Toekijker grijpt alleen impulsief in

Verontwaardiging alom over het feit dat mensen dinsdag in Venlo toekeken hoe een man werd doodgeslagen, zonder dat ze ingrepen. Maar eigenlijk had je niks anders mogen verwachten. Hoe groter een groep, hoe kleiner de kans dat het individu ingrijpt.

Het is eigenlijk verbazingwekkend hoe verbaasd iedereen telkens is als iemand bij klaarlichte dag wordt doodgeslagen en niemand heeft ingegrepen. Sinds Aristoteles, Hobbes, Nietschze, Freud en andere professionele denkers is het westerse gedachtegoed doordrongen van de idee dat de mens van nature slecht is. Of in elk geval meer gericht op zelfbehoud dan altruïstisch. Maar als toeschouwers van geweld niets doen, is iedereen verbijsterd. Dan wil iedereen weten hoe dat kan, hoe dat werkt, en hoe je mensen ertoe beweegt in zulke gevallen wél actie te ondernemen.

Het bekendste sociaal-psychologische onderzoek op dit gebied kwam in de jaren zestig op gang in de Verenigde Staten nadat in de New Yorkse wijk Queens een jonge vrouw was doodgestoken. De moordpartij duurde drie kwartier, Kitty Genovese schreeuwde al die tijd om hulp, en achtendertig buren keken en hoorden toe en deden niets – ze belden niet eens de politie. Wat dat betreft is het al vooruitgang te noemen dat omstanders in Venlo daadwerkelijk 1-1-2 belden.

Voor de psychologen Bibb Latané en John Darley was de zaak-Genovese aanleiding voor een reeks studies. Ze lieten onder meer studenten vragenlijsten invullen in een ruimte die langzaam met rook gevuld werd, en in aparte hokjes discussiëren via een intercomsysteem, waarbij ze hoorden dat iemand in een ander hokje onwel werd. In één-op-één situaties bleek steeds iedereen te vluchten voor de rook of de zieke mede-proefpersoon te helpen, maar de kans dat mensen in actie kwamen slonk sterk naarmate het aantal aanwezigen toenam. Latané en Darley noemden dit het bystander effect.

Verder onderzoek wees uit dat het niet alleen werd veroorzaakt door een gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid (laat iemand anders maar iets doen), maar dat mensen in vreemde, nieuwe situaties ook naar elkaar kijken voor aanwijzingen hoe ze moeten handelen. Als een ander dan niets doet, zal dat wel de `goede' reactie zijn, denken ze. `The group must be right.' Overigens gaat het daarbij helemaal niet om een bewuste, weloverwogen gedachtegang; mensen `deïndividueren' nu eenmaal in meer of mindere mate wanneer ze zich in een groep bevinden.

Het is een van de redenen dat het moeilijk is om mensen op te roepen om iets te doen als ze getuige zijn van geweld. Minister Remkes (Binnenlandse Zaken) deed dat vandaag in het Algemeen Dagblad: hij had de daders ,,een gigantische rotschop'' verkocht als hij erbij had gestaan.

Als mensen in noodsituaties handelen, doen ze dat meestal instinctief. Daarom voelen mensen die iemand uit een brandend huis hebben gered of tussen straatvechters zijn gesprongen, zich vaak een beetje schuldig of ongemakkelijk over hun heldenstatus: ze hebben het gevoel dat ze vanuit empathie hadden moeten handelen, dat ze pas een echte held waren geweest als ze het besluit om in te grijpen bewust hadden genomen.

Uit een onderzoek in de jaren zestig bleek dat veel mensen die overvallers tegenhielden zelf nogal agressieve types waren: wapenbezitters vaak, die zulk gedrag paraat hadden. De meesten van ons zullen domweg niet weten hoe we een overvaller moeten aanpakken. `Boze Samaritanen' werden de helden in dit onderzoek genoemd.

Mensen vertonen heldengedrag in het algemeen op impuls, niet uit medelijden, altruïsme of principe. Voordat mensen een noodsituatie bewust als noodsituatie interpreteren, voordat ze actief bedacht hebben dat ze iets kunnen doen – ook al doet verder niemand iets – voordat ze bedenken wat ze dan kunnen doen, en voordat ze dat ook gaan doen, kan het al te laat zijn.