Nederland steeds dieper in het rood

De behoefte aan schuldhulpverlening stijgt, evenals het gemiddelde schuldbedrag. Zo'n half miljoen mensen bevindt zich in de gevarenzone. Dat de euro debet is aan de groeiende schulden, is een fabeltje.

Acht jaar lang aten Karin (36) en haar vier kinderen groente uit blik. Voor vlees of een chocolaatje bij de koffie was geen geld. Voor koffie zelf trouwens ook niet. Met 150 gulden per week moest het gezin het zien te redden.

De oorzaak van de acht magere jaren was de schuld van 50.000 gulden die Karin had bij de sociale dienst, het energiebedrijf en de PTT. De sociale dienst eiste een deel van haar uitkering terug, omdat ze een maandelijkse gift van jeugdwelzijnsorganisatie Pro Juventute niet had gemeld. Daarnaast had ze een schuld van duizenden guldens bij postorderbedrijven. Ze had er vooral spullen voor haar kinderen besteld. ,,Ik wilde ze niet achterstellen bij hun leeftijdgenootjes.''

Ze kwam in contact met de schuldhulpverlening op hetzelfde moment als zoveel anderen: toen de deurwaarder al praktisch op de stoep stond om haar huis te ontruimen. Het maatschappelijk werk in haar woonplaats Dordrecht kon dit nog net voorkomen, maar Karin kwam wel onder toezicht van de schuldhulpverlening en dat viel niet mee. Jarenlang werd 10 procent van haar bijstandsuitkering gereserveerd voor de aflossing van haar schulden, waardoor haar leven van een deprimerende soberheid werd. ,,Soms was ik de wanhoop nabij. De maatschappelijk werkster kalmeerde me dan en sprak me moed in.'' Ze hield vol. Twee jaar geleden werd Karin schuldenvrij verklaard.

Volgens het Landelijk Platform Integrale Schuldhulpverlening stijgt de behoefte aan schuldhulpverlening, evenals het gemiddelde schuldbedrag. Dat groeide de afgelopen vijf jaar van 12.000 gulden naar zo'n 12.000 euro, verdeeld over circa tien schuldeisers. Buiten de ongeveer 60.000 mensen die thans een beroep doen op schuldhulpverlening, dreigen er volgens het platform 500.000 mensen in `problematische schulden' te raken.

Dat er steeds vaker een beroep wordt gedaan op schuldhulpverlening hoeft nog niet te betekenen dat meer mensen schulden hebben, zegt platform-projectleider Wilna van den Bichelaer. ,,Het kan ook zijn dat het onderwerp bespreekbaarder is geworden.''

Vaak is de euro aangewezen als de grote boosdoener. Sinds de invoering van de nieuwe munt zouden de prijzen zodanig zijn gestegen dat het aantal huishoudens met problematische schulden sterk is toegenomen. Volgens Rob de Vos, projectmanager bij de Amsterdamse sociale dienst, is het euro-verhaal onzin. ,,Ten eerste zijn er maar in een paar branches, zoals de horeca, echt grote prijsstijgingen geweest. Ten tweede duurt het gemiddeld drie jaar voordat iemand met problematische schulden bij ons aanklopt voor hulp. Als er al een euro-effect is, zie je dat dus pas veel later terug. Wel is het zo dat mensen die toch al moeite hadden met overzicht over hun inkomsten en uitgaven, daar nu nog meer moeite mee hebben. Het `gevoel met de munt' is er nog niet en mogelijk lopen de schulden daardoor extra uit de hand.''

Blijft de vraag hoe het gemiddelde schuldbedrag in vijf jaar tijd kon verdubbelen. Rob de Vos wijst op een toenemende `schaamte voor armoede'. ,,Het is gênant te moeten zeggen: ik kan het niet betalen. En dat terwijl je van alle kanten wordt verleid om geld te lenen en spullen te kopen op afbetaling. Het is: geniet nu, betaal later. Kijk naar de klantenkaarten van de warenhuizen met hun 1,2 procent rente. Per maand! Kijk naar zo'n bank als de DSB die gratis vliegtickets cadeau doet bij dure leningen. Dan moet je niet gek opkijken als sommigen voor de verleiding bezwijken en schulden maken.''

Zorgwekkend vindt De Vos de obsessie met merkkleding, zelfs onder jonge kinderen. ,,Meisjes van vijf weten al precies wat je moet dragen. Ik verbaas me over de dure kleding die veel kinderen aan hebben als ik op de metro sta te wachten. Die gaat niet naar de rijkste delen van de stad, toch lopen ze op Nike's en dragen ze kleding van Tommy Hilfiger. Ouders geven kapitalen uit om hun kinderen niet buiten de boot te laten vallen. Dat gaat ten koste van andere dingen.''

Het overgrote deel van de mensen die een beroep doen op schuldhulpverlening is te vinden in de laagste inkomensgroepen. Veertig procent van hen zit in de bijstand en een bijna even grote groep heeft een andere uitkering. In totaal leeft 90 procent rond het bestaansminmum. ,,Dan is het knokken om de eindjes aan elkaar te knopen, zeker met kinderen. Voor dingen als vakantie is geen geld, terwijl iedereen om je heen wel van die dingen geniet. Dat steekt. Op een gegeven moment gaan mensen betalingen uitstellen: de huur of de elektriciteit. Zo ontstaat een schuldenlast.''

Schulden ontstaan meestal door een combinatie van armoede en onverantwoord koopgedrag, maar uiteindelijk zijn het vaak de schuldeisers die het gelag betalen. De Vos: ,,Zij reageren vaak verbijsterd als er een wet blijkt te zijn die zegt: je hoeft niet alles terug te betalen, maar slechts de helft, een kwart of 10 procent.'' Dat is de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp). Die trad in 1998 in werking met het doel gemotiveerde mensen de kans te bieden zich van hun schulden te ontdoen. Met de Wsnp kan de rechter schuldeisers dwingen tot het sluiten van een aflossingsregeling. Zij eisen doorgaans terugbetaling van de hele schuld, maar daarvoor is het inkomen meestal te laag en de schuld te hoog, zodat de schuldeiser er soms bekaaid vanaf komt met betaling van bijvoorbeeld slechts 15 procent van zijn vordering.

De Wsnp heet ook wel `het wettelijke traject'. Hierbij veroordeelt de rechtbank schuldeiser en schuldenaar tot een aflossingsregeling als de onderhandelingen in het voorafgaande `minnelijke traject' zijn mislukt. De rechter legt geen strengere regelingen op dan een bemiddelaar van een schuldhulpbureau: het inkomen van de schuldenaar wordt gedurende 36 maanden teruggebracht tot 95 procent van bijstandsniveau. Daarmee komt maandelijks een bedrag vrij, bestemd voor het aflossen van de schuld. De schuldenaar is na drie jaar schuldenvrij.

Maar liefst 60 procent haakt af tijdens het minnelijke traject. De belangrijkste reden is het strenge regime. Er wordt eerst kritisch gekeken naar de inkomsten en uitgaven, waarna het grote schrappen begint. Een auto sneuvelt vrijwel altijd als eerste. Geconfronteerd met dit regime haken velen af. ,,Veel mensen met schulden denken dat het probleem hier wel even geregeld wordt'', zegt Lisette Beijnes van het Haagse schuldhulpbureau De Wegwijzer. ,,Zo werkt het dus niet. Wij helpen ze, maar het zijn hún schulden.''

De regeling via het wettelijke traject is niet strenger, maar wel veel dwingender dan in het minnelijke traject. De schuldenaar kan niet tussentijds `uitstappen'. In dat geval wordt hij failliet verklaard, waarna schuldeisers hem jarenlang kunnen blijven achtervolgen. Bovendien staat de schuldenaar onder veel strenger toezicht. Er wordt een bewindvoerder aangesteld, die zelfs zijn post openmaakt om een zo goed mogelijk beeld van de financiën te krijgen. Houdt de schuldenaar inkomsten achter of maakt hij nieuwe schulden, dan valt het doek eveneens. Maar meestal lukt het en lonkt na 36 maanden de vrijheid.

Voor Karin was die vrijheid te groot. Na acht jaar onder financieel toezicht te hebben gestaan, besloot ze de schade eens flink in te halen. Ze kocht nieuwe bedden, nieuwe fietsen, een tv en een video. Het liep opnieuw uit de hand en eind vorig jaar meldde ze zich bij het maatschappelijk werk met 17.000 gulden schuld. Een financiële regeling alleen was duidelijk niet voldoende. Karin behoort tot de groep mensen die grote moeite hebben om structuur in hun leven aan te brengen. En zolang daaraan niets wordt gedaan, zullen de schulden terugkeren.

,,Dat is de zwakke plek in het wettelijke traject'', zegt Van den Bichelaer. ,,Er is alleen aandacht voor de technisch-financiële kant, naar de psycho-sociale oorzaken wordt niet gekeken. Vaak komt het doordat mensen geen vaste dagtaak hebben. Uit verveling gaan ze kopen. Vereenzaming, drankmisbruik of psychische problemen kunnen ook een rol spelen. Wij bepleiten daarom integrale hulp: kijk naar de schulden èn de oorzaak.''

Karin volgt daarom vanaf volgende maand een cursus budgetteren. Alle inkomsten en uitgaven worden weer bijgehouden in het aloude huishoudboekje. Maar ze wil ook ,,eindelijk eens van die uitkering af''. ,,In december begin ik met een opleiding in de bejaardenzorg. Ik wil graag op eigen benen kunnen staan.''

    • Arnoud Veilbrief