Kippenvel bij reünie Tourfamilie

De Ronde van Frankrijk bestaat volgend jaar honderd jaar. Gisteren al begonnen de feestelijkheden, met de presentatie van het parkoers in 2003 en een reünie van 21 winnaars.

Lance Armstrong en 197 van zijn collega's gaan volgend jaar, van 5 tot en met 27 juli, de Tour de France van 1903 nog eens dunnetjes overdoen. Kauwgom kauwend en onderuitgezakt op de eerste rij van de grote zaal in het Palais des Congrès in Parijs zag de viervoudige Tourwinnaar uit Texas gisteren hoe het parkoers voor de feestelijke editie van de Tour van 2003 publiek werd gemaakt. Dat gebeurde op een groot scherm, met oogstrelende computeranimaties. De kijker vloog als het ware met de snelheid van een gevechtsvliegtuig over het Franse vasteland, kloksgewijs, de richting waarin 99 jaar geleden ook de eerste Tour de France werd gereden.

Armstrong, wiens seizoen al een maand geleden eindigde, verkeerde in het gezelschap van twintig van zijn voorgangers, allemaal keurig geklede mannen, meestal in donkere pakken. Allemaal hadden ze eenmaal of meer keren de mooiste wielerronde ter wereld gewonnen en met zichtbaar plezier waren ze voor de bijzondere reünie naar Parijs gekomen, de wielerstad par excellence. Voor de gelegenheid waren ze bijna allemaal ook naar de kapper geweest. Iedereen droeg een stropdas, behalve Armstrong en de Duitser Jan Ullrich (Tourwinnaar in 1997). Sommigen beschikken nog over een atletisch lijf, anderen zijn in de loop der jaren fors uitgedijd, zoals Eddy Merckx (1969, '70, '71, '72 en '74), de zich moeizaam voortbewegende Luxemburger Charly Gaul (1958) en de Fransman Lucien Aimar (1966), die tegenwoordig in elk geval fysiek de uitstraling van een levensgenieter heeft.

De twee Nederlanders in het selecte gezelschap, de 62-jarige Jan Janssen (winnaar in 1968) en de zeven jaar jongere Joop Zoetemelk (1980), zien er ook nog steeds gesoigneerd uit, evenals de charmante Belg Lucien van Impe (56 jaar, Tourwinnaar in 1976) en de stijlvolle Felice Gimondi (60 jaar en Tourwinnaar in '65).

Een voor een werden ze aan het publiek voorgesteld, van de Zwitser Ferdi Kübler, met 83 jaar de oudste nog in leven zijnde Tourwinnaar (1950), tot en met Armstrong, die zich over negen maanden in het exclusieve rijtje van vijfvoudige Tourwinnaars (Anquetil, Merckx, Hinault en Indurain) wil scharen. De opkomst van Merckx deed de applausmeter het verst uitslaan, Bernard Hinault ('78, '79, '81, '82 en '85) was goede tweede. Tourspeaker Daniel Mangeas vroeg de aanwezigen – renners, ploegleiders, sponsors, journalisten en andere genodigden – in `Allo Allo'-Engels om ,,a standing ovation'' voor de 21 Tourwinnaars. Mooi om te zien hoe de oude helden zich met de huidige generatie verstonden. Merckx met Armstrong, Ullrich met Gimondi.

Een dag eerder hadden de 21 hoofdrolspelers zich al in Parijs verzameld. Samen dineerden ze woensdagavond in het vijfsterrenrestaurant Le Doyen, bij – hoe kon het ook anders – de Champs-Elysées. Boven specialiteiten van het huis zoals grote knapperige langoustines uit Bretagne, blanc de turbot braisé en millefeuille de fines `krampouz' craquantes au citron haalden ze herinneringen aan vroeger en nog niet zo lang geleden op. ,,Als het koud was, was jij de betere. Als het warm was, was ik de beste'', zei de Spanjaard Federico Bahamontes in een klimmersonderonsje met Gaul. Slechts één nog in leven zijnde oud-Tourkampioen moest verstek laten gaan op het feestje, de 62-jarige Fransman Roger Pingeon, winnaar in 1967.

Tijdens het diner aan de vooravond van de Tourpresentatie stond Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc stil bij de Tourkampioenen die het aardse voor het eeuwige hebben verruild, zoals Jean Robic, Gino Bartali, Fausto Coppi, Louison Bobet, Jacques Anquetil en Luis Ocaña. Nergens worden de oude helden zo gekoesterd als in de Tour. Merckx sprak van ,,een grote familie'', temidden van de andere Tourhelden kreeg Janssen kippenvel.

In feite was de Tourpresentatie de eerste feestelijke bijeenkomst ter gelegenheid van de straks honderdjarige Ronde van Frankrijk. De hoogmis is die Tour zelf: de rijrichting en een groot aantal start- en vertrekplaatsen zijn identiek aan die van de eerste Tour. Maar verder houdt de vergelijking op. Die eerste keer werden tussen 1 en 18 juli 1903 slechts zes etappes gereden, straks twintig, plus een proloog. De eerste etappe aan het begin van de vorige eeuw, Parijs-Lyon, was met 467 kilometer ook de langste. De kortste (Toulouse-Bordeaux) was altijd nog 268 kilometer. Nu wordt die afstand alleen nog maar bij klassiekers en het WK op de weg gereden.

In de langste rit in de Tour van volgend jaar dienen de renners uit de 22 ploegen 230 kilometer af te leggen, van Nevers naar Lyon. De korste, afgezien van de tijdritten, is de 159,5 kilometer lange bergetappe in de Pyreneeën naar Luz-Ardiden. Totale afstand in 1903, het jaar waarin Maurice Garin winnaar werd: 2.428 kilometer. Volgend jaar: 3.361, bijna honderd kilometer langer dan de Tour van dit jaar. Met een ploegentijdrit en twee individuele tijdritten. Zeven bergetappes, met drie aankomsten bergop, waaronder de Alpe d'Huez.

Kan iemand Armstrong straks van zijn vijfde opeenvolgende Tourzege afhouden? Zou Ullrich, bijna volledig hersteld van zijn knieblessure, het in de jubileumeditie de Amerikaan lastig kunnen maken? Zou `Der Jan' de afgelopen dagen in Parijs in die inspirerende omgeving van zoveel kampioenen gesterkt zijn in zijn goede voornemens? Ullrich straalde vastberadenheid uit, Armstrong ook. ,,Ik hoop dat ze me weer laten winnen'', zei de Texaan eerder die dag in een interview met Mart Smeets gekscherend. De vraag is niet of Armstrong gaat winnen, maar hoe.