Nooit meer in een gareel

Het nieuws stond vorige week in alle kranten: Rijk de Gooyer spioneerde rond 1960 voor de BVD en de CIA in Berlijn. Hij had het in Nova zelf opgebiecht, als opmaat naar het boek dat deze week over hem is verschenen. De Gooyer was destijds verbonden aan de filmschool van de UFA, en verdiende in het geheim 2.000 gulden per maand bij met – deels gefantaseerde – verhalen over de contacten die hij legde in toneelspelerskringen in Oost-Berlijn. Maar nooit heeft hij, naar zijn zeggen, iemand in moeilijkheden gebracht.

Het boek voegt aan deze onthulling geen saillante bijzonderheden toe. Hier moeten we het mee doen. Het is een sterk verhaal, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat het verzonnen is. De Gooyer zit immers vol sterke verhalen, waarvan niettemin aan te nemen valt dat ze echt gebeurd zijn. Zoals zijn oversteek in 1944 naar de geallieerde kant, zijn rol bij de arrestatie van Himmler een jaar later, zijn daaropvolgende functie als stellvertretend Bürgermeister op het eiland Sylt en de talloze anekdotes en practical jokes waarmee hij zijn lange acteurscarrière altijd heeft opgevrolijkt.

De auteurs Stijn Aerden en Klaas Vos hebben hem in de biografie Rijk in elk geval op zijn woord geloofd. `Het is een bundeling verhalen die Rijk de Gooyer graag wilde vertellen', schrijven ze in hun voorwoord. Hier en daar hebben ze wat feiten toegevoegd, of kort commentaar van een collega, maar de hoofdpersoon `heeft dit ruikertje zelf voor u samengesteld'. Het klinkt als een verontschuldiging vooraf voor een boek dat dan ook telkens heen en weer slingert tussen een biografie en een collectie vlot opgediste vertellingen. Een aantal van die episoden was trouwens al bekend uit het aanstekelijke boekje dat Herman Pieter de Boer in 1979 over Rijk de Gooyer schreef.

In grote lijnen roepen Aerden en Vos een levendig beeld op van een man, die ietwat verwilderd uit de oorlog kwam en daarna eigenlijk nooit meer in een gareel paste. Het boek wemelt van de pesterijen en vuistgevechten – fysiek en verbaal – die op papier soms een vlerkerige indruk maken. Maar aan de andere kant blijkt ook een sterk ontwikkeld plichtsbesef te staan, dat door de nu 76-jarige acteur wordt toegeschreven aan zijn gereformeerde opvoeding. Het belangrijkste bij acteren, zegt hij, is je tekst kennen.

Tekenend is het verhaal over een nachtelijk drinkgelag met zijn huidige kompaan Maarten Spanjer, die telkens bezorgd vroeg of ze nu niet naar huis moesten om hun teksten voor de volgende dag te leren. `Ach nee,' zei De Gooyer steeds. `Dat komt allemaal wel.' De volgende dag stond Spanjer dan ook te stuntelen, maar De Gooyer had zijn tekst vlekkeloos onder de knie. `Maarten', riep hij triomfantelijk tijdens een door Spanjer veroorzaakt oponthoud, `je moet wél je tekst kennen!'

De Gooyer is er de man niet naar om veel dieper op zijn acteerkunst in te gaan. Ook is hij in het openbaar zelden te betrappen op introspectie, onder het motto: `Achteraf kijk je een koe in zijn kont.' Maar wel weten de biografen zijn samenwerking met Johnny Kraaykamp aardig te typeren, evenals zijn met drank overgoten mannenvriendschappen. Zijn vele reclamewerk (`wat dat betreft ben ik een hoer, een slet') brengen ze terug op een levenslange huiver voor armoede. En soms lukt het hen zelfs een sterk verhaal te relativeren. Dat uit de tv-taxi van Spanjer gegooide Gouden Kalf heeft De Gooyer later gewoon weer uit de berm gehaald, bijvoorbeeld. Hij zette het kleinood achter de bar van zijn stamcafé. Licht beschadigd, dat wel.

Stijn Aerden en Klaas Vos: Rijk. De negen levens van De Gooyer. Thomas Rap, 352 blz. €17,50

    • Henk van Gelder