HET OOGWIT IS EEN BETROUWBARE SPIEGEL VAN DE KOEIENZIEL

Wie wil weten hoe een koe zich voelt kan het beste naar haar ogen kijken. Koeien onder negatieve stress laten meer oogwit zien. Veehouders en veeteeltinspecteurs kunnen het verschil als maat van welzijn gebruiken, aldus Noorse onderzoekers.

Agnethe Sandem en haar collega's Braastad en Boe van de afdeling Dierwetenschappen van de landbouwuniversiteit van Noorwegen, in Ås, gaven een groep van 12 stuks Noors roodvee een grote houten kist met vers gras. Een vergelijkbare andere groep kreeg, wat treiterig, een vergelijkbare box met een transparant, geperforeerd perspex deksel dat ze weerhield het gras te eten dat ze konden zien en ruiken. Voor het experiment waren de groepen aan de twee soorten boxen gewend. Het team legde de reacties van de dieren op video vast (Applied Animal Behaviour Science, 20 sept).

Bij de gefrustreerde groep groeide het oogwit uit tot meer dan twee maal zo groot zelfs bij dieren die geen andere uiting van frustratie gaven. Tot vier minuten na het begin van de confrontatie nam het percentage getoond oogwit nog geleidelijk toe. Vrijwel alle dieren van deze groep gaven op ten minste één manier uiting aan in hun frustratie: vooral door agressiviteit, maar ook door bewegingstereotypieën, loeien, het schudden met de kop en kopstootjes. Koeien die vrijelijk hun gang konden gaan met het gras, toonden minder dan de helft van de hoeveelheid oogwit dat koeien die positief noch negatief gestimuleerd werden. De hoeveelheid zichtbaar oogwit is dus zowel een indicatie voor welzijn als voor stress.

Onderzoek naar dierenwelzijn heeft zich altijd vooral gericht op verstoord welbevinden. In het geval van koeien worden tot op heden omslachtige en trage technieken gebruikt, zoals bloedanalyse en hartslagmetingen. Koeien goed naar de ogen kijken werkt een stuk sneller en verschaft bovendien informatie over het welbevinden. De signaalwaarde van koeienoogwit bij een stress-situatie van langere duur wordt nog uitgezocht om te beginnen bij Noorse koeien met en zonder hun kalfjes.

    • Frans van der Helm