Versnelling

Op een fiets met versnellingen kun je je krachten beter verdelen. Als je voelt dat het trappen te zwaar gaat dan kun je terugschakelen naar een lagere versnelling. Wielrenners zeggen trouwens nooit `versnellingen'. Zij hebben een ander woord. Zij zetten hun fiets in een hoger of lager `verzet'.

Versnellingen bewijzen hun nut vooral in de bergen of als er eens veel wind staat. Maar ook in het vlakke terrein maken versnellingen het fietsen makkelijker, doordat je in een lage versnelling kunt optrekken, om dan over te schakelen naar een hogere versnelling als je eenmaal snelheid hebt.

Schakelen op de fiets doe je met je handen. Bij de eenvoudigste schakelsystemen heb je een een hendeltje dat in drie standen kan staan. In zijn één trapt de fiets het lichtst, in zijn drie het zwaarst. De tweede versnelling zit daar precies tussenin en trapt ongeveer even zwaar als een fiets zonder versnellingen.

Racefietsen en mountainbikes hebben ingewikkelder schakelsystemen met soms wel 27 versnellingen. Als je zo'n fiets ziet kun je makkelijk uitrekenen hoeveel versnellingen die heeft. Je telt het aantal tandwielen bij de trappers en het aantal tandwielen bij de achteras. Dan vermenigvuldig je die twee getallen en dan weet je het aantal versnellingen.

Met drie tandwielen voor en zeven tandwielen achter haal je dus 3x7=27 versnellingen. Dat klinkt lekker veel. Maar door zo te rekenen speel je wel een klein beetje vals. Er zitten namelijk combinaties tussen die even zwaar trappen. En er zijn versnellingen die je niet gebruiken kunt, omdat anders de kans groot is dat de ketting eraf loopt.

Ingewikkelder versnellingen moeten met twee handen bediend worden met een draaiknop of een hendeltje dat in de buurt van beide handvaten zit. Met de ene hand regel je de positie van de ketting op de voorste tandwielen, en met de andere hand regel je welk tandwiel de ketting achter gebruikt. Speciale kettinggeleiders sturen de ketting van het ene tandwiel naar het andere.

Bij het achterwiel zie je dat de ketting nog een paar extra slingers maakt om twee kleine tandwieltjes. Zij zijn verbonden met een onzichtbare veer die als functie heeft de ketting op spanning te houden. Als je namelijk naar een kleiner tandwiel zou schakelen zonder die veer, dan zou de ketting slap gaan hangen. Maar de veer trekt nu de kettinggeleide-wieltjes naar achter, waardoor de ketting mooi strak blijft staan.