Het dak op om naar de sterren te kijken

Een groot deel van zijn leven is Paul Rondel al bezig met het bouwen en verbeteren van de telescoop op zijn dak. Hij bracht er speciaal een koepel voor aan op zijn huis. Wat kost dat nou, zo'n telescoop?

Het verwerkelijken van een droom vergt soms een half mensenleven. Tijdens de Duitse bezetting kreeg Paul Rondel (75), toen schooljongen te Helmond, een boekje waarin stond hoe je van een buis, een brilleglas en een loupe een telescoop kon bouwen. Dat deed hij. ,,Terwijl mijn vader dacht dat ik in bed lag te lezen, zat ik achter de schoorsteen op het dak naar de Pleiaden te kijken'', zegt hij nu, staande naast een mansgrote telescoop op een zware stellage, en dat weer ter hoogte van de nok van zijn huis. Een deel van het dak is weggeschoven voor een ongehinderde blik op het uitspansel en meer bewegingsruimte voor sterrekijker en amateurastronoom.

De telescoop heeft een brandpuntsafstand van 1.70 meter, een spiegel van negentien centimeter doorsnee en hij vergroot driehonderd maal. Inclusief observatieplateau en schuifdak hebben we het dan over een besteding van zeker €10.000. Sommigen die graag een telescoop willen, plaatsen gewoon een bestelling en betalen de binnenkomende rekening - voor Rondel was het een lange weg met veel denk- en ander werk.

De eerste stap naar een eigen telescoop zette hij in september 1944 op een slagveld bij zijn net bevrijde woonplaats: tussen gesneuvelde Duitsers vond hij een mortiergranaatwerperstatief waar heel goed een zware telescoop op kon. In de jaren zestig - hij werkte bij het Polygoon Journaal en schreef teksten voor Philip Bloemendaal - hadden loupe en brilleglas plaatsgemaakt voor een kijker van pakweg een meter. Rondel huurde toen met vrouw en baby voor tien gulden per maand een pakhuiszolder in hartje Amsterdam en bracht tijdens heldere nachten zijn kijker in stelling op het platte dak van de buren. Probleem was de grootstedelijke lucht- en lichtvervuiling, en Rondels doorbraak richting heelal werd pas mogelijk dankzij een erfenis: in 1967 kocht hij voor krap ƒ40.000 een monumentale boerderij uit 1750 in de Betuwe, op het hoogste punt van het dorp. Hij stelt nadrukkelijk dat de mogelijkheid zijn jongensdroom te verwezenlijken een belangrijke reden was voor de aankoop en de verhuizing, en dus voor de wijze waarop hij de erfenis van zijn moeder besteedde. ,,Kort daarna zagen de buren ineens een motorzaag door het dak komen'', memoreert Rondel met zichtbaar genoegen. Hij was begonnen aan de bouw van zijn koepel.

Minder genoeglijk was dat hij bij de transactie een grote financiële steek had laten vallen: ,,Ik heb me nooit voor geld geïnteresseerd, als ik wat verdiende was ik blij. De grond hierachter hoorde bij de boerderij, en er mocht gebouwd worden. De vorige eigenaar wilde het apart verkopen, en dat deed hij. Ieder ander in mijn plaats had gezegd: dat gaat zomaar niet! Had iemand me toen maar geassisteerd, maar ik deed alles op mijn eigen houtje. Ik ben zo onzakelijk! Als ik die grond erbij had gekocht had ik nog wat schuld kunnen maken.''

Veel tijd besteedde Rondel vervolgens aan het zelf slijpen van de parabolische spiegel voor zijn telescoop. ,,Vraag maar eens hoeveel het zou kosten om dat te laten doen!'', verzucht hij. Zijn rekening? Vooral een paar potjes polijstpoeder en twee oude patrijspoorten die hij voor ƒ50 kocht op een scheepssloperij in Hendrik Ido Ambacht. De twee ronde stukken glas, elk een paar centimeter dik, schuurde hij ,,vele, vele honderden uren'' op de juiste manier over elkaar zodat er één bol en één hol werd, en liet de laatste ,,voor een symbolisch bedrag'' met aluminium bedampen. Verder ging zo'n ƒ100 op aan stellage en behuizing, en ƒ250 aan prisma en oculair.

Ook in de Betuwe zijn lucht en licht nu zo vervuild dat de winst die Rondel in 1967 boekte al ruimschoots verloren ging. Onlangs reed hij daarom met de kijker naar de Franse Jura, installeerde zijn Duitse mortiergranaatwerperstatief op een duizend meter hoge berg en had eindelijk weer eens helder zicht op de manen van Jupiter en de ringen van Saturnus. Thuis staat de kijker op een zelf gelaste stellage, en draait het apparaat rond de as van de versnellingsbak van een Rover waarin de Rondels ooit rondreden. Gratis, maar onwrikbaar stabiel.

Terugblikkend op een leven rond een telescoop stelt Paul Rondel: ,,Het is vooral een excuus om 's nachts op het dak te zitten.''

Dit is het achtste deel in een serie over de financiering van kostbare bezittingen. De eerdere delen verschenen op 24 en 31 augustus, 7, 21, 28 september, 5 en 19 oktober.