Sociaal-democratie

Met veel belangstelling heb ik het artikel van Ido de Haan over de toekomst van de sociaal-democratie (Boeken, 11.10.02) gelezen. Terecht merkt hij op dat het onjuist is de linkse achterban in termen van klasseverschillen te definiëren. Het was de ideologie waarmee de socialistische elite zich een eigen aanhang creëerde.

Echter, wanneer De Haan probeert aan te geven wat nu zo bijzonder is aan deze ideologie dat het belang ervan opnieuw benadrukt zou moeten worden, dan blijft hij steken in anti-termen. `Links', zo stelt hij, `verenigt groepen die strijden tegen onrechtvaardige ongelijkheid, of die nu wordt veroorzaakt door de markt, door religie of door de staat.' Als definitie voor een politieke richting is dit natuurlijk wel erg pover. Volgens mij is er geen enkele partij in de beschaafde wereld die zich niet keert tegen onrechtvaardige ongelijkheid (er bestaat kennelijk ook voor socialisten zoiets als rechtvaardige ongelijkheid). Het verhaal van De Haan laat mij geen andere conclusie dan dat links alleen van christen-democraten, liberalen en conservatieven verschilt doordat het niets positiefs te melden heeft.

Typisch voor de socialistische ideologie is dat ze mensen probeert te laten geloven dat ze zielig zijn. `Zielenpoten in den lande, verenigt u', dat is de leus waarmee De Haan de volgende verkiezingen lijkt te willen winnen. `Geef ons uw stem, dan zorgen wij er wel voor dat de samenleving opdraait voor al uw problemen, daar hebt u recht op; verplichtingen zijn er alleen voor de ander.' Geef mij dan toch maar de sociaal-democratie zoals die, samen met de liberalen, onder Paars ons land regeerde. Die werd tenminste nog enigszins geleid door het besef dat ook socialisten hun eigen individuele verantwoordelijkheid hebben. Maar het pragmatisme van Paars was nu juist iets waar De Haan een hartgrondige hekel aan had.

    • Hans van de Breevaart