Het pleidooi voor goud

Goud is op de langere termijn het enige stabiele betaalmiddel. Willen we verlost zijn van zeepbellen en valutacrises, dan moeten we terugkeren naar de Gouden Standaard.

De afgelopen dertig jaar zijn we getuige geweest van een voortdenderende inflatie, een scala aan speculatieve zeepbellen en een opeenvolging van valutacrises. Valt er dan op geen enkele manier te ontsnappen aan deze ellende, die zich uitstrekt van de dagarbeiders in Buenos Aires tot de gepensioneerden in New York? Eén oplossing dient zich aan: een idee dat zo impopulair is, dat slechts een handjevol zonderlingen het vandaag de dag in overweging durft te nemen. Om de wereldeconomie van haar chronische instabiliteit af te helpen, moeten we terugkeren naar de Gouden Standaard.

In de inleiding van een onlangs uitgegeven verzameling historische geschriften over goud (The Case for Gold, uitg. Pickering & Chatto) houdt William Rees-Mogg een pleidooi voor goud. Van alle betaalmiddelen die de mens ooit heeft uitgevonden is goud volgens Rees-Mogg op de langere termijn het enige stabiele. Sinds Groot-Brittannië in 1931 de Gouden Standaard losliet, heeft het pond sterling meer dan 98 procent van zijn waarde verloren. Goud heeft daarentegen zijn waarde behouden: een acre (4.047 vierkante meter) Britse landbouwgrond kostte in 1800 tien ounces goud en tweehonderd jaar later ruwweg hetzelfde.

Rees-Mogg betoogt dat een papieren betaalmiddel, dat gevoelig is voor inflatie en waarvan de waarde bepaald wordt op de valutamarkten, niet voldoet aan twee klassieke vereisten: dat geld zowel een standaard voor betalingen moet zijn als een opslagplaats voor waarde. The Case for Gold bevat een nog overtuigender kritiek op papieren betaalmiddelen. Economen van de Oostenrijkse school, zoals Ludwig von Mises en Murray Rothbard, betogen dat de rentevoet op een vrije markt moet worden bepaald door de krachten van vraag en aanbod, en niet door het dictaat van de centrale banken. Een aan goud verankerde munteenheid, zo beweren zij, voorziet in een zichzelf in evenwicht houdend mechanisme, dat de vraag naar investeringen vereffent met het aanbod van spaargelden en de vraag naar importen met het aanbod van exporten.

Volgens de Oostenrijkse economen lijden papieren betaalmiddelen onder het onvermogen van centrale bankiers om de juiste rentevoet te bepalen. Om hun politieke meesters te plezieren, hebben centrale bankiers de neiging de rentetarieven te laag te houden. Dat kan nare gevolgen hebben, waaronder overdreven investeringen, onvoldoende besparingen, de overbelasting van kredietlijnen en het optreden van onevenwichtigheden in de handel.

In feite zijn al deze onregelmatigheden eind jaren negentig aan de dag getreden in de Verenigde Staten, hetgeen verklaart waarom de Oostenrijkse economen het vooral voorzien hebben op voorzitter Alan Greenspan van de Federal Reserve. De Oostenrijkers erkennen dat er ook in de periode van de Gouden Standaard sprake was van hausses en baisses, maar zij betogen dat de hausses van nature – door middel van stijgende rentetarieven – de neiging hadden te verdwijnen voordat te veel schade kon worden aangericht.

Hoe sterk het pleidooi voor goud ook mag zijn, er is geen enkele kans op een terugkeer van de Gouden Standaard. In de eerste plaats komt dat door de gevestigde belangen. Centrale bankiers zullen niet vrijwillig de grote macht afstaan die ze nu bezitten, en als economen zullen zij altijd gronden vinden waarmee ze hun activiteiten kunnen verdedigen. In de tweede plaats willen de meeste burgers van moderne democratieën niet graag leven onder het rigoureuze regime van de Gouden Standaard, dat hen het plezier der consumptie zou ontzeggen voordat de pijn van de accumulatie achter de rug zou zijn.

Maar ook al lijkt de terugkeer naar de Gouden Standaard een verloren zaak, de vooruitzichten van goud als beleggingsobject zijn buitengewoon positief. Waarom? Omdat goud het meestal goed doet als andere beleggingsobjecten het slecht doen. Het biedt bescherming tegen inflatie als obligaties het zwaar te verduren hebben. Het doet het ook goed tijdens baisses op de aandelenmarkten, die van nature geneigd zijn achterom te kijken. Bovendien biedt goud als enige beleggingsobject een soort superverzekering tegen de gevolgen van oorlog en andere onplezierige gebeurtenissen.

Al deze omstandigheden zijn of komen wellicht de komende paar jaar aan de orde. De Verenigde Staten staan op de drempel van een oorlog met Irak. Er is een gerede kans dat de westerse aandelenmarkten nog enige tijd in de lappenmand blijven. De beurshausse van eind jaren negentig heeft tot een grote berg schulden geleid. Het kan zijn dat beleidsmakers, en bereidwillige centrale bankiers, van mening zijn dat de beste manier om van deze schulden af te komen een verhoging van de inflatie is. Als dat gebeurt, zullen de obligaties kelderen.

De stemming op de goudmarkt zelf is ook omgeslagen. Eind jaren negentig werden de mijnbedrijven zo pessimistisch over de daling van de goudprijs – die in twintig jaar tijd van ongeveer 850 dollar per ounce was gekelderd naar minder dan 250 dollar per ounce – dat zij hun toevlucht namen tot grote termijnverkopen, waardoor de prijs alleen nog maar verder inzakte. Deze situatie is nu aan het veranderen. De goudproducenten beginnen hun termijnverkopen te staken. Ze zijn ook aan het consolideren, waardoor de productie zal afnemen.

De afgelopen jaren zijn de centrale banken de grootste vijanden van de voorstanders van goud geworden. De banken hebben hun goudvoorraden in leen gegeven aan short sellers (die speculeren op koersdalingen), en ze hebben ook grote hoeveelheden goud verkocht. Aan deze verkopen komt nu een eind. Goud dat voorheen door de centrale banken is uitgeleend, is nu terechtgekomen in handen van beleggers, die de waarde ervan niet graag ondermijnd zien worden. Uiteindelijk is een pleidooi voor goud als beleggingsobject niet veel anders dan een pleidooi voor goud als betaalmiddel. Als je gelooft in de onfeilbaarheid van centrale bankiers kun je het edelmetaal beter mijden, maar als je daar niet in gelooft, moet je het kopen.

© Breaking Views

Vertaling Menno Grootveld