Jezuskans 5%

Wie kent een `Jakobus, zoon van Jozef, broer van Jezus'? In de eerste eeuw is er een kandidaat. Jezus had een broer Jakobus, die na zijn dood de gemeente in Jeruzalem leidde (Hand 12:17, 15:13) en zijn vader heette zoals bekend Jozef. Deze week leidde een lege beenderkist uit de eerste eeuw dan ook tot veel opwinding. Want de kist komt waarschijnlijk uit Jeruzalem en draagt de intrigerende Aramese inscriptie Ya'akov bar Yosef akhui diYeshua (Jakobus zoon van Jozef broer van Jezus).

Volgens de Franse hoogleraar semitische talen André Lemaire is deze inscriptie waarschijnlijk de oudste historische vermelding van de naam van Jezus Christus. Tot nu staat dat record officieel op naam van een papyrussnipper, ongeveer uit het jaar 125, met een paar woorden uit het Johannes Evangelie (de naam Jezus komt overigens alleen voor in de reconstructie van de tekst, niet op het papyrusfragment zelf). De oudste directe bronnen over Jezus zijn de brieven van Paulus (ca. 50 na Chr., maar bewaard gebleven in veel jongere manuscripten). Lemaire publiceerde zijn vondst deze week in de Biblical Archeological Review.

Volgens de Leidse nieuwtestamenticus H.J. de Jonge is de beenderkist `met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid' een vervalsing. Andere bijbelgeleerden zijn minder negatief, maar iedereen houdt een flinke slag om de arm. ``We zullen het waarschijnlijk nooit zeker weten'', aldus P. Kyle McCartner Jr. van Johns Hopkins University.

Op grond van de beschikbare namen uit het toenmalige Jeruzalem heeft Lemaire uitgerekend dat er toen ongeveer twintig Jakobussen moeten zijn geweest met een broer Jezus en een vader Jozef, een Jezuskans van 5% dus. Een ander argument is dat het ongebruikelijk was om zo'n kist te voorzien van de naam van een broer. Voor Jakobus, `de broeder des Heren' (Galaten 1:19) lag dat natuurlijk wel voor de hand. Verder zou de vorm van de letters op een datering van 50 à 70 na Chr wijzen. Jakobus de Rechtvaardige, zoals hij ook vaak genoemd wordt, werd in 63 terechtgesteld op bevel van de toenmalige hogepriester Ananus. Volgens de kerkvader Clemens van Alexandrië (ca. 150 - 212) werd hij van de balustrade van de Tempel afgegooid en doodgeslagen met de hamer van een volder.

De Israëlische Geologische Dienst heeft vastgesteld dat de fysieke eigenschappen van de kist niet wijzen op een vervalsing. De herkomst van de kist blijft echter duister. De Israëlische eigenaar wil anoniem blijven en hij heeft de kist gewoon bij een handelaar gekocht.