Een putoptie op de werkgelegenheid

Valuta`s, rentestanden, grondstoffen of aandelenkoersen: iedereen kan daarop sinds jaar en dag zijn risico's afdekken met financiële derivaten. Opties, termijncontracten, ruilcontracten (swaps) en allerlei vormen daar tussenin.

De derivatenhandel staat niet stil. Ook op het weer kunnen tegenwoordig opties worden afgesloten, en er zijn plannen in de VS om ook op kwartaalresultaten van ondernemingen opties te introduceren. En nieuw op de markt: `economische derivaten'. De banken Deutsche Bank en Goldman Sachs zijn deze maand begonnen met de introductie van een optiehandel op macro-economische cijfers.

Bedrijven en centrale banken hebben beleggers op de financiële markten inmiddels verwend met het nastreven van een zo groot mogelijke voorspelbaarheid. Maar de publicatie van macro-economische cijfers, bijvoorbeeld het Amerikaanse consumentenvertrouwen of de werkgelegenheid, blijft een bron van onvoorspelbaarheid. En dus van risico`s. Regelmatig jaagt een `onverwacht' hoge of lage uitkomst van zo'n cijfer de beurzen op stang.

De remedie is simpel: bovengenoemde banken bieden optieseries aan die als uitoefenprijs een bepaalde waarde hebben van, bijvoorbeeld, de Amerikaanse werkgelegenheidsgroei. Vallen de cijfers mee, dan maakt de optiekoper winst, een tegenvaller betekent verlies. Aangezien de optiekoper zelf posities op de financiële markten heeft die gevoelig zijn voor de macrocijfers, kan hij die met zijn optie neutraliseren.

Er is een aardig neveneffect van deze nieuwe handel. Uit de ingenomen posities is af te leiden wat `de markt' denkt dat het macrocijfer zal worden. Voorheen moesten beleggers het doen met de gemiddelde voorspelling van analisten daarover. De eerste optiehandel, over de Amerikaanse werkgelegenheidscijfers van september, gaf begin deze maand hoop. Analisten voorspelden gemiddeld een toename met 7.000 banen. Uit de posities die beleggers bij de eerste veiling van opties op de werkgelegenheidscijfers innamen bleek dat zij impliciet juist een daling verwachtten van 38.000 banen. Het werd een daling van 43.000 banen. Geen slechte uitkomst dus voor de `markt' bij het voorspellen van de uitkomst. Maar wel slecht nieuws voor de macro-analisten. Banken hebben al fors gesneden in het aantal analisten dat ondernemingen onder de loep neemt. Voor hun macrobroeders is het te hopen dat de markt er bij de eerstvolgende optieveiling, volgende week vrijdag, wel flink naast zit. Hun eigen werkgelegenheid zou er wel eens van kunnen afhangen.

    • Maarten Schinkel