`Ik ben er bijna, dacht ik'

Het was september toen het eindspel begon, vertelt Eduard Bomhoff. Hij en zijn rivaal Herman Heinsbroek traden af als LPF-minister na de val van het kabinet. `Met collega's als De Geus, Kamp en Balkenende dacht ik dat Heinsbroek uit verveling zou aftreden of bij gebrek aan kennis.' Maar het liep anders: `Ik ben een heer gebleven.'

Hij: ,,Dat hele karakterverhaal is onzin. Ik bén geen ruziemaker.''

Zij: ,,Helemaal niet! Nooit!''

Hij: ,,Dat is een opzetje van Gerrit Zalm. Hij begon dat Herman Heinsbroek en ik elkaars bloed wel konden drinken. Gewoon niet wáár. Herman maakte ruzie, ik juist niet. Een vriend zei me laatst nog: `Eduard, jij bent een teamspeler'.''

Zij: ,,Eduard is zó anders naar buiten gebracht dan hij in werkelijkheid is.''

Hij: ,,Ik ben een heer gebleven, heb zo min mogelijk met journalisten gepraat, en niet over Herman. Nooit over Herman.''

Zij: ,,Jij hebt gewoon keihard gewerkt.''

Hij: ,,Ik heb gewoon hard gewerkt aan die volksgezondheid.''

Drie maanden was Eduard Bomhoff – vice-premier en minister van Volksgezondheid – een van de machtigste bestuurders van het land. Toen smakte hij van zijn voetstuk.

In de stroom reacties, analyses en reconstructies kwam hij, hoewel hoofdrolspeler, nauwelijks aan het woord. Twee dagen na de val vertrok hij met echtgenote Janneke naar de kinderen in Engeland, en afgelopen maandag keerden ze terug naar Nederland, voor een paar uur. Er kon nog één interview af.

Minder dan een week na de val had Bomhoff zijn nieuwe toekomst in kaart gebracht. ,,Hierna zeg ik niets meer. Ik ga een boek schrijven. Ik keer niet terug in de politiek. Vanavond ga ik met vakantie naar Spanje, daarna maak ik het boek af. Afspraak is dat het 15 december in de winkel ligt. Gisteren ben ik begonnen met schrijven, de titel wordt Blinde ambitie.''

Eind mei, drie weken na de verkiezingen, wist ik al dat ik minister zou worden. Ik ben benaderd door Herben en Hoogendijk en Mickey Huibregtsen. Ik heb er niet naar gehengeld, ik was immers PvdA-lid, de verkeerde partij. In 1994 was ik, vóór Zalm, al eens gepolst door Bolkestein voor minister van Financiën. Ik ben er toen niet op ingegaan, omdat ik niet zo van de VVD ben. Ik vond de LPF een leukere partij.

,,Het was natuurlijk riskant. Mijn gok was dat het anti-regentenverhaal van de LPF zou winnen. Daar ben ik het heel erg mee eens, mijn leven lang al. Janneke en ik zijn nooit deel geweest van het Amsterdamse establishment. Dat is een andere wereld. Jankarel Gevers kende ik nog uit mijn studententijd. Hij woonde in Oegstgeest, werd voorzitter van het college van bestuur van de UvA en verhuisde naar Amsterdam. Anders, zei hij, hoor ik er niet bij. Dan ging hij iedere zaterdag naar Scheltema om te kijken of er boeken waren uitgekomen. En naar al die galeries. Want: jij aait hen, zij aaien jou. Zo werkt dat. Daar hebben wij dus nooit bijgehoord. Gelukkig niet.

,,Bijna twee weken voor de beëdiging van het kabinet op 22 juli heb ik Balkenende voor het eerst ontmoet, in een geheim gesprek, in het Promenade Hotel in Den Haag. Het was tamelijk duidelijk dat ik Volksgezondheid zou gaan doen. Balkenende vertelde dat er een probleem met meneer Van Lieshout was. Die had – ik wist dat niet eens – gezegd dat het strategisch akkoord slecht was voor de volksgezondheid. Jan Peter vond dat vervelend.

,,Ik heb geantwoord dat ik ertoe neigde deze man over te plaatsen. Ik zag mezelf namelijk, om hele andere redenen, ook niet samenwerken met die man. Hoor ik het goed, zei ik tegen Jan Peter, dat jij daar geen probleem mee zou hebben? Die had hij niet. De week erna heeft hij me twee keer gebeld over Van Lieshout. Opnieuw heb ik de overplaatsing aangesneden. Hij zei alleen: laat mij er verder buiten. Dat spreekt vanzelf Jan Peter, heb ik gezegd. Dat zal ik zeker doen.

,,Hoewel ik hem alleen wilde overplaatsen, heeft Johan Remkes, de vice-premier van de VVD, toch voor de radio verklaard dat hij mij moest uitleggen dat ik geen ontslagaanvraag kon indienen. Dat zette de zaak op scherp, het schaadde de beeldvorming rond mij. Maar het was gewoon gejokt, een pesterijtje. Later, toen het ging om mogelijke bedreigingen voor mijn gezin, heeft Remkes opnieuw gejokt. Hij is geen hoogstaande man wat dat betreft. Hoewel hij zich in de crisis met Heinsbroek correct heeft gedragen, moet ik zeggen.

,,Jan Peter was een goede minister-president. In het begin leunde hij op Donner. Piet Hein vond dat ook wel leuk. Maar dat werd na een paar weken al minder, ook omdat er intern in het CDA geklaagd is. Niet in vergaderingen maar privé. Daarna werd hij meer zijn eigen man. We zagen het allemaal veranderen. ,,De eerste weken was hij überhaupt onwennig. Dan zei hij: `De `MP' gaat nu zijn handen wassen.' Niet: `Ik' ga mijn handen wassen.' Studentikoos, overdreven. Hij moest in zijn rol groeien. Geeft niks. Jan Peter is een groot talent. Hij is héél open. De mensen die het konden vergelijken, zeiden dat hij een betere voorzitter was dan Wim Kok.

,,Als ik kijk naar de discussies in het kabinet, vond ik minister Henk Kamp van Volkshuisvesting de beste. Die kon kort hele wijze dingen zeggen en discussies naar een einde brengen. Interessant in zo'n ministerraad is dat mensen vrij spreken. Het loopt niet langs partijlijnen. De meeste kritiek op de eerste versie van de troonrede kwam van Aart-Jan de Geus (Sociale Zaken), ook CDA. Die zei: Jan Peter, dat moet je overdoen, dat kan veel beter. Hoogervorst was ook goed. Zeker gezien de campagne, waarin onder invloed van Zalm de meest dwaze dingen waren beweerd over het tekort en de schuld, had hij een goede begroting gemaakt. Ik zat naast hem in de raad. Wij moesten vreselijk om elkaars grapjes lachen. Héél geestig.

,,De secretaris van de ministerraad, Marion Hordijk, en Benk Korthals, de enige minister uit Paars II, zeiden allebei dat dit kabinet beter was dan het vorige. Gemakkelijkere groep. Vriendschappelijker. Op Herman na, die zich gaandeweg verder isoleerde.''

De rolverdeling, met Herman als de LPF-minister op de bühne, hebben we in ons eerste bewindsliedenoverleg afgesproken. Het ministerie van Economische Zaken stelt natuurlijk niet veel voor. Maar het bestrijkt het hele veld: het bedrijfsleven heeft last van de criminaliteit, de files, het ziekteverzuim. Je hebt als minister dus een excuus over allerlei onderwerpen een mening te hebben. En dat vindt Herman leuk. Dat is zijn temperament, om naar buiten te komen met uitspraken. Ik was wel vice-premier, maar als ik mijn mond opentrok, zeiden mensen: doe jij eerst eens iets aan die wachtlijsten.

,,De VVD lette bovendien bijzonder op mij. Ik wist dat Zalm speciaal het Kamerlid Wilders op mij had gezet. Als ik Wilders tegenkwam, zei ik: ha, waakhond! Dan lachte hij zo'n beetje, met zijn Mozart-kapsel. Vlak voor de val van het kabinet, de dag voor de uitvaart van Claus, heeft Wilders meegedaan met een opzetje van de oppositie om mij in een besloten vergadering arrogantie te verwijten. Dat lekte prompt. Maar Agnes Kant, die het meeste van de zorg afweet, deed niet mee. Die noemde mij een `verademing'. En op mijn ministerie zeiden ze: als een nieuwe bewindsman zijn dossiers kent en niet stottert, verwijt de Kamer hem dat-ie arrogant is. Dat is de ontgroening.

,,Met Herman en zijn openbare optredens werd het al snel schotsen springen. Ik moest zijn uitspraken in het kabinet verdedigen. Hij vertelde nooit wat hij van plan was. Dan zei ik maar iets vaags en ondersteunends. En de buitenwereld vond hem leuk. Je hoorde wat van een minister.

,,Herman heeft zich daarna onnodig mee laten zuigen in de problemen van de LPF, terwijl hij in het kabinet al gezag verloor. Hij bereidde zich niet voor op de ministerraad, ging voortdurend af. Hij had de meeste spreektijd, maar bereikte het minste. Hij wist niet wat op zijn eigen terrein speelde. Hij was grillig. Het ene moment vond hij de rijksbegroting zo slecht dat hij wilde aftreden, de volgende dag was het de beste begroting ooit gemaakt.

,,Met de problemen van de LPF, het gedoe tussen de partij en de fractie, heb ik me bijna niet beziggehouden. Nadat Ed Maas interim-voorzitter werd, heb ik in september een lange avond met hem en Oscar Hammerstein vergaderd. Dat was op verzoek van Harry Wijnschenk. Ik heb Ed Maas gezegd dat hij wat milder moest denken over de fractieleden. En minder schuttingtaal gebruiken. Maar ik zag ook dat Maas een integere kerel was die het beste voor had met de partij. Uit dat gesprek volgde dat er een vredespoging zou komen tussen Maas en Hammerstein namens de partij, en Harry Wijnschenk namens de fractie. Dat zou 30 september zijn; achteraf middenin het eindspel.

,,Dat begon zaterdag 28 september. Die week waren de problemen met Winny de Jong en Cor Eberhard (toenmalige LPF-fractieleden, red.) naar buiten gekomen. Harry Wijnschenk belde mij 28 september, hij had alle bewindslieden benaderd en wilde een bijeenkomst. Jullie moeten mij adviseren, zei hij, want ik wil Winny de Jong uit de fractie zetten.

,,Ik had helemaal geen zin, had de hele week hard gewerkt. Belde hij om drie uur weer. Je moet komen. Toen is hij me komen ophalen in Gouda en zijn we met de auto van het ministerie naar Rotterdam gereden, naar een gelegenheid in een parkje aan de 's-Gravenweg, Kuyl's fundatie; de eigenaar is een vriend van staatssecretaris Van Eijck. Harry liep rond met drie telefoons. Op de ene was hij Eberhard aan het bedreigen, op de andere sprak hij een journalist. Doe twee van die dingen weg, heb ik gezegd, je wordt gek.

,,Van de fractie en het kabinet waren er ieder een man of vijf. Harry zei: De Jong en Eberhard moeten uit de fractie, want ze misdragen zich. Toen heb ik beweerd: geen disciplinaire maatregelen nemen, maar speculeren dat ze minder belangrijk worden. Voor Labour zitten communisten in het parlement, maar als ze wat zeggen luistert niemand. In die vergadering heb ik iedereen overtuigd. Toen we weer in Gouda waren, zei Harry Wijnschenk `bedankt, dat is dan zo opgelost'.

,,Hij beloofde naar de afspraak te komen met Maas en Hammerstein voor de maandag erop, de 30ste. Maar nadat Harry Wijnschenk – nu psychologiseer ik – ons rijtjeshuis met de woning van Heinsbroek had vergeleken, moet hij hebben gedacht: wie is nou de grote meneer? In ieder geval is hij zondag 29 september omgeslagen. Hij kwam naar de afspraak met Maas, de volgende dag op mijn kantoor, en was na twee minuten alweer weg. `Leuke foto's van Janneke en de kinderen', zei hij nog. Alsof er niets aan de hand was.

,,Maar buiten op de stoep van mijn ministerie kondigt hij aan dat Herman partijleider wordt. Heinsbroek reist daarna meteen terug uit Brussel, geeft een persconferentie en verklaart hetzelfde. Inclusief, heb ik gehoord, dat hij ook vice-premier kan worden.

,,De dagen erna liep de spanning op. De Jong en Eberhard werden uit de fractie gezet, maar alleen omdat Harry Wijnschenk met een nieuwe partij dreigde. Maas en Hammerstein hadden een enorme hekel aan die dreigementen. Zij wilden een respectvolle band tussen de partij en de fractie. Er waren allang verhalen dat mensen uit de fractie een andere partij wilden starten. Zij zeiden: we doen er alles aan de vereniging op poten te zetten, maar dan willen we niet horen dat fractieleden plannen hebben voor een eigen partij.

,,Dus na die fractievergadering waren Maas en Hammerstein opnieuw gekwetst. Ze wezen erop dat in de regio's de geruchten over een nieuwe partij ook onrust brachten. Die regiomensen liepen zich het vuur uit de sloffen. Hammerstein hekelde het deloyale gedrag van fractieleden en vroeg mij door te geven dat zij echt het risico liepen van schorsing of royement. Een paar dagen later, zaterdag 5 oktober, was er een vergadering met de regio's.

,,Ik zag het gevaar toen pas goed. Ik heb woensdag 2 oktober topambtenaar Rob Visser van Algemene Zaken gebeld, die ook de sollicitatiegesprekken in de formatie notuleerde. Ik ben een beetje bezorgd, zei ik, dat de vereniging LPF de fractievoorzitter en misschien een minister er uitgooit. Hij maakte een onderscheid tussen staatsrechtelijk en politiek. Staatsrechtelijk telt alleen de band met de fractie, maar politiek gezien zou je als minister dan meteen moeten aftreden, zei hij.

,,Herman was toen al aan het vertellen dat hij misschien iets nieuws wilde beginnen. Ik heb Visser in vertrouwen genomen – en gezegd dat ik Herman een gevaar voor het land vond. Dat hij álles doorkletst. En regelmatig binnen 24 uur het tegenovergestelde verkondigt. Ik heb Visser nog de casus voorgelegd dat ik, als vice-premier, de ministerraad zou voorstellen Herman te ontslaan. Ik zou dan zelf aftreden, als een meederheid dat voorstel zou afstemmen. Dat leek me een cleane manier. Maar Visser zei dat het niet kon. In ons stelsel dragen de fracties bewindslieden voor, heeft hij me uitgelegd.

,,De volgende dag is er de beruchte bijeenkomst met de bel. In het begin zaten mensen als Heinsbroek en Hoogendijk vaak door elkaar te praten. Toen heb ik een keer in mijn handen geklapt: `Kunnen jullie na elkaar spreken?' Allemaal figuren met een korte lont – als ze wat te binnen schiet, gaan ze meteen praten. Jôh, zeiden ze, met dat handen klappen moet je stoppen. Nou goed. Een naaste ambtenaar had die tafelbel nog in de kast liggen. Ik heb die meegenomen en soms gebruikt. Als Heinsbroek in het buitenland was, had ik hem niet nodig.

,,Toen begon, op 3 oktober 's avonds, de vergadering waarvoor ik ook Hammerstein had uitgenodigd, gezien de moeilijke relatie met de vereniging. Heinsbroek en anderen vonden: Hammerstein komt er niet in. Vrienden, zei ik, jullie moeten voorzichtig zijn, we hebben de band met de vereniging nodig. Als sommige Kamerleden of sommige bewindslieden worden geschorst, hebben we echt grote problemen. Toen heb ik die bel gebruikt om een stemming af te dwingen, zodat Hammerstein werd toegelaten.

,,Daarop liepen Heinsbroek, Wijnschenk en hun volgelingen weg. De meesten bleven zitten. Hammerstein vertelde dingen over de vereniging. Beneden stond de hele Nederlandse pers te wachten. Echt schandalig. Hammerstein is informeel met Herman gaan praten. Anderen liepen op en neer. Ik ben in die zaal blijven zitten. Toen kwamen ze om kwart voor negen met zijn allen weer terug en gingen naar mij zitten kijken. Je geneert je dat je dit allemaal moet vertellen.

,,Daarna zijn we naar beneden gelopen en hebben in een `toneelstukje' eenheid gesuggereerd, zoals Hammerstein later zei. Heinsbroek heeft me trouwens in de marge van de laatste crisisvergadering zelf gezegd dat hij het verhaal over het belletje heeft verteld aan de Volkskrant. `Ik lek meestal niet tegen eigen mensen, maar dat verhaal van dat belletje wel', zei hij. Dat niveau dus.

,,De zaterdag met de regiovoorzitters, 5 oktober, werd voor iedereen duidelijk hoe de vork in de steel stak. Ze vielen Harry Wijnschenk aan, omdat hij steeds wapperde met de dreiging een tweede partij op te richten. Harry ontkende dat niet. En Heinsbroek ging volkomen onverwacht achter Wijnschenk staan. Toen keerde de verontwaardiging zich tegen Herman. Ben jij soms óók bezig een tweede partij op te richten? Heinsbroek gaf een glibberig antwoord. Hij wenste zich niet aan de LPF te committeren. Hij zei niet: ik zal nooit een nieuwe partij stichten.

,,Ik heb op die bijeenkomst nog gesproken over de regering die in een hogere versnelling kwam. Daarachteraan zei ik nog iets van rust en vertrouwen en dat we moesten ophouden met schuttingtaal. `Goed verhaal, Eduard', zei Herman. Maar toen ik na afloop aan de pers een samenvatting gaf, stond hij onbeschoft in de hoek. 's Maandags las ik dat hij het een `lulverhaal' noemde.

,,Zondagavond 6 oktober belde Jan Peter mij over het overlijden van prins Claus, de maandag daarop heb ik alle bewindslieden een briefje gestuurd dat ik ze bilateraal wilde spreken. Heinsbroek schreef terug dat hij niet kwam, de afspraak met Van Eijck is nooit doorgegaan. De anderen maakten duidelijk dat ze Herman niet zouden volgen, als hij besloot af te treden. Nawijn zei: laten we nog één keer samen praten voordat het besluit valt dat Herman weg moet. Maar ik wilde geen schreeuwpartijen in de rouwperiode.

,,Intussen kreeg ik van allerlei collega's en adviseurs het signaal dat ik het goed aanpakte. Dat Hermans vertrek nabij was. Ik herinner me dat ik woensdag 9 oktober bij Wim Kuijken was, de secretaris-generaal van Algemene Zaken. Wim was vreselijk nieuwsgierig. Ik kon niks zeggen. Raad de uitkomst maar, zei ik. `Heinsbroek treedt af.' De volgende dag had ik mijn wekelijkse lunch met mijn staatssecretaris Clemence Ross. Ook zij voorspelde: Herman treedt af.

,,Dat was een soort reality check van mijn kant. Ook in de ministerraad van 11 oktober kreeg ik van collega's als Balkenende, Remkes, Van der Hoeven, Kamp, De Geus te horen: hou vol, blijf een heer, verlaag je niet tot het niveau van Heinsbroek. Allemaal schatten ze in dat hij uit verveling zou aftreden of zou worden gedwongen bij gebrek aan kennis op zijn beleidsterrein. Met Mat Herben, van wie al duidelijk was dat hij de fractie weer ging leiden, heb ik diezelfde middag nog over opvolgers van Herman gesproken. Ik ben er bijna, dacht ik.''

Intussen waren vanuit ambtelijk EZ brieven gelekt die ik eerder aan Heinsbroek had geschreven met kritiek op de modellen van het Centraal Planbureau (CPB). EZ ontkent dat? Ik heb een bron die het zeker weet. De commentator van de NRC en Heinsbroek hebben mij moreel verwerpelijk optreden verweten, omdat ik afkomstig ben van het commerciële Nyfer, de concurrent van het CPB. Maar wie de brieven leest, zal zien dat er niks aan de hand is. Ik heb Heinsbroek de keus gegeven mijn opmerkingen door te geleiden, en hem ook mijn eerdere rol in het debat geschetst. Mijn opmerkingen waren bovendien zeer technisch van aard.

,,Maar goed, Herman kon nu ineens grote verhalen houden dat hij achter het CPB stond, en dat ik verkeerd had geopereerd. Zondag 13 oktober verscheen Gerrit Zalm in Buitenhof en zei dat Heinsbroek en ik elkaars bloed wel konden drinken. Nu was dan toch de openlijke ruzie gecreëerd die ik steeds ontliep.

,,Diezelfde zondag was opnieuw – achteraf de laatste – crisisvergadering van de LPF-bewindslieden. Roelf de Boer van Verkeer en Waterstaat had eerder die week een vergadering belegd zonder Herman en mij. Dat had hij me gemeld. Prima, vond ik. Voor de bijeenkomst zondag, opnieuw in Kuyl's fundatie in Rotterdam, belde hij me: jôh, Eduard, wees nou wijs, accepteer een beetje van de kritiek. Daarom heb ik toegegeven dat ik misschien soms te autoritair was. Ik vond het onzin, hoor, laat dat helder zijn, ik kan mij niet voorstellen dat je de regering hierop laat vallen.

,,Op de bijeenkomst werden Herman en ik er soms buitengezet. Ik heb nog met hem zitten praten over zijn vrouw en haar spirituele interesse in de Indiase filosofie. Hij was met haar meegegaan naar India. Daar was het te langzaam voor hem. Het interesseerde hem niet zo, ze waren maar teruggekomen.

,,Een groot stuk hebben we met zijn negenen gepraat. De zeven zeiden ineens dat ze problemen met ons tweeën hadden. Ik had een keer die bel gebruikt en Herman had, zoals De Boer zei, `alles gelekt wat los en vast zat, niks aan EZ gedaan, was mediageil'. Mijn manier van het leiden van vergaderingen werd dus op gelijk niveau gesteld met wat Herman allemaal op zijn kerfstok had.

,,Diezelfde avond zei Herman trouwens steeds: `Jongens, ik ga aftreden'. Dat heeft hij wel tien keer gezegd. Hij was desperaat. Zijn plan om de grote leider te worden was mislukt. Want het stond al vast dat Herben zou terugkeren als fractievoorzitter, en in de fractie lag de verhouding: twintig voor mij, drie of vier voor Harry en hem.

,,Hij wilde campagne gaan voeren. Herman heeft zoveel geld, die denkt dat hij alles kan kopen. Ik heb hem die avond ook gevraagd: `Zeg Herman, heb jij ook eigen voorlichters?' `Ik heb adviseurs die ik zelf betaal', zei hij. `Ik draag het gedachtegoed van Fortuyn uit, jullie kunnen dat allemaal niet, ik spreek aan in het land, ik ben een stemmentrekker, ik heb er geen zin meer in, ik ga binnenkort aftreden.' Ik dacht steeds: dóé het dan. Maar hij zocht de crash. En Zalm heeft hem geholpen. Herman zag ook wel dat het interessanter was af te treden als er nieuwe verkiezingen kwamen. Anders moest hij drieëneenhalf jaar wachten met zijn LPF 2. Dit was een belangengemeenschap van Zalm en Heinsbroek.

,,En de zeven kwamen er steeds op terug dat het het beste was als wij beiden zouden aftreden. Ik zei: `Jullie zijn niet goed wijs!' Ze geloofden niet dat er dan nieuwe verkiezingen zouden komen. De Boer had hierover met Zalm gesproken. Zalm en De Boer ontkennen dit, maar ik geloof het niet. Zalm heeft de val van het kabinet ingeleid. Het bewijs ontbreekt? Akkoord, maar de loop der gebeurtenissen maakt het een logisch verhaal. Waarom hebben de zeven anders zo gehandeld? Moreel zeer afkeurenswaardig van Zalm.

,,Jan Peter heeft het niet handig aangepakt door die laatste avond in het kabinet, op de dag van Claus' bijzetting, plotseling de agenda te veranderen en over de LPF-problemen te vergaderen. Maar ik verwijt hem dat niet. Hij heeft zich in deze zaak, die ook voor hem moeilijk was, keurig gedragen. Belangstellend, maar zonder zich in partijzaken te mengen. Een waardige opstelling.''

Hij: ,,Ik krijg héél veel mooie brieven. Van allerlei mensen. Heel verrassend.''

Zij: ,,Ook van mensen die wij niet eens kennen.''

Hij: ,,Mensen die je persoonlijk iets willen zeggen.''

Zij: ,,Die bang zijn voor de gezondheidszorg. En voor Nederland op zich. Hoe het verder moet.''

    • Tom-Jan Meeus
    • Herman Staal