongeacht de normen en waarden die door die meerderheid worden gehanteerd. Zo is bijvoorbeeld vrijheid van meningsuiting weliswaar het recht van iedereen, maar is dat recht in de praktijk vooral van belang voor personen met een zeer impopulaire minderheidsopinie.

Knoppert is ook van mening dat `een maatschappij beter functioneert naarmate de normen en waarden van de leden meer met elkaar overeenkomen'. Opnieuw een gemakkelijke en bovendien onjuiste stelling die over het hoofd ziet dat normen en waarden pas echt belangrijk worden wanneer die overeenkomsten klein zijn of afwezig. Knoppert weer: `De enige juiste normen en waarden zijn die, die je zelf aanhangt' en `andermans normen en waarden zijn dus, als ze afwijkend zijn van die van jezelf, per definitie onjuist' en `als de leraar een normaal volwassen mens is, stelt hij zijn eigen normen en waarden hoog en zal hij deze willen uitdragen. Gepraat dat hoofddoekjes moeten kunnen is een volslagen miskenning van zijn eigen waardenstelsel (...) en zal door de kinderen als verwarrend en leugenachtig worden ervaren.' En dan gaat het nog maar over hoofddoekjes.

Knopperts ethiek is onderontwikkeld. De rest van zijn artikel is samengesteld uit moeizame argumenten. Die laten we rusten op één voorbeeld na. Knoppert acht de bijdrage van het onderwijs aan normen en waarden vrijwel nihil. Dat komt, zegt hij nota bene anno de Tweede Fase en het studiehuis omdat in onze materialistische tijd helaas de wetenschap de dienst uitmaakt op de scholen, en niet de maatschappij en het leven. Als voorbeeld noemt hij onder andere het vak algemene natuurwetenschappen (ANW). Zo viel er onder het lezen ook iets te lachen.