De vlucht voor de zwarte school is onstuitbaar

Witte ouders mijden zwarte scholen. En daarvan komen er steeds meer. De tweedeling wordt groter, ondanks alle goedwillende pogingen.

Het is wel een beetje gek, zegt Elise Steilberg. Ze woont in de Amsterdamse Pijp, een wijk met veel allochtonen. Maar haar kinderen (5 en 8 jaar) zitten op de Asvo-school met bijna alleen autochtone kinderen. Elise Steilberg koos niet speciaal voor een witte school, zegt ze, maar in haar vrienden- en kennissenkring was het dé school. Uit heel Amsterdam brengen ouders hun kinderen daarheen. Ze heeft zich, toen haar jongste zoontje twee was, maar opgegeven. En tot haar verbazing werd ze ingeloot, een kans van een op vijf.

Toen Elise Steilberg ging kijken vond ze de Asvo wel erg wit en elitair. Maar ze vond het ook een heel prettige school. ,,De sfeer was goed. Ik heb ook naar andere scholen gekeken, maar ik zag niets leukers. Als ik langs de zwarte scholen hier in de buurt loop, vind ik dat de kinderen zo hard en rauw met elkaar omgaan. Daar zou ik mijn kinderen niet graag tussen zien. Maar dat heeft niets met de kleur van de kinderen te maken.''

De tweedeling in het basisonderwijs neemt toe, blijkt uit verschillende onderzoeken. Er komen steeds meer `zwarte basisscholen'. Ook het aantal `witte' scholen neemt toe. Niet alleen in de grote steden, maar vooral ook in kleinere gemeenten groeit het aantal zwarte scholen – meestal wordt de definitie `een school met meer dan 50 procent allochtone leerlingen' gehanteerd. Dat komt deels door het groeiende aantal allochtone leerlingen, maar veel meer nog door de keuze die ouders maken.

Een school mag niet te zwart zijn. Of het kritische punt bij 30, 40 of 50 procent allochtone leerlingen ligt, weet niemand, maar elke directeur van een `zwarte' school ziet het gebeuren: de witte ouders komen niet meer en brengen hun kinderen desnoods met de auto naar een school in een andere wijk.

Tegen deze `witte vlucht' is weinig te doen. Nederland kent vrijheid van onderwijs – artikel 23 van de Grondwet – en dus vrijheid van schoolkeuze; ouders kunnen niet gedwongen worden om hun kinderen naar een bepaalde school te sturen. Juist daarom zijn pogingen om te komen tot een vrijwillige spreiding in verschillende gemeenten – Gouda, Tiel, Amersfoort – mislukt. Ook de Almelose schooldirecteur die deze week pleitte voor een maximum van 20 procent allochtone leerlingen per basisschool, loopt tegen de grenzen van de wet aan.

Enkele politici hebben geopperd artikel 23 aan te passen, onder meer om spreiding te kunnen afdwingen en integratie te bevorderen. Zoals toenmalig minister van binnenlandse zaken Dijkstal in 1995 en dit jaar toenmalig minister van Integratie Van Boxtel. Beiden kregen te maken met veel kritiek.

Kenneth Craig, directeur van de `zwarte' Parelschool in Amsterdam is niet voor gedwongen spreiding. ,,Met onwillige honden is het slecht hazen vangen'', zegt hij. ,,Ouders moeten achter de keuze staan, anders vinden ze altijd wel een reden waarom het niet goed is.''

Als witte ouders een school kiezen, kijken ze naar de kleur op het schoolplein, zegt onderwijsspecialist Zeki Arslan van het multicultureel instituut Forum. ,,Als te veel koppies zwart zijn, knappen ze daarop af, zonder te kijken naar wat de school verder te bieden heeft. Overigens mijden ook hoog opgeleide allochtone ouders steeds vaker zwarte scholen, maar die groep is te klein om echt tegenwicht te bieden.''

Uit onderzoek van het SCO-Kohnstamm Instituut, onderdeel van de Universiteit van Amsterdam, blijkt dat `kleur' belangrijker is voor ouders dan de resultaten van een school. Arslan: ,,Maar ze schamen zich om het te zeggen. Ik zou het graag bespreekbaar maken, zodat we er wat aan kunnen doen.''

Dat is lastig, want autochtone ouders komen er niet graag voor uit dat de kleur van de school de doorslag geeft. Katinka Poel ergert zich daaraan. Haar twee oudste zoons hebben, bij hen om de hoek, op de Parelschool gezeten, de jongste zit er nog op. ,,De witte school hier in de buurt is ma-te-loos populair. De school voert een zeer streng toelatingsbeleid, ouders liggen bij wijze spreken op hun knieën voor een plaats. De Parelschool vinden ze ongezien geen optie. Ouders hebben zoveel vooroordelen. Ze zouden geen Nederlands spreken in de klas en constant vechten op het schoolplein. Maar het is juist een heel fijne school, met heel veel aandacht voor de leerlingen.''

Nederlandse ouders zoeken voor hun kind vooral een school met leerlingen die dezelfde achtergrond hebben. Arslan: ,,Ouders kiezen intuïtief voor `ons soort mensen'. Irene Harmsen, directeur van de Asvo school: ,,Ouders willen er graag bijhoren. En ik moet zeggen, het ís ook een leuke groep ouders.''

Elise Steilberg, die is getrouwd met een Turkse man, viel het op hoe weinig affiniteit veel Asvo-ouders hebben met ,,de niet-hoogopgeleide, niet-goedverdienende, niet-autochtone bevolkingsgroep. Ze hebben er nooit mee te maken. Maar in de binnenstad, waar de school staat, wonen wel 18 procent allochtonen.''

Ze was inmiddels bestuurslid van de school en wilde er wat aan doen. Directeur Harmsen was het met haar eens. Steilberg: ,,Ik wilde in ieder geval de discussie voeren. Maar wel voorzichtig, het is zo'n precair onderwerp. Je voelt dat mensen wel politiek correct willen zijn, maar bang zijn dat hun kind daar de dupe van wordt.'' Het resultaat is dat de school nu een voorrangsbeleid voert en streeft naar 18 procent allochtonen om een afspiegeling van de wijk te zijn.

Kenneth Craig van de Parelschool heeft een tijd veel moeite gedaan om `witte' ouders uit de buurt voor zijn school te interesseren, maar is daarmee opgehouden. ,,Ze kwamen voor de vorm kijken, maar hun keuze was al gemaakt'.'' Vooral het gebrek aan argumenten steekt Craig. ,,Als ze zouden zeggen: `We willen deze school niet want de sfeer of het onderwijsconcept staat me niet aan', vind ik het prima. We steken nu geen energie meer in witte ouders, maar alleen nog maar in de school.''

Een zwarte school heeft zo zijn voordelen, ontdekte Katinka Poel. Op de Parelschool zijn de klassen een stuk kleiner dan de klassen op de witte school, bovendien is er een intern begeleider en zijn er twee `remedial teachers'. Daarvoor is budget want voor allochtone kinderen krijgt een school volgens een bepaalde verdeelsleutel bijna twee keer zoveel geld als voor een autochtoon kind. Poel: ,,Als de ouders van de witte school dat horen, willen ze dat ook. Vooral als ze een kind hebben dat extra begeleiding nodig heeft. `Maak een afspraak op de Parel', zeg ik dan. Dan kijken ze me een beetje bevreemd aan. Ze willen die voordelen op hún witte school.''

    • Sheila Kamerman