Peper krijgt 3,7 ton van KPMG

Adviesbureau KPMG moet een voorlopige schadevergoeding van ruim 373.000 euro betalen aan oud-minister Bram Peper van Binnenlandse Zaken.

Dit heeft de rechtbank van Amsterdam gisteren gelast in een kort geding van Peper tegen KPMG. De rechtbank vindt het ,,in hoge mate aannemelijk'' dat Peper in een bodemprocedure geld krijgt toegewezen van KPMG en wijst een deel van dat bedrag nu al toe, aldus rechtbankpresident Gisolf gisteren.

KPMG onderzocht twee jaar geleden ter ondersteuning van de gemeente Rotterdam, het declaratiegedrag van Peper. Hij was tussen 1982 en 1998 burgemeester van Rotterdam. Het KPMG-onderzoek noopte hem begin 2000 te vertrekken als minister van Binnenlandse Zaken. Peper deed die stap nadat hij een concept-rapport ter inzage had gekregen. Hij verzette zich tegen de inhoud, maar zei geen verweer te kunnen voeren zolang hij minister van Binnenlandse Zaken was.

De gemeente Rotterdam publiceerde het KPMG-document als bijlage van een onderzoeksrapport naar declaraties door gemeentebestuurders. De gemeenteraad oordeelde unaniem uiterst negatief over Peper. Het openbaar ministerie deed strafrechtelijk onderzoek en seponeerde de zaak nadat Peper 7.500 gulden had terugbetaald die hij in strijd met de wet had gedeclareerd. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam vindt nog steeds dat Peper 64.000 gulden te veel heeft gedeclareerd, maar Peper weigert dit terug te betalen.

De oud-burgemeester voerde de laatste anderhalf jaar met succes procedures tegen de wijze waarop de KPMG-accountants hun onderzoek hebben gedaan. Zowel de tuchtraad voor accountants als het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) waren negatief over het KPMG-rapport.

KPMG is verweten dat het nader onderzoek achterwege liet toen twijfel rees over enkele gerapporteerde feiten. Ook heeft KPMG de feiten suggestief gepresenteerd en Peper onvoldoende gelegenheid geboden deze te weerleggen. Op die punten oordeelde het CBB vernietigend over KPMG.

In het kort geding vorderde Peper alvast 700.000 euro van KPMG, hangende de bodemprocedure. De rechtbank wijst daarvan het gederfde ministerssalaris (ruim 77.000 euro) en gederfd wachtgeld (246.000 euro) toe.

Volgens de rechtbank is er een direct verband tussen het concept-rapport van KPMG en het verlies van het ministerschap, reden waarom een deel van de vordering nu al is toegewezen.

Peper wil uiteindelijk een ,,bedrag van zes nullen in euro's'' terugvorderen van KPMG, zo zei hij zelf.