Gijzelingen in Rusland lopen zelden goed af

Grote gijzelingsacties zijn vaak goed afgelopen voor de gegijzelden. Behalve als het om Russen ging.

Als de Russisch-Tsjetsjeense geschiedenis zich herhaalt, moeten de honderden gijzelaars in het Moskouse theater voor hun leven vrezen. In vergelijking met landen die eerder het slachtoffer waren van grote gijzelingen elders – van de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979 tot de kaping van een Indiaas verkeersvliegtuig op de drempel van het nieuwe millennium – beëindigden de Russen `hun' gijzelingen meestal met grof geweld. Met honderden doden als gevolg.

De Tsjetsjeense rebellen hebben de afgelopen jaren een uiterst gewelddadige reputatie opgebouwd als het gaat om ontvoeringen, kapingen en gijzelingen, meestal met politieke motieven, maar soms ook gewoon om losgeld. Ziekenhuizen, hotels, veerboten, overheidsgebouwen, een heel dorp – en nu een theater in het hart van Moskou. De Russen hebben er nooit vat op gekregen.

De groep Tsjetsjenen die het theaterpubliek gevangen houdt, eist van de Russische president Poetin de toezegging dat de Russische troepen zich terugtrekken uit Tsjetsjenië. Als dat niet gebeurt zullen de gijzelaars ,,één voor één worden doodgeschoten, allemaal'', zei de Tsjetsjeense vertegenwoordiger Abusaid gisteren. Dat is een frase die vaker is gebruikt bij gijzelingen, maar zelden is uitgevoerd. Moeilijkheid voor de in het nauw gedreven regering is echter altijd dat zij er niet op kunnen rekenen dat de militanten hun woorden níet in daden omzetten.

Eerdere grote gijzelingen laten zien dat tijd-winnen door onderhandelen de sleutel kan zijn voor een oplossing waarin bloedvergieten beperkt blijft. Dat bleek uit de twee treinkapingen door militante Zuid-Molukkers die Nederland in 1975 (Wijster) en 1977 (De Punt) opschrikten. Het bleek ook bij de maandenlange bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran, in november 1979, kort nadat ayatollah Khomeiny de macht in Iran had overgenomen van de Shah. Zo'n vierhonderd Iraanse militanten namen 63 Amerikanen in gijzeling. Ze eisten onder meer de uitlevering van de zieke, eerder gevluchte Shah, die in New York werd behandeld.

De toenmalige president Carter staakte de import van olie, bevroor de Iraanse tegoeden bij de Amerikaanse banken en beval de uitzetting van Iraanse studenten en 183 diplomaten. De Shah vertrok van Amerika naar Panama, en later naar Egypte, maar de gijzelaars zouden ruim een jaar – 442 dagen – vast blijven. Na talloze mislukte bemiddelingspogingen leidden uiteindelijk onderhandelingen via de Algerijnse regering tot de vrijlating van de 52 overgebleven gijzelaars bij de inauguratie van Ronald Reagan tot president – in ruil voor miljarden dollars voor Iraanse tegoeden.

Enkele jaren later, in oktober 1985, werd het Italiaanse cruiseschip Achille Lauro met vierhonderd passagiers en bemanningsleden aan boord, gekaapt door vier Palestijnen voor de kust van Egypte. Zij eisten de vrijlating van 50 Palestijnse gevangenen door Israël. De Amerikaan Leon Klinghoffer, half verlamd en aangewezen op een rolstoel, werd daarbij vermoord en overboord gekieperd, maar de Egyptische autoriteiten grepen niet in en Israël peinsde niet over vrijlating van de gevangenen. Egypte gaf de kapers een vrijgeleide, maar Amerikaanse gevechtsvliegtuigen dwongen het toestel waarmee de kapers vertrokken tot een spectaculaire landing op Sicilië. Italië pakte de kapers op, maar leverde ze niet uit aan de VS.

Ook bij de bezetting van de residentie van de Japanse ambassadeur in de Peruaanse hoofdstad Lima, in december 1996, bleven de meeste gijzelaars ongedeerd. Daar hielden veertien Tupac Amaru-rebellen eerst 400, en later 71 vooraanstaande bezoekers van de Japanse party vier maanden lang gegijzeld. De eis van de guerrilla's – de vrijlating van 440 gevangenen – werd genegeerd en de dreigementen van de rebellen om de gijzelaars te doden bleken loos. De toenmalige Peruaanse president, Alberto Fujimori, gaf uiteindelijk een commando-eenheid het bevel de residentie te bestormen. Daarbij kwamen alle rebellen om het leven, de gijzelaars bleven ongedeerd, een slachtoffer dat een hartaanval kreeg uitgezonderd.

Ook één van de laatste grote vliegtuigkapingen – die van 11 september vorig jaar buiten beschouwing gelaten – liep goed af voor de meeste gijzelaars. Een Airbus van Indian Airlines werd in december 1999 boven Nepal gekaapt en naar Afghanistan geleid door Pakistaanse militanten, die de vrijlating van een aantal gevangenen uit Indiase gevangenissen eisten. Tot verbijstering van velen gaf India toe aan de eisen. De kapers ontkwamen met hulp van de Talibaan.

Daarentegen verliepen de grote Tsjetsjeense gijzelingsacties beduidend bloediger. Zij vonden plaats tegen de achtergrond van de oorlog in Tsjetsjenië en werden door de Russische autoriteiten ook als zodanig behandeld: zij stuurden het leger erop af. De eerste keer, de gijzeling van een ziekenhuis in de zuid-Russische stad Boedjonnovsk in juni 1995, eindigde in een bloedbad toen Russische troepen twee keer het ziekenhuis bestormden. De aanvallen werden afgeslagen door de militanten, die de gijzelaars als menselijk schild voor de ramen hadden geposteerd.

Uiteindelijk kreeg hun leider, Sjamil Basajev, het voor elkaar dat hij direct kon onderhandelen met de toenmalige premier Tsjernomyrdin. ,,Goedendag, Sjamil Basajev, hier spreekt Tsjernomyrdin. Het is een hele slechte lijn. Kun je me horen?'', sprak de premier destijds in een telefoongesprek dat direct werd uitgezonden op tv. ,,Bij deze, voor miljoenen kijkers, beveel ik officieel dat de militaire acties in Tsjetsjenië moeten worden gestaakt en dat onderhandelingen moeten worden begonnen.'' De Tsjetsjenen die het bloedbad hadden overleefd mochten met bussen de stad verlaten. Hun omgekomen makkers kregen zij mee in een koelwagen.

De oorlog werd korte tijd daarop hervat en een half jaar later liep de volgende gijzeling – het hele dorpje Pervomajskaya – opnieuw uit de hand. Meer dan honderd Russen werden hier gevangen gehouden na een aanval op het stadje Kizlyar in de republiek Dagestan. Zware Russische aanvallen kostten meer dan honderd levens. Televisie-ploegen legden alles vast en brachten de slachtpartij tot in de huiskamers. Het is niet voor niks dat familieleden van de gegijzelde musicalgangers in Moskou zich vooral bezorgd tonen over een eventuele bevrijdingsactie door hun eigen troepen.