Nieuwe poging om atoomclub klein te houden

Noord-Korea heeft jarenlang de VS bedrogen, en dat met een stalen gezicht tegenover een Amerikaanse afgezant toegegeven. In 1994 had Pyongyang met Washington het zogenoemde Agreed Framework gesloten om het Koreaanse schiereiland te vrijwaren van atoomwapens. In ruil voor de Noord-Koreaanse toezegging zijn heimelijke nucleaire wapenprogramma te beëindigen verbond Amerika zich Noord-Korea te helpen bij de bouw van veilige reactoren, en in afwachting van de voltooiing daarvan het land te voorzien van fossiele brandstof voor zijn energievoorziening.

Al langer bestond in Washington de verdenking dat het regime van Kim Jong Il zich niet hield aan de afspraken. De Japanse premier Koizumi, die vorige maand Pyongyang bezocht, slaagde er niet in opheldering te krijgen. Begin oktober legde onderminister James Kelly in de Noord-Koreaanse hoofdstad de Amerikaanse bewijzen over. Hij verwachtte een keiharde ontkenning, maar kreeg te horen dat Noord-Korea inderdaad zijn heimelijke atoomprogramma had voortgezet en het Agreed Framework opzegde.

Het Noord-Koreaanse bedrog is een dubbele tegenslag. Het is een zodanig ernstige schending van vertrouwen dat voortgezette diplomatie op voet van gelijkwaardigheid, zoals gebruikelijk tussen soevereine staten, nagenoeg onmogelijk is geworden, en het is een noodlottige aantasting van de toch al moeizame pogingen het internationale verbod op de spreiding van kernwapens zoveel mogelijk in stand te houden. In 1993 had de Noord-Koreaanse regering aangekondigd uit het Non-proliferatieverdrag van 1968 te zullen stappen. Ex-president Carter bemiddelde, het Agreed Framework was het gevolg. De `Clinton-doctrine' – betrokkenheid tonen in plaats van de confrontatie aangaan – leek te werken. Niet dus.

De eerste Amerikaanse reacties tonen de verwarring die is ontstaan. De VS eisen onmiddellijke beëindiging van Noord-Korea's atoomprogramma en zouden de brandstofleveranties stop willen zetten. Maar om hun eis kracht bij te zetten beperken de Amerikanen zich vooralsnog tot het doen van een dringend beroep op de internationale gemeenschap, Noord-Korea's buurlanden voorop. Pyongyang moet er toe worden gebracht naar de afspraken van het Agreed Framework terug te keren.

Een groter verschil dan tussen de Amerikaanse benadering van Irak en die van Noord-Korea valt niet voor te stellen. Het probleem-Saddam wil Amerika zo nodig alleen en gewapenderhand uit de wereld helpen, voor het vraagstuk-Kim kan het kennelijk diplomatieke hulp van derden niet ontberen.

De Noord-Koreanen maken van de verwarring handig gebruik. Zuidkoreaanse gesprekspartners hebben zij laten weten bereid te zijn tot een dialoog met Washington. De eerlijke makelaars worden geacht voor beide antagonisten bruikbaar te zijn. De regering-Bush, menen de afgezanten van Kim Jong Il, moet eerst maar eens haar taal tegenover Noord-Korea kuisen, een voorwaarde die in Peking, Tokio en Seoul misschien nog wel op sympathie kan rekenen. Vervolgens moet er gepraat kunnen worden over een volwaardige diplomatieke erkenning van Noord-Korea als soevereine staat, een fase in de ontwikkeling naar eenheid die men in Seoul liever zou overslaan.

Met de aanduiding `axis of evil' begin dit jaar had president Bush Irak, Iran en Noord-Korea op een hoop gegooid. Het was historisch een ongelukkige karakteristiek en praktisch een zinloze categorisering. Wel staan alle drie voor de ondermijning van een belangrijk beleidsstuk uit de jaren zestig, het verdrag tegen spreiding van kernwapens. Het toen door Amerika, de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië aan de internationale gemeenschap voorgelegde verdrag was gebaseerd op de aanname dat het aantal kernwapenlanden beperkt kon blijven tot de vijf grote mogendheden die op dat moment al de atoomdrempel waren overgegaan. Nieuwe regels en internationaal toezicht dienden de risico's van het atoomtijdperk zoveel mogelijk binnen grenzen te houden.

Inmiddels hebben zich drie nieuwe landen bij de atoomclub gevoegd: India, Pakistan en Israël. Als landen die aan, op of net over de drempel staan worden beschouwd: Noord-Korea, Iran, Irak en Libië. Ze liggen alle in een spanningsgebied. Maar behalve de verbreiding van kernwapens zijn er andere massavernietigingswapens in omloop gekomen, chemische en biologische. Deze zijn wel de kernwapens van de armen genoemd.

Ten slotte is er de verbreiding van technologie voor de aanmaak van raketten, doelmatige transportmiddelen voor massavernietigingswapens. Sancties tegen landen en ondernemingen die de internationale afspraken tot het tegengaan van massavernietigingswapens en de bijbehorende transportmiddelen schenden, hebben weinig tot niets opgeleverd.

Met morele verontwaardiging over de gang van zaken komt de wereld niet verder. Sancties zijn een zwak en omstreden instrument gebleken. Zelfs Amerika, dat de meeste sancties uitvaardigde, is er opportunistisch mee omgesprongen. Toen Pakistan zich vorig jaar aansloot bij de coalitie tegen het internationale terrorisme, werden de sancties tegen dat land, onder meer opgelegd wegens de Pakistaanse bom, ingetrokken.

De internationale regelgeving tegen de spreiding van massavernietigingswapens heeft de spreiding niet kunnen voorkomen. Noord-Korea zet het vraagstuk nu opnieuw op scherp. Amerika zoekt het antwoord in het herijken van de oude consensus. Dat zou een nieuw begin kunnen zijn.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.