Als Van Wely spreekt komt er heibel

Op de Schaakolympiade in Bled hoopt het Nederlandse team als Europees kampioen opnieuw op een hoge klassering. Die kans bestaat, maar onderlinge fricties konden wel eens roet in het eten gooien.

De een vindt het prachtig, de ander schudt moedeloos het hoofd, maar over een ding zijn de meeste schakers het wel eens, wanneer Loek van Wely spreekt, komt er heibel. Twee maanden voor de Olympiade, die vandaag in Bled begint, besloot de kopman van de Nederlandse ploeg dat het weer eens tijd was voor enkele krachtige uitspraken. In een interview in de Volkskrant gaf hij zijn tong de vrije teugel en sprak hij denigrerend over grootmeesters als Anand, die hij ,,een vuile rat'' noemde en de Israeliër Sutovsky die het met de kwalificatie ,,die vetzak'' mocht doen. Maar de meeste aandacht trok zijn frontale aanval op teamcaptain Genna Sosonko. Volgens Van Wely was het vorig jaar behaalde Europese kampioenschap zeker niet de verdienste van Sosonko. Hij had zich nauwelijks ergens mee bemoeit en was er niet in geslaagd om het team tot een hechte eenheid te smeden. Voor de Olympiade zou een andere captain dan ook geen slecht idee zijn. Dat was opmerkelijk, want juist Sosonko had met gouden wissels in de slotrondes alle reden tot tevredenheid, terwijl Van Wely in Leon de enige speler was met een min-score.

Directe consequenties had de kritiek van Van Wely niet. Hij voerde een telefonisch gesprek met Sosonko dat weinig ophelderde en daar bleef het bij. Aan de vooravond van de Olympiade stelt Sosonko dat hij geen moment heeft overwogen om terug te treden. Evenmin voelde hij behoefte om het geschil uit te praten. ,,Dat is ook mijn taak niet. Ik moet proberen om het team zo goed mogelijk te laten spelen, maar ik ga niet over hun opvoeding. Als Van Wely zo denkt is het niet aan mij om hem van gedachten te laten veranderen, zolang hij maar functioneert in het team. Ik was wel zeer verbaasd over zijn uitspraken, vooral omdat hij in Leon niets van zijn onvrede heeft laten merken.''

Als een verdere verklaring voor zijn passieve houding noemt Sosonko zijn beperkte bevoegdheden: ,,Mijn werk begint op het moment dat we op het vliegveld samenkomen en zit er weer op als we op 11 november op datzelfde vliegveld terugkeren. Ik selecteer de spelers niet en kan ook niet zoals de Ierse coach op het WK voetbal een speler naar huis sturen omdat zijn gedrag me niet bevalt. De bond had ook een stel misdadigers uit de Leeuwardse gevangenis kunnen selecteren, dan ga ik ook, of niet natuurlijk.''

Met Loek van Wely, Ivan Sokolov, Sergei Tiviakov, Friso Nijboer en Erik van den Doel is het team dat Europees kampioen werd nagenoeg intact gebleven. Alleen Jeroen Piket, die het topschaak vaarwel heeft gezegd, is er niet bij in Bled. En andermaal ontbreekt Jan Timman. Niet omdat hij, zoals vaak wordt beweerd, fel gekant is tegen de dopingcontroles van de FIDE, maar naar eigen zeggen omdat de bond stelselmatig verzuimt om met hem in contact te treden. Nieuwkomer in het olympiadeteam is de jonge Friese meester Sipke Ernst.

Normaal gesproken zouden Van Wely en Sokolov de motor van de ploeg moeten zijn, maar ook tussen hen is er een onplezierige wrijving ontstaan na het genoemde interview. Sokolov was laaiend dat een grapje dat hij zich op een feestje permitteerde door Van Wely naar buiten werd gebracht als een serieus voorstel. Gevraagd om commentaar reageert Sokolov resoluut: ,,Daar wil ik helemaal niets over zeggen. Er zijn schakers zoals Kortsjnoi die opbloeien bij conflicten. Bij mij werkt dat alleen maar contra-productief.''

En dan is er nog een andere, opmerkelijke complicatie, namelijk het huwelijk van de zus van de eerste bordspeler. Onder druk van zijn familie heeft Van Wely besloten om halverwege het toernooi op en neer te vliegen naar Nederland, waardoor hij twee rondes zal moeten missen. Sosonko vindt deze energie vretende onderbreking te gek voor woorden, maar moet andermaal toegeven dat hij door de bond, die geen bezwaren zag, voor een voldongen feit werd gesteld.

Over de kansen van zijn team, vindt de captain, valt weinig te zeggen. Daar zal pas enig zicht op komen na een aantal ronden, wanneer ook duidelijk zal worden of er nog steeds strubbelingen zijn die de prestaties beïnvloeden. Maar meteen voegt Sosonko daar aan toe dat dit toch minder belangrijk is dan de buitenwacht denkt en bestrijdt hij tegelijkertijd Van Wely's idee van teambuilding: ,,Schaken kan natuurlijk nooit een echte teamsport zijn. Het blijft een individuele sport die in een wedstrijd als de Olympiade aan meerdere borden wordt uitgeoefend. In ons geval gaat het daarbij om zes totaal verschillende mensen in leeftijd, opvoeding en mentaliteit. Dan hangt het er in de eerste plaats vanaf of iedereen doet wat hij moet doen aan zijn eigen bord.'' Stricte teamdiscipline zoals je dat in het voetbal ziet vindt hij dan ook weinig zinvol: ,,De ene speler voelt zich het fijnst als hij om vier uur 's nachts naar bed gaat en pas een uur voor het begin van de ronde opstaat, terwijl een ander juist al om tien uur op een oor wil liggen. Van mij mogen ze aan hun dagelijkse ritme vasthouden, dat heeft niets te maken met discipline.''

Rest tenslotte de vraag wat Van Wely zelf van deze Olympiade verwacht, zeker na zijn matige optreden onlangs in Hoogeveen. Ondanks alles blijkt hij optimistisch gestemd: ,,Ik heb er een goed gevoel over en ik hoop dat ik me daar niet in vergis. Normaal gesproken zal Rusland met Kasparov goud pakken, maar als iedereen goed in vorm is kunnen we hoog eindigen.'' Zorgen over de sfeer in het team maakt hij zich in ieder geval niet. Hij heeft Sokolov zijn excuses aangeboden en de laatste keer dat hij Sosonko zag leek ook hun probleem de wereld uit. Die conclusie wordt in ieder geval niet gedeeld door Sosonko: ,,Alleen omdat ik hem normaal een hand gaf gelooft hij dat alles weer in orde is. Dat denk ik niet.''