Nieuwe politiek

Aangezien ook ik niet wilde achterblijven, heb ik bij de notaris de naam van een nieuwe partij gedeponeerd. Daarna ben ik naar de Kiesraad gegaan om mijn partij in te schrijven voor de komende verkiezingen. De naam van mijn partij is de Nieuwe Samenwerkende Beweging, kortweg de NSB. Ik ben erg trots op de door mij bedachte naam. Dat het moest beginnen met Nieuw sprak voor zich, want mijn partij staat voor een nieuwe politiek die heel anders zal zijn dan de oude politiek. Verder gaat mijn partij met iedereen samenwerken en ten slotte zal mijn partij meer een beweging zijn dan een partij. Dat is een kwestie van moderniteit, zoals Pim terecht heeft opgemerkt.

Tot ver om de hoek bij de Kiesraad, drie straten verder, stonden de mensen al te wachten om hun nieuwe partijen in te schrijven. Wie beweert dat de nieuwe politiek niet leeft, heeft zijn ogen in zijn zak. Toen iemand door het lange wachten flauw viel, kon ik handig inschuiven, en daardoor kwam ik in de buurt van Herman Heinsbroek en Harry Wijnschenk. Iets daar achter, maar nog juist voor mij, stond Oscar Hammerstein. Vooral bij Heinsbroek en Wijnschenk duurde het erg lang. Het leek wel of zij met een hele reeks van partijen mee gaan doen. Toen Hammerstein voor het loket stond, werd de stemming grimmiger. De advocaat wilde een partij inschrijven namens een cliënt die zelf niet aanwezig kon zijn, maar de ambtenaar zei dat dit niet was toegestaan. Daarop begon de advocaat heftig te gebaren en even later trok hij een wetboek uit zijn achterzak alsof het een revolver was. Hij pakte zijn telefoon, begon daarmee te gesticuleren en riep ten slotte tegen de man achter het loket dat hij een geding verwachten kon.

Toen was ik aan de beurt!

De ambtenaar noteerde mijn partij en zei dat hij het een aansprekende naam vond. Hij vroeg of ik het hierbij wilde laten, want wettelijk was het mogelijk om verschillende partijen in te schrijven. Hardop nadenkend zei ik dat ik misschien wel iets voelde voor de Nieuwe Samenwerkende Daadkracht Partij, kortweg de NSDAP, maar toen werd ik ruw op de schouder getikt door Jan Nagel, die achter mij bleek te staan.

Nagel stond te steigeren van woede. Hij riep op luide toon dat hij nog diezelfde morgen diezelfde naam bij notaris Van Hengstum te Hilversum had gedeponeerd. Ik deinsde achteruit en hakkelde dat het beslist niet mijn bedoeling was om Jan Nagel in de wielen te rijden. Wat ik wilde, waar ik als het ware naar snakte, was juist om eenheid en samenwerking te brengen. Om mijn wil tot verzoening te bekrachtigen, stelde ik Nagel voor samen een nieuwe partij te beginnen. Nagel veerde op, maar dan moest er natuurlijk een nieuwe naam komen. Hij had daar al over nagedacht. ,,Wat dacht je van Nieuw Nederland?'' zei hij. Ik proefde de naam op de tong en was onmiddellijk enthousiast.

Gezamenlijk staken wij onze hoofden door het loket, maar het gezicht van de ambtenaar betrok toen wij hem vertelden van ons plan. ,,Dan bent u te laat'', zei hij, ,,die naam is al in 1934 gedeponeerd. Als u even wacht, zal ik de oprichtingsnotulen voor u halen.'' Niet lang daarna kwam hij terug met een oude klapper en las voor: ,,Orde! Mannen en Vrouwen van Nederland, Volksgenoten. Toen wij onze eerste campagne openden, liet ons volk zich niet zonder moeite overtuigen dat de eerste teekenen al zichtbaar waren van den naderenden chaos, die vroeg of laat met de geestelijke ontworteling van Westerschen volken gepaard moest gaan.''

De ambtenaar sloeg de klapper dicht. ,,U ziet het'', zei hij, ,,die beweging bestaat al.'' Dat was een zware domper op onze plannen voor een nieuwe politiek.

    • Max Pam