Kleine apologie van de porno

Het was rustig in de stad, op woensdagavond. Geen vrijgezellenfeesten of lallende hordes. Het Amsterdamse filiaal van partycentrum Nederland was tijdelijk gesloten. Op de Nieuwezijds Voorburgwal, achter de Dam, reden een meisje en een jongen op de fiets. Het meisje hield de leren pet vast die ze beschermde tegen de wind. Bij het stoplicht verschikte zij even haar lakjas; ze bleek er een leren beugelbh onder te dragen. En verder jarretelles met gordeltje. Een frèle uitvoering van Charlotte Rampling uit Night Porter. Jongen en meisje waren op weg naar een fetish party, ergens bij Havens Oost. Maar ze twijfelden nog, het was ook kinky-avond in een tent in de Warmoesstraat. Met haar vrije hand wreef het meisje haar dijbeen warm. Uit haar rugtasje stak de top van een kleine zwarte zweep.

Wie zou er allemaal zijn, op zo'n woensdagavondfeest? KRO-presentatrice Anita Witzier vermoedelijk niet. Witzier blijft doordeweeks thuis, zo blijkt uit een interview in de VARA Gids over de Zeven Hoofdzonden. Op de vraag of porno haar kan boeien, antwoordt Witzier: ,,Jawel. Er wordt vaak beweerd dat porno een mannenaangelegenheid is, maar daar geloof ik niets van.'' Harde porno heeft haar voorkeur: ,,Ik wil zien hoe de seksuele spanning tot stand komt; hoe ze elkaar ontmoeten, zoenen, opgeilen, uitkleden... Maar het neuken zelf wil ik óók zien, met alles erop en eraan, tot en met het cumshot. In dat opzicht interesseert softporno mij totaal niet.''

Om te koesteren, deze aanstekelijke onbekommerdheid van het meisje met de kleine zweep en de dame met de harde-pornobanden, temeer daar het niet zo lang geleden – medio jaren zeventig – was dat her en der in Nederland militant-feministische brigades kiosken bestormden die Playboy verkochten. De keurtroepen namen het tijdschrift in beslag en smeten het joelend in de dichtstbijzijnde sloot of gracht. En in 1985 publiceerde Willem-Jan Otten Denken is een lust, een doordachte en doorvoelde, maar toch vooral zeer zorgelijke apologie van de pornoconsument. De minder zorgelijke Rudy Kousbroek hoopte op een totale aanvaarding van pornografie, niet een tolerantie, maar een erkenning als iets essentieels en waardevols. Kousbroek betreurde het echter dat veel porno gemaakt leek door en voor mensen zonder benul van smaak en esthetiek.

Minder rigide feministen dan de inbeslagnemers uit de jaren zeventig beschouwden porno als het tegendeel van vrouwvijandig. Het was alleen zaak om de hegemonie van de penose te doorbreken die de porno in zijn greep leek te hebben. Porno werd een stijgend cultuurgoed. Jeff Koons exposeerde in diverse musea, waaronder het Stedelijk in Amsterdam, zijn overrompelende blow-ups van feeërieke pornoshots van zichzelf met zijn toenmalige echtgenote Cicciolina. Verwarrend van die blow-ups was dat Koons allerlei doorgaans als obsceen bestempelde taferelen presenteerde in de beeldtaal van de kinderlijke onschuld. Het cumshot werd getoond in de kleurstelling van een Disneyfilm. Madonna maakte met haar Sex-boek de feestelijkheid van de seksuele counterculture zichtbaar voor een massa-publiek. En de feministe Camille Paglia gaf de bekrompen divisies onder haar zusters de genadeklap: ,,Stompzinnige beweringen als `Porno is vrouwenvernedering' (...) zijn alleen geloofwaardig voor iemand die nog nooit naar porno heeft gekeken. (...) Porno is zeker geen vergif voor de geest maar laat juist de diepste waarheid van seksualiteit zien, ontdaan van het romantische vernisje.'' Er viel toen nog heel wat te `bevrijden'.

Die bevrijding is inmiddels gedemocratiseerd geraakt. Wat begon in avant-gardekringen in New York en Parijs – in variatie op Susan Sontag: de sensibilisering van de porno – heeft haar voorlopig eindpunt gevonden in de huiskamer van Anita Witzier, die prijs stelt op haar videobanden en dvd's met porno van bovenmodale kwaliteit, dat wil zeggen: wél expliciet, maar niet ranzig. Voor de leken: die porno bestaat, zij het nog altijd op kleine schaal.

Helaas ligt het voor de hand dat juist de onbekommerde privé-genietingen van porno agressief ter discussie zullen worden gesteld door de Normen-en-Waardenpolitie. Een schuldeloze appreciatie van porno zal ongetwijfeld verward worden met het in your face-consumentisme in Partycentrum Nederland. Maar de massale pret-cultuur, die altijd vergezeld lijkt te moeten gaan van opdringerigheid en schreeuwerigheid en een opgeheven middelvinger naar alles en iedereen die zo zijn gedachten heeft over deze agressieve feestterreur, staat juist in contrast met de bekoring van de pornografie (voor m/v). Vergelijk het met het schaken als hartstocht. Dat gebeurt in clubs en schaakcafés. Zelfs de meest verwoede schakers zullen het als een nachtmerrie beschouwen als ineens ieder weekend de straten in het centrum van de stad overal zwart-wit geplaveid zijn, met waar je ook kijkt luidruchtige meutes die in een schaakdelirium levensgrote lopers en torens verplaatsen.

Precies zo is het met porno. Ik weet zeker dat Anita Witzier zo haar bedenkingen heeft over het inwisselbare gepomp en gekreun dat drie keer per week rond halfelf of eerder bij SBS, RTL 5 begint. Porno is idealiter aan een zelfregulerende begrenzing onderhevig. Een seksclub waar een kirrende Catherine Keijl met cameraploeg binnenzeilt verliest direct haar uniciteit en vrijwillig-perifere aantrekkelijkheid. Begin jaren negentig floreerden in de Amsterdamse Reguliersdwarsstraat de Wasteland-parties, feesten waar je overigens zelden iemand laveloos of gedrogeerd zag, maar waar je zo nu en dan weleens de één iets prettigs bij de ander zag doen, en dan ook nog eens in de high style van de Pagliaanse seks-etiquette. Die feesten riepen het failliet over zich af toen organisatie en bezoekers zonodig ook búiten die clubs, 's nachts op straat, hun kunsten wilden vertonen, met als summum van de zelfontbranding een overenthousiaste bezoekster die voor de camera van de Amsterdamse zender AT5 best wilde laten zien hoeveel genitale piercings ze precies had (het waren er zeven). `Wasteland' en soortgelijke feesten verdwenen naar waar ze ooit waren ontstaan; in de zelfregulerende subcultuur, waar ze tot op heden uitstekend gedijen. Maar zelfs die periferie zal vrijwel zeker onder druk komen te staan in een klimaat waar het appèl op normen en waarden zal worden misbruikt om de dame met de harde-pornobanden en het meisje met de zweep te veroordelen als onbeschaamd en onbeschaafd.

    • Joost Zwagerman