King Saul en zijn `Herzog'

Geestig, roerend, filosofisch – `Herzog' is het ultieme Bellow-boek. Aldus Pieter Steinz in deel 43 van de stoomcursus wereldliteratuur.

`If I am out of my mind, it's all right with me, thought Moses Herzog.' Al in de eerste zin van Herzog (1964) maakt Saul Bellow duidelijk dat zijn titelheld in crisis verkeert. De licht oversekste joods-Amerikaanse intellectueel is zijn vrouw kwijtgeraakt aan zijn beste vriend, en wordt plotseling overvallen `by the need to explain, to have it out, to justify, to put into perspective, to clarify, to make amends.' In zijn buitenhuis denkt hij na over zijn leven en lucht hij zijn hart over de toestand van de wereld in tientallen brieven – aan mensen uit zijn verleden in Chicago, aan zijn dokter en zijn psychiater, aan dode filosofen als Plato en Nietzsche, aan de president en zelfs aan God. Herzogs plannen voor wraak op de mensen die hem hebben verraden, lopen op niets uit, maar aan het einde van de roman heeft hij niettemin zijn geestelijke evenwicht hervonden.

Herzog, dat het minder van de plot moet hebben dan van de overrompelende stijl en de aandoenlijke hoofdpersoon, is de ultieme Bellow-roman. Het is een stadse tragikomedie waarin precieze beschrijvingen worden afgewisseld met geestige dialogen; daarnaast is het een roerende uitwerking van Bellows grote thema. De moderne mens mag dan in theorie vrij zijn, in werkelijkheid is hij vogelvrij, bedreigd door de realiteit van het (stads)leven. Bellows personages zijn `dangling men'; complexe persoonlijkheden, zoals de titelheld van The Adventures of Augie March, die voortdurend in de problemen komt door zijn `verlangen weerstand te bieden en ``nee!' te zeggen', of zoals Herzog, die zich afvraagt `wat het betekent een mens te zijn. In een stad. In een eeuw. In een overgangsperiode. In een massa.'

Bellows helden stuiten keer op keer op de vervlakking en de verdorvenheid van de maatschappij; Mr. Sammler bewoont een planeet waarop zijn kennis geen enkele waarde heeft; Charlie Citrine (uit Humboldt's Gift) is een succesvol schrijver, maar kan zich niet staande houden in de onderwereld van Chicago; en de wereldberoemde botanicus in More Die of Heartbreak (1987) gaat bijna te gronde aan de moderne seksualiteit. Toch schrijft de inmiddels 87-jarige Bellow geen pessimistische boeken. Zelfs in de jaren zestig en zeventig, toen de Amerikaanse literatuur gedomineerd werd door een apocalyptische stemming, liet hij zijn romanfiguren gelouterd, soms zelfs gelukkig, uit hun beproevingen komen. Er is hoop in de boeken van Bellow, want de mens kan altijd volledig, verstandig en vergevingsgezind worden.

Voor velen is Bellow (geboren als Solomon Bellows in Lachine, Quebec) niet alleen de grootste joods-Amerikaanse romancier, maar ook de koning van de naoorlogse Amerikaanse literatuur; iemand die, wars van de literaire modes van het moment, tot de dag van vandaag doorschrijft aan een veelzijdig oeuvre dat behalve diepzinnig ook nog eens echt humoristisch is. Bellows boeken lezen als moderne variaties op de realistische Europese romans uit de negentiende eeuw. Tegelijkertijd zijn ze diep geworteld in de Amerikaanse literaire traditie. Zijn grote romanfiguren kunnen zo worden bijgezet in de rij rebelse individuen (kapitein Ahab, Huckleberry Finn, Holden Caulfield) die de Amerikaanse literatuur haar eigen gezicht geeft. En zoals zoveel schrijvers voor hem komt Bellow in zijn werk voortdurend terug op een centrale vraag: wat is de plaats van Amerika en de Amerikanen in de wereld? Want, zou Moses Herzog zeggen, `explanation is a necessity of survival.'

Volgende week: 'De Kapellekensbaan' van Louis Paul Boon.

Pieter Steinz: steinz@nrc.nl