HET OOR TE LUISTEREN

Vertrouwensleerlingen lossen veel conflicten op. Maar bij ongewenst seksueel gedrag wordt hun hulp nooit ingeroepen.

Praten is belangrijk voor jongeren om ervaringen op het gebied van ongewenst seksueel gedrag op school te kunnen verwerken. Dat schrijft Cristien Bajema in haar promotieonderzoek `Omgaan met seksueel gedrag op school, copingstrategieën van jongeren in het voortgezet onderwijs'. Maar niet iedereen heeft iemand om zoiets mee te bespreken. Daarom pleit Bajema voor het aanstellen van `vertrouwensleerlingen', als een tussenlaag tussen leerlingen en de vertrouwensdocent. ``Medeleerlingen zijn beter benaderbaar, mits de hele schoolpopulatie goed vertegenwoordigd is.'

Eén op de zes jongeren heeft op school te maken met ongewenst seksueel gedrag van leraren (25%) of medeleerlingen (75%), schrijft Bajema. En toch is ongewenst seksueel gedrag op school een nauwelijks onderzocht gebied. In Nederland verscheen in 1996 het eerste onderzoek hierover en over de grens is het al niet veel beter. Het onderzoek van Bajema naar de vraag hoe jongeren omgaan met ongewenst seksueel gedrag is uniek in zijn soort. Zij ondervroeg hiervoor 2800 vierdeklassers van verschillende scholen in Groningen en Utrecht naar hun ervaringen en de verwerking hiervan.

Wanneer jongeren te maken krijgen met ongewenst seksueel gedrag blijkt de meerderheid op het moment zelf het voorval te negeren of er een pakkend weerwoord op te geven. Achteraf blijkt dat ruim de helft van de jongeren hun ervaring verwerken door erover te praten met anderen. Meestal zijn die anderen vriendinnen of vrienden (90%). Ongeveer eenderde vertelt het aan hun ouders. Slechts weinigen (3%) melden hun ervaring bij de speciaal daarvoor aangestelde vertrouwenspersoon (vaak een docent of decaan). ``In tegenstelling tot de beleidsuitgangspunten blijkt de vertrouwenspersoon voor jongeren niet het eerste aanspreekpunt te zijn', zegt Bajema hierover. Dat kan te maken hebben met onbekendheid met het schoolbeleid tegen seksuele intimidatie. Bajema vond dat de helft van alle scholieren geen weet heeft van een dergelijk beleid. Daarnaast hangt het volgens de onderzoekster af van de ernst van de gebeurtenis of een jongere de stap zet om naar een vertrouwenspersoon te gaan. ``Fysiek gedrag wordt over het algemeen als ernstiger ervaren dan alleen een opmerking.'

De drempel om naar een vertrouwensleerling te stappen is wellicht minder hoog, denkt Bajema. Het Christiaan Huygens College in Eindhoven werkt al zes jaar met vertrouwensleerlingen. Op dit moment zijn er drie: Manon (14, 3-vwo), Pieter (16, 4-vmbo theoretische leerweg) en Anne (13, 2-havo) en zijn er vijf, uit verschillende klassen en van verschillende schooltypen, in opleiding. Alle drie zijn ze vertrouwensleerling geworden omdat zij `gewoon mensen wilden helpen'. Manon: ``Dat je er kunt zijn voor mensen die niemand hebben.' Om beurten bemensen de vertrouwensleerlingen iedere dag in de middagpauze de spreekkamer. Maar ook buiten de spreekkamer zijn ze vertrouwensleerling. Anne: ``Als ik op het schoolplein een meisje helemaal alleen zie staan ga ik naar haar toe en vraag ik of er iets is. Dan weet ze in ieder geval dat ik er voor haar ben.'

Want vertrouwensleerlingen zijn er, vanzelfsprekend, niet alleen voor seksuele intimidatie, maar voor het hele scala aan problemen waarmee jongeren te kampen kunnen hebben, van liefdesverdriet tot echtscheiding en van pesten tot drugs- en drankverslaving. Er wordt dus een behoorlijke verantwoordelijkheid op de schouders van de vertrouwensleerlingen geladen. ``Klopt', zegt vertrouwensdocent en begeleider van de vertrouwensleerlingen, Pieter Molenaar. ``Daarom is het heel belangrijk om aan te geven wat zij wel zelf mogen oplossen en bij welke problemen zij alleen mogen doorverwijzen. Die grenzen moeten heel duidelijk voor ze zijn. Seksuele intimidatie is geen probleem dat een vertrouwensleerling kan of mag oplossen. In zo'n geval kan hij of zij alleen een luisterend oor bieden, vertellen dat het goed is dat diegene naar voren is gekomen met zijn of haar verhaal en deze leerling vervolgens, met diens toestemming, doorverwijzen, naar mij, naar de schoolmaatschappelijk werkster of als een leerling echt geen bemoeienis binnen school wil rechtstreeks naar de Riagg.'

Als een vertrouwensleerling een dergelijke zware problematiek op zijn of haar bordje heeft gekregen wil Molenaar dat altijd weten. Dezelfde dag nog. ``Ik ben zuinig op mijn vertrouwensleerlingen, ik voel me verantwoordelijk voor hun geestelijke gezondheid en ik wil voorkomen dat ze zelf met zoiets blijven rondlopen.'

Voordat leerlingen als vertrouwensleerling aan de slag gaan, geeft Molenaar ze een uitvoerige training. Ze krijgen gesprekstechnieken en rollenspelen om te leren omgaan met emoties en ze krijgen algemene informatie over de mogelijke problemen waarmee zij in aanraking kunnen komen. De training, `leerlingen ondersteunen leerlingen', is ontwikkeld door bureau Sardes in Utrecht, samen met een stappenplan voor invoering op school. ``Voor scholen is het best een cultuuromslag', vertelt projectleider Karin Vaessen. ``Vooral voor docenten blijkt het moeilijk om dat vertrouwen aan leerlingen te geven. Dat heeft te maken met kunnen loslaten.' Vaessen schat dat momenteel tussen de tien en twintig scholen met vertrouwensleerlingen werken.

Op het Christiaan Huygens College heeft geen van de drie vertrouwensleerlingen tot nu toe te maken gehad met zware problemen. Het bleef bij ruzies tussen geliefden, tussen vriendinnen en kleine conflicten met docenten. Al die zaken hebben de vertrouwensleerlingen zelf opgelost, via gesprekken met degenen die bij het conflict betrokken waren. In het verleden hebben zij wel te maken gehad met zware pestgevallen, chantage en seksuele intimidatie. In al die gevallen hebben zij een luisterend oor kunnen bieden en kunnen doorverwijzen. Niet één geval betrof echter seksuele intimidatie op school, terwijl die er, volgens de statistieken, wel hadden moeten zijn. Molenaar heeft hier geen verklaring voor. Wel denkt hij dat van het aanstellen van vertrouwensleerlingen ook een preventieve werking uitgaat. ``Sinds onze school vertrouwensleerlingen heeft is bijvoorbeeld het aantal gesignaleerde pestgevallen omlaag gegaan.'

`Omgaan met ongewenst seksueel gedrag op school' van Cristien Bajema is uitgegeven bij Van Gorcum, ISBN 90 232 3769 2.

Meer informatie over de training `Leerlingen ondersteunen leerlingen' is verkrijgbaar bij de uitgever, bureau Extern: tel. 072-5670002.

    • Jacqueline Kuijpers