In de ergste achterbuurten

De Engelse schilder William Turner (1775-1851) was in zijn dagen een beroemdheid. Begonnen als schilder van romantische landschappen, ontwikkelde hij gaandeweg een vernieuwende, impressionistische schilderstijl, waarbij hij zich specialiseerde in stormachtige zeetaferelen en woeste, ruige landschappen. Het succes liet hem gedurende zijn hele leven nooit in de steek en zijn productiviteit was legendarisch.

Bij zijn dood liet hij, behalve een indrukwekkend kapitaal dat hij bestemde voor het levensonderhoud van armlastige kunstenaars, zo'n twintigduizend werken na aan de Britse staat. Ondanks zijn roem was Turners leven omgeven met mysteries. Hij had geen intieme vrienden en was buitengewoon gesloten over zijn privé-leven. Hij trouwde nooit, maar het staat vast dat hij een aantal buitenechtelijke kinderen had. Aan het eind van zijn leven leefde hij incognito samen met zijn huishoudster mevrouw Booth in een klein huisje op het platteland. De dorpelingen wisten niet beter dan dat hij `Admiraal Booth' was, de dranklustige echtgenoot van mevrouw Booth.

In Het duistere spoor maakt James Wilson handig gebruik van het mysterieuze beeld dat Turner van zichzelf in stand wist te houden. Hij kleurt de witte plekken in Turners leven op een suggestieve manier in, maar zonder de historisch bekende feiten geweld aan te doen. Turners stormachtige schilderijen en zijn sinistere reputatie laten genoeg ruimte over voor literaire speculatie. Wilson is niet over één nacht ijs gegaan en heeft uitgebreid gebruik gemaakt van bekende bronnen over Turner.

Walter Hartright, een middelmatige Victoriaanse kunstschilder en schrijver, krijgt van Lady Eastlake, de echtgenote van de directeur van de Royal Academy, de opdracht om de biografie van William Turner te schrijven. Zij wil, naar haar eigen zeggen, voorkomen dat een op stapel staande concurrerende biografie een verkeerd beeld van de grote Engelse schilder zal geven. Wanneer Hartright met zijn werk begint, is Turner al overleden. Daarom spreekt hij met mensen die Turner nog hebben gekend – zoals zijn huishoudster mevrouw Booth en de kunstcriticus en kunstverzamelaar John Raskin – en bezoekt hij plaatsen waar Turner heeft gewoond. Deze bezoeken, onder meer aan de achterbuurt in Londen waar Turner is geboren en aan een door hemzelf ontworpen villa, zijn spannende zoektochten, omdat de plekken waar Turner heeft geleefd een bron van inspiratie voor hem hebben gevormd bij de compositie van zijn schilderijen. In de loop van het verhaal blijkt dat Hartright zich, door het aanvaarden van de opdracht in een wespennest van tegenstrijdige belangen heeft gestoken.

De valkuilen die Hartright bij het schrijven van zijn biografie op zijn weg vindt, zijn echter van ondergeschikt belang. Langzaam maar zeker raakt Hartright steeds meer geïntrigeerd door de verborgen kanten van Turners leven, in bordelen in de ergste achterbuurten van Londen. Turner leidde het leven van een bohémien: onaangepast en gevaarlijk. Hoewel Hartright zich in de loop van het verhaal steeds meer met Turner vereenzelvigt, wordt het duidelijk dat hij niet uit hetzelfde hout is gesneden: zijn flirt met de zelfkant wordt hem bijna fataal. Hoewel het gaat om speculatie – of zelfs doodordinaire roddel – zijn de verbanden die Wilson suggereert tussen Turners levensstijl en elementen uit zijn werk spannend genoeg om de aandacht vast te houden.

Door voor de romanvorm te kiezen, heeft Wilson zich de vrijheid geschonken om feit en fictie met elkaar te vermengen. Een groot nadeel is dat het ruige leven van William Turner wordt overschaduwd door het verhaal dat nodig was om de roman gaande te houden. De aanwezigheid van de kleurloze Walter Hartright en de uitweidingen over de tegenslagen die hij bij het schrijven van zijn biografie ondervindt, vormen een sta-in-de weg bij het zicht op de onaangepaste persoonlijkheid van de schilder.

De kern van Het duistere spoor is de vraag die na Hartright ook de lezer in zijn greep krijgt: wat maakte Turner geniaal, terwijl anderen niet meer dan middelmatig zijn? Wat zeggen zijn persoonlijke achtergronden over zijn kunstenaarsschap? Waaraan ontleende hij zijn inspiratie? De grote verdienste van de roman is dat Wilson een grote honger naar de schilderijen van Turner wekt. Hij legt intrigerende verbindingen tussen Turners leven en zijn werk en maakt hij duidelijk hoe revolutionair Turners schilderstijl was. Ondanks de nadruk op Turners duistere kanten – de vlag dekt de lading in dit geval volkomen – prikkelt Wilson de nieuwsgierigheid naar het werk van de man die zijn eigen duistere kanten kon schilderen als een storm of als de ondergang van Carthago.

James Wilson: Het duistere spoor. Vertaling van The dark clue (Faber and Faber, €17,50) door Heleen ten Holt en Sjaak de Jong.

De Bezige Bij, 512 blz. €20,75