Huisarts

Help de dokter verzuipt (Z, 20 okt.) is een treffende weergave van het werk van de huisarts anno 2002. De beschreven situatie geldt niet alleen voor de grote steden, maar is exemplarisch voor heel Nederland, in de grote steden wat meer uitgesproken dan op het platteland. Zelfs in het Groningse Nieuwolde was geen opvolger voor de huisartsenpraktijk te krijgen met als gevolg dat de mensen nu door een verpleegkundige worden behandeld onder supervisie van een huisarts een tiental kilometer verderop.

Ofschoon de huisartsenzorg het fundament is van de gehele gezondheidszorg heeft de overheid weinig oog voor de problematiek. De problemen in de gezondheidszorg worden verengd tot wachtlijstenproblematiek voor ziekenhuiszorg. Hier is onder Paars veel geld in gepompt. Echter, 90 procent van de klachten van patiënten wordt zonder wachtlijsten door de huisarts in de eerstelijn afgehandeld! Als de afgelopen jaren enkele procenten van dit bedrag naar de huisartsenzorg waren gegaan, waren de problemen aanzienlijk minder groot geweest.

Er is wel iets gedaan, maar te weinig en te laat. De onlangs uitgebreide opleidingsplaatsen voor huisartsen stromen niet meer vol.

Afgestudeerde huisartsen wachten met definitieve vestiging in afwachting van betere tijden.

Enkele jaren geleden is de praktijkverpleegkundige in het leven geroepen om de huisarts te ondersteunen. Ook hier is een lange bureaucratische route bedacht die tot een jaar kan oplopen voordat deze functionaris daadwerkelijk aan de slag kan gaan. Er moet een enorm traject van nulmetingen, enquêtes, praktijkvisitatie worden doorlopen omdat een nevendoel, dat vaak tot hoofddoel wordt verheven, kwaliteitsverbetering is. Vanwege dit laatste is de praktijkverpleegkundige ook niet voor alle werkzaamheden inzetbaar, maar alleen voor nauwkeurig aangegeven projecten als diabetescontrole, bloeddrukcontrole, astmabegeleiding. Zijn er in de praktijk veel patiënten met andere problemen dan deze, dan heb je pech gehad.

Op organisatorisch vlak zou men kunnen denken aan het invoeren van een eigen bijdrage voor een bezoek aan de huisarts. In Nederland is dit nieuw, maar in het buitenland is dit heel gewoon. In België noemt men dit treffend remgeld. Veel vragen van patiënten zijn eenvoudig van aard, maar door hun frequentie wel belastend voor de huisarts. Uit onderzoek is bekend dat een klein deel van de patiënten zeer frequent een beroep doet op de huisarts. Een eigen bijdrage zou de patiënten meer stimuleren eenvoudige vragen in de eigen omgeving, zoals voorheen gebruikelijk was, op te lossen.

    • Hans Gimbel