Hij hielp Churchill in het zadel

Hij was een succesvol zakenman, een keiharde onderhandelaar, maar ook een filantroop en de leider van een privécircus. De levensloop van een excentrieke Nederlandse ondernemer.

De Bernard van Leer Foundation is een charitatieve instelling die in veertig landen zo'n 150 projecten steunt voor de ontwikkeling en het maatschappelijk welzijn van kinderen. De holistische benadering is hierbij uitgangspunt. De hulp betreft voornamelijk onderwijs, gezondheidszorg en voeding. De organisatie is niet alleen actief in de ontwikkelingslanden, ze bekommert zich ook om kinderen in Hongarije, Tsjechië en Slowakije. Vorig jaar werd aan de verschillende activiteiten bijna 14 miljoen euro uitgegeven.

De grondlegger van deze stichting is Bernard (`Bé') van Leer, telg uit een geslacht van oorspronkelijk uit Duitsland afkomstige joodse handelaren. Zij verlieten eind achttiende eeuw het katholieke Beieren, trokken naar het noorden van Duitsland en belandden honderd jaar later in Nederland. Zo kwam Bernards voorvader Baruch ben Mozes in Gouda terecht, waar hij een handel in manufacturen begon en mede-oprichter werd van de synagoge en het oudemannen- en -vrouwenhuis.

Van Leer bezat voor de Tweede Wereldoorlog fabrieken waar vaten en blikken werden gemaakt. Vaten voornamelijk voor de oliehandel, blikken voor van alles en nog wat, onder meer voor motorolie en sigaren. Hij vond een speciaal mechaniek uit voor het sluiten van de olieblikken en kreeg daar patent op. Later verwierf hij het recht om een Amerikaanse sluiting in Europa en andere landen te produceren en te verkopen. De Bataafse Petroleum Maatschappij (later Shell) werd zijn grootste afnemer. Van Leers fabrieken stonden in Nederland, Engeland, Afrika en het Caraïbisch gebied.

De historica en freelance schrijfster Pauline Micheels heeft met De vatenman over deze voormalige vertegenwoordiger in huishoudelijke artikelen bij de firma Stokvis een `filmische' biografie geschreven van ruim 300 pagina's, waarvoor ze zich lange tijd opsloot in het bedrijfsarchief van het concern en veel correspondentie van familieleden onderling las.

Paardendressuur

Het is een flinke uitdaging om te beginnen aan een biografie van een fabrikant van olievaten, maar deze Van Leer combineerde een aantal activiteiten en eigenschappen die de kans van slagen groot maakte. Hij was niet alleen een succesvol ondernemer die in de jaren twintig en dertig een wereldwijd conglomeraat uit de grond stampte, maar ook een groot liefhebber van het circus en hij hield zich persoonlijk bezig met paardendressuur. In de jaren veertig trok hij door de Verenigde Staten met zijn eigen `Holland Classical Circus' en dat ging, zoals eerder ook een onderneming van hem in Nederland, na korte tijd failliet. De zangeres Heintje Davids had graag meegewild naar Amerika om in dit circus clown te spelen, maar Van Leer was niet op haar verzoek ingegaan. Van Leer was ook artiest in zijn eigen circus: hij had er een paardennummer en trad op met een tango dansend paard'.

Uit die brieven van familieleden is Micheels te weten gekomen dat de werksfeer in het circus niet aangenaam was. Zo lag Van Leer fors overhoop met de dirigent van zijn circusorkest en behandelde hem in de ogen van zijn medewerkers zeer onheus. ,,Het lijkt hier wel Hitlerland', zo betitelde een van hen het gedrag van Van Leer. Zo'n mededeling behoeft eigenlijk wat aanvulling van de biografe, maar die blijft helaas uit. Wel wordt duidelijk dat ook het arbeidsklimaat in de andere Van Leer-ondernemingen hard was. Micheels vermeldt in twee regels dat dat werd gekenmerkt door `totale inzet, hoog tempo, lange werktijden en veel op pad'. Ze maakt melding van een conflict met de bonden in de jaren dertig, dat leidde tot verplaatsing van een complete fabriek en de aanstelling van een `bezuinigingsexpert' die in Rusland had gewerkt en voorstelde de arbeiders voortaan in natura uit te betalen. Daarmee werden dan geen benzineblikken bedoeld, maar levensmiddelen.

Voor een biografe moet dit leven, met zijn opmerkelijke wendingen, mooie grondstof zijn geweest. Bijvoorbeeld de verkoop van de fabrieken aan de Duitse bezetter, waarmee Van Leer voor zichzelf en zijn familie een vrijgeleide naar Amerika `kocht', waarna het hierboven beschreven circusavontuur kon beginnen. De fabrieken gingen voor een kleine zes miljoen gulden van de hand. Die actie leverde hem na de oorlog de beschuldiging van collaboratie op. De Duitsers hadden, meldt Micheels, de familie onder druk gezet om de zaak aan hen over te doen. De onderhandelingen met de bezetter en het gesjacher over de prijs worden uitgebreid vermeld, maar de gang van zaken in de diverse fabrieken en de onrust onder het personeel krijgen minder aandacht. Ook blijft het gissen naar de gemoedstoestand van de joodse Van Leer zelf, die tijdens de onderhandelingen van diverse kanten signalen kreeg dat zijn positie en wellicht ook zijn leven op het spel stonden. Een opmerking in een brief van een familid dat hij eronder gebukt ging, is hooguit een aanwijzing.

Aan het begin van de oorlog gaf Van Leer geld voor een joods orkest dat van de bezetter mocht optreden in de Amsterdamse Schouwburg. Tot de razzia's en de deportaties begonnen. Hij was bevriend met Bram Asscher, die later een van de voorzitters van de Joodse Raad werd. Of de twee mannen elkaar spraken en waarover, daarvan heeft de biografe blijkbaar niets kunnen achterhalen.

Ze vermeldt wel typerende voorvallen. Van Leer was een man van het grote gebaar: op zijn verjaardag kregen duizenden arbeiders in de fabriekshal een lunch aangeboden; de grote baas zat daarbij achter een hogere en dwarsgeplaatste tafel, zodat hij het geheel goed kon overzien. Na de oorlog bood hij Churchill uit bewondering voor zijn staatsmanschap in de oorlogsjaren zijn paard Salve aan, volgens hem een van de beroemdste rijpaarden ter wereld. Aanvankelijk ging die daar niet op in, maar het lukte de vasthoudende Nederlandse ondernemer uiteindelijk wel om op 12 november 1965 Churchill in het zadel te krijgen. Een foto in de biografie toont beide mannen op fraaie witte paarden.

Naast zijn hoge eisen op de werkvloer, toonde Van Leer zich door de jaren heen ook een maatschappelijk betrokken ondernemer, al plaatste een enkeling wel een kritische kanttekening bij zijn humanitaire initiatieven. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had Van Leer, toen nog werkzaam voor de firma Stokvis in Rotterdam (huishoudelijke artikelen), al eens een grote hulpactie op touw gezet voor de massa vluchtelingen uit België. Hij organiseerde dekschuiten en vrachtwagens, liet centrale keukens inrichten. Maar de ambtenaren moesten er niks van hebben en schakelden hem om onduidelijke redenen uit. Wilde de overheid al die vluchtelingen niet?

Van Leer bleek niet uit het veld te slaan. Twee jaar later, toen bij Durgerdam een dijk doorbrak, riep hij per advertentie vrijwilligers op om te gaan helpen, en tijdens de watersnoodramp in 1953 kwam hij opnieuw ongevraagd in actie met hulptroepen. Vijf jaar eerder had hij voor de jonge, pas opgerichte staat Israël een grootscheepse hulpactie op touw gezet, die uiteindelijk flopte. De hopeloze reis van een vrachtschip met hulpgoederen naar de jonge staat wordt uitgebreid beschreven. Bij die acties was Van Leer niet uit op publiciteit, hij bleef liever op de achtergrond en was zeer terughoudend in contacten ,,want ze willen toch alleen geld van me'. Hij stierf als een eenzaam man na een hartaanval in kasteel Oud Wassenaar.

Reclamestunt

Bij zijn begrafenis stond het vliegtuig waarin de kist met zijn lichaam naar een begraafplaats bij Jeruzalem zou worden gevlogen, pontificaal in de hangar waar de herdenkingsdienst werd gehouden. Na zijn dood werd duidelijk dat noch zijn vrouw, noch zijn zoon iets van het vermogen zou erven. Daarover had Van Leer al eerder afspraken met ze gemaakt, net als met andere familieden. Zij hadden in ruil hiervoor een flinke vergoeding ontvangen. De rest van het vermogen moest volgens Van Leer worden beschouwd ,,als winst voor de mensheid'. Het kapitaal ging naar het in Zwitserland geregistreerde liefdadigheidsfonds, de foundation.

Ergens in haar biografie schrijft Micheels dat `het leven van Van Leer leest als een spannend jongensboek'. Die sensatie bereiken de lezers van haar boek alleen wanneer ze een flinke dosis eigen fantasie en inlevingsvermogen tussen de regels van De Vatenman stoppen. Micheels geeft veel informatie, maar de feiten worden nogal eens gegeven zonder bredere context. Terwijl de man Van Leer centraal staat, als uitvoerder van vele, soms spectaculaire handelingen, blijft hij tegelijkertijd een vreemde over wie het een en ander wordt meegedeeld. Het boek als geheel blijft te dicht bij de beschrijving van een levensgeschiedenis als een opeenvolging van losse gebeurtenissen. Veelzeggend is dat Van Leers behoefte `om goed te doen' niet wordt verklaard. Integendeel, deze activiteit wordt juist eerder een beetje verdacht gemaakt door een lang citaat van een werknemer die de liefdadigheid afdoet met de uitspraak: ,,Bij Van Leer draaide alles om geld verdienen. Ook de filantropie was daarop gericht, het moest z'n geld opbrengen, kat in het bakkie. Filantropie was in feite een spectaculaire reclamestunt.' Daar kan dat ene zinnetje van een nichtje dat `oom Bé zeer bewogen was, eerder een weldoener dan een mecenas' dan niet meer tegenop.

Pauline Micheels: De Vatenman. Bernard van Leer (1883-1958). Contact, 326 blz. €26,90

Gerectificeerd

Churchill

In het artikel `Hij hielp Churchill in het zadel' (Boeken, 25.10.02) is door een redactionele vergissing vermeld dat `de vatenman' Bernard van Leer eind november 1965 Winston Churchill te paard hielp. Dat gebeurde echter al in oktober 1946.

    • Harm van den Berg