DNB stopt met muntdistributie

Banken in Nederland kunnen vanaf 1 januari 2003 niet langer terecht bij De Nederlandsche Bank (DNB) om muntgeld kosteloos in te leveren. Ook kunnen munten niet langer tegen gereduceerd tarief worden besteld. De commerciële muntverwerkers Brinks en Geldnet nemen de taken van DNB over.

Dat is een gevolg van afspraken tussen de centrale banken in de eurolanden om voortaan één lijn te trekken bij de verspreiding van muntgeld.

Voor het `afstorten' en bestellen van muntgeld hanteerden de centrale banken tot nu toe verschillende tarieven. Zo was het bijvoorbeeld mogelijk voor een Belgische bank gratis muntgeld in te leveren in Nederland bij de DNB. De kosten om muntgeld in te leveren in België werden zo omzeild.

Banken doen in Nederland voor hun munten sinds 1993 uitsluitend zaken met DNB. De centrale bank rekende geen marktconforme tarieven, omdat het van de overheid jaarlijks een subsidie van 2,1 miljoen euro kreeg.

Door de nieuwe Europese afspraken moeten de banken voor de muntendistributie voortaan contracten sluiten met commerciële muntverwerkers. DNB houdt alleen een muntendepot aan om de tekorten die in de markt ontstaan aan te vullen en overschotten af te romen.

De Raad voor de Nederlandse Detailhandel (RND) juicht de marktwerking toe, maar is bezorgd over het `oligopolie' dat ontstaat. De enige commerciële muntdistributeurs in Nederland zijn Brinks en Geldnet. ,,Hier is een rol weggelegd voor een toezichthouder zoals de Nederlandse Mededingingsautoriteit, die moet beoordelen of het gevraagde tarief redelijk is'', aldus de RND.

De raad vreest dat Brinks en Geldnet de kosten voor het in depot houden van muntgeld (rentederving, bewaarkosten) zullen afwentelen op de detailhandel.