`Morele positie van bedrijfsleven heeft een knauw gekregen'

Amerika en Europa moeten dringend de boekhoudregels harmoniseren, zegt oud-minister en topman van Citibank Onno Ruding. Pas dan kan de financiële wereld misstanden voorkomen. Bedrijven moeten ook de kosten van opties verantwoorden, vindt hij. `Maar het blijft mensenwerk.'

Het begon bij bedrijven als Enron, Worldcom en KPNQwest. Nu zijn de banken aan de beurt. De Amerikaanse Citigroup ligt in de Verenigde Staten onder vuur vanwege zijn rol bij financieringsconstructies van energiebedrijf Enron en andere belangenconflicten. Gisteren meldde de New York Times dat Citigroup ruim duizend personeelsleden zal ontslaan.

De Amerikaanse justitie en de toezichthouder Securities & Exchange Commission onderzoeken de belangenverstrengeling van de beleggingsanalisten bij effectenbank Salomon Smith Barney, een dochter van Citigroup. En deze week werd bekend dat Sandy Weill, de topman van Citigroup, een advocaat in de arm heeft genomen en binnenkort gehoord zal worden door Eliot Spitzer, de officier van justitie uit New York die de Amerikaanse zakenbanken het vuur al een tijdje aan de schenen legt.

De voormalige CDA-minister van Financiën Onno Ruding (63) draait al ruim tien jaar mee in de top van Citigroup. Aanstormend premier Ruud Lubbers plukte hem in 1982 uit de directie van de toenmalige Amro Bank. Ruding diende in Lubbers I en Lubbers II (1982-1989). Begin 1992 vertrok hij als vice-voorzitter naar het Amerikaanse Citicorp, de moeder van Citibank. Citicorp fuseerde in 1998 met verzekeringsmaatschappij Travellers en heet sindsdien Citigroup. Ruding is nog steeds vice-voorzitter van het onderdeel Citibank, maar niet van Citigroup. Eerder dit jaar werd Ruding door paus Johannes Paulus II voor vijf jaar benoemd in de pauselijke raad Justitia et Pax.

Dat de mens en dus ook de ondernemer tot het slechte geneigd is, wist Onno Ruding wel. Toch komt de ontdekking dat zoveel topmensen zich aan het manipuleren van de cijfers hebben bezondigd, voor hem als een grote verrassing. ,,Bij een inbraak moet je nog altijd de kluis open krijgen. Het heeft me verrast dat met hulp van accountants de code werd gekraakt.''

Ruding wil de problemen in het Amerikaanse bedrijfsleven – ,,maar zeker ook in het Europese en Japanse'' – allerminst met de mantel der liefde bedekken. ,,U kunt mij niet zeggen dat het hier om incidenten gaat.'' En fraudegevallen als bij Enron en Worldcom en het gegraai met opties heeft het gezag van de top van het bedrijfsleven aangetast. ,,Natuurlijk kan ik me voorstellen dat iedereen nu tegen de topmannen zegt: zorg eerst maar eens dat je je eigen zaakjes op orde hebt. De morele positie van het bedrijfsleven heeft een knauw gekregen.''

Over de rol van `zijn' Citibank bij de vele misstanden houdt Ruding de kaken stijf op elkaar. Dat is voer voor Amerikaanse juristen en alles wat de voormalige politicus hierover zegt, kan tegen hem of de bank worden gebruikt. Maar bagatelliseren doet hij de misstanden niet. ,,Ik kan me best in het oordeel vinden van Bolkestein [Europees Commissaris voor monetair beleid, red.] dat veel affaires zijn terug te voeren op de Amerikaanse regelgeving. Een accountant in Europa vormt zich een eigen oordeel over de boekhouding en verstrekt dan al of niet zijn goedkeuring. In Amerika zijn de boeken met spelregels honderd keer zo dik en dat moet allemaal gevolgd worden. Maar je kan niet alles in regeltjes vangen, er is altijd wel iemand die dat weet te omzeilen. Dikwijls – helaas, helaas, helaas, ik zeg het drie keer – zijn er schandalen nodig voordat er voldoende actie wordt ondernomen.''

Het zelfreinigend effect van het Amerikaanse financiële systeem is uitgebleven, moet Ruding erkennen. Zes jaar geleden, toen hij nog vanuit New York opereerde, verklaarde hij dat het samenspel van beurs, financiële pers en analisten ,,een zuiverende werking'' had. Sinds 2000 geeft hij vanuit Brussel leiding aan de Europese activiteiten van Citibank.

De regels in Europa hebben de schandalen evenmin weten te voorkomen. Ruding noemt ze, voor het geval alle aandacht zich richt op de Verenigde Staten. ,,Wanbeleid door bestuurders zorgt ook in Europa voor debacles. Neem Vivendi of ABB. En Marconi, de voormalige Britse dochter van General Electric. Daar deed zich een implosie voor. Er is bijna niets van over. En had u verwacht dat Swiss Air ten gronde zou gaan? Ja, Sabena misschien wel, maar die Zwitsers?''

Excessieve beloning ziet Ruding niet als verklaring voor de schandalen. Ruding, die volgens gegevens van de SEC tot 1998 zelf goed was voor ruim 40 miljoen dollar aan optie- en aandelenbeloning bij Citibank, vindt wel dat het beloningsinstrument is ,,gedegenereerd''. ,,Ik ben er voorstander van dat bedrijven de kosten van opties verantwoorden. Daarnaast moet het onmogelijk worden gemaakt voor personeelsleden hun opties te snel uit te oefenen. Daarmee lopen hun belangen beter parallel met die van de aandeelhouders.'' Beloningsprogramma's zouden volgens Ruding moeten worden goedgekeurd door de aandeelhouders, iets waarvoor de Vereniging van Effectenbezitters zich in Nederland al jaren sterk maakt. Op dit moment hebben de aandeelhouders meestal niets te zeggen over de beloningsstructuur. Die wordt vastgesteld door de raad van commissarissen.

Leningen aan bestuurders om aandelen te kopen of de fiscus te betalen is volgens Ruding ,,de kat op het spek binden''. In nieuwe Amerikaanse wetgeving is die praktijk straks ook verboden: de zogenaamde Sarbanes-Oxley Act zal de aansprakelijkheid en verantwoordelijkheden van bestuurders ingrijpend aanscherpen, inclusief het risico op celstraf voor bestuurders van Nederlandse ondernemingen met een Amerikaanse beursnotering. De wetgeving geeft de Amerikaanse toezichthouder eveneens het recht het salaris van Nederlandse bestuurders te blokkeren bij `gebleken ongeschiktheid'.

Maar zaligmakend is die wetgeving volgens Ruding niet. In zijn ogen kan de financiële wereld veel vooruitgang boeken met het voorkomen van misstanden door met een en dezelfde verslaggevingsmethode te werken. Maar dat vergt geduld: aan die harmonisatie tussen Amerika en Europa wordt al bijna een kwart eeuw gewerkt. Nog steeds zijn er intensieve onderhandelingen gaande om te komen tot een voor iedereen acceptabele wereldstandaard voor boekhouden.

Daarnaast ziet Ruding een gevaar in de beperkte keuze aan accountants. ,,Dat los je niet zomaar op. Een grote onderneming kan wereldwijd eigenlijk maar kiezen tussen vijf accountants. En sinds Enron en de ondergang van Andersen maar tussen vier. Ik was een fervent tegenstander van de fusie tussen Price Waterhouse en Coopers. Gelukkig is die tussen KPMG en Ernst & Young niet doorgegaan, anders was de situatie nog erger geweest.''

Onder druk van de Amerikaanse toezichthouder hebben accountants hun adviestaken afgesplitst. Maar volgens Ruding is dat niet voldoende. ,,Ik zie bij de pure accountants gewoon weer nieuwe adviesafdelingen groeien. Dat moet harder worden aangepakt.''

De banken hebben het op dit moment wel zwaar, verzucht Ruding. Niet alleen door de economische tegenwind, maar vooral doordat er een structurele overcapaciteit aan bancaire diensten bestaat. ,, Er bestaan wel dertig- of veertigduizend banken wereldwijd. Natuurlijk speelt dat een rol bij de boekhoudkundige misstanden. Als een ondernemer uit twintig voorstellen van banken kan kiezen, is er altijd wel een slimmerik bij die akkoord gaat met een regeling die op het randje van het legale is. Het blijft mensenwerk. Of andersom, als ik de enige bancaire dienstverlener zou zijn: waarom zou ik dan uiterst slim iets financieels aanbieden dat langs de grens van de wet schurkt? Eigenlijk zouden banken hun capaciteit moeten terugbrengen. Als je dat niet wilt, moet je meer risico's nemen.''

Behalve druk op de marges leidt de extreme concurrentie onder banken tot voortdurende sanering. ,,In New York hebben de afgelopen tijd circa 100.000 mensen, van hoog tot laag, hun baan in de financiële wereld verloren. Ook in Londen gaat het om grote aantallen.''

De misstanden bij de grote bedrijven hebben zeker een rol gespeeld bij de huidige situatie op de financiële markten. Maar van een crisis wil Ruding niet spreken. ,,Bij crisis denk ik aan 1929 [de val van Wall Street aan het begin van de Depressie, red.], de oliecrisis in de jaren zeventig of aan 1998. Toen had je de financiële crisis in Rusland en viel het grote beleggingsfonds Long Term Capital Management om. Op dat moment moesten de toezichthouders ingrijpen, maar daar is nu geen sprake van geweest.

,,Voor mij is het pas een werkelijke crisis wanneer een gewoon bedrijf geen krediet meer kan krijgen. Een stevig concern als Koninklijke Olie kan morgenochtend over een paar miljard beschikken als het nodig is. Met één druk op de knop.''

    • Jeroen Wester
    • Erik van der Walle