Een feilloos gevoel voor onrecht

Buiten de officiële literatuur om, misschien zelfs niet eens erg belezen, begon Sijtje van Koedijk, geboren in 1903, op 12 november 1965 haar levensverhaal op te tekenen. Het was bedoeld als dagboek, waarin ze verslag wilde doen van een reis door Amerika, waar een van haar kinderen woont. Haar nieuwe vriend Jan Pieter vergezelde haar. Ook was ze van plan een verslag te schrijven over haar voorzitterschap van de Vereniging van Huisvrouwen. Op deze manier, terughoudend en met een op het eerste gezicht minimale inzet, begint haar titelloze levensverhaal.

Totdat een wonder gebeurt. Sijtje van Koedijks leven blijkt zo tumultueus te zijn, dat ze al schrijvend vleugels krijgt. De herinneringen aan haar jeugd, huwelijksjaren, echtscheiding, nieuwe liefde en kinderen, allemaal ingrijpende gebeurtenissen tegen het decor van Nederlands-Indië, overweldigen haar. Opeens, het verhaal onderbrekend, roept ze bijna wanhopig uit: `Ik schrijf en raas maar door, kan niet stoppen en zoek naar papier. Dan maar op dit oude schrijfbloc verder. Ik moet de draad vasthouden'.

Fatale liefde

Sijtje van Koedijk overleed in 1989 en via haar nabestaanden kwam dit document humain terecht bij uitgeverij Querido. Het was door de schrijfster nooit bestemd voor publicatie. In een verbluffend scherpe stijl, met een uitstekend gevoel voor details en met de juiste beelden, overziet zij haar leven. Terwijl ze haar dagboek schrijft, woont ze alleen. De eenzaamheid verstikt haar en het schrijven biedt troost. Van Koedijk moet in alle opzichten een sterke vrouw zijn geweest. Als meisje moest ze werken onder de doem van een alcoholische, alles verbrassende vader. Al vroeg verliet ze het huis om in Amsterdam niet ver van de Marnixstraat te gaan werken in een café annex hotel van dubieus allooi. Ze moest voor de `klanten' champagne schenken en de volgende ochtend de bedden met de bezoedelde lakens opmaken. Ze verloor zich in een fatale liefde en trouwde op van het ene op het andere moment met een alcoholische olieboorder op Borneo. Met nietsontziende precisie beschrijft zij de ruige dranktaferelen op de soos, waar zij als een van de heel weinige vrouwen verzeild raakt tussen mannen die zich gedragen als `beesten'. Ondertussen krijgt ze twee kinderen. Aanvankelijk berust ze in haar lot, totdat ze zich verliest in de liefde voor een man die haar waard is. Van hem raakt ze in verwachting en als eenzame, in haar eigen ogen `overspelige' vrouw, ziek van haar officiële echtgenoot, verlaat ze haar geliefde Nederlands-Indië. Na jaren keert ze terug en trouwt opnieuw. Haar man komt kort daarop in een zwembad zo ongelukkig ten val dat hij overlijdt. Misschien is de vrouw zelf de onvoorziene oorzaak van zijn dood: haar man liep over een smalle gladde richel, zij spetterde met water waardoor hij zijn evenwicht verloor. Dat verklaart het haast uitzinnige verdriet dat ze in steeds langere, roekeloos voortstromende zinnen over het papier slingert. In de stromende regen, ze staat alleen op de flank van een heuvel, begraaft ze haar tweede man.

Opnieuw is ze in Nederland. De oorlog breekt uit, ze slaat zich erdoor en biedt zelfs bescherming aan een joodse onderduiker. Zo opgeschreven lijkt haar dagboek, dat de fraaie titel De hemel ziet blauw van de dagen heeft gekregen, slechts een avontuurlijk relaas van een bescheiden heldin. Het is veel meer. Sijtje van Koedijk bezit een feilloze intuïtie voor onrecht; ze verzet zich tegen de NSB'ers uit haar familie, tegen rechercheurs die haar kinderen van haar willen afnemen en naar de vader brengen, want zij als vrouw bezit ternauwernood rechten. In haar jeugd al, werkend als jong meisje, besefte ze de rechteloosheid van personeel dat elk ogenblik ontslagen kon worden.

Drank

Querido heeft het boek zeer verzorgd uitgegeven met een voorwoord van Elsbeth Etty die ingaat op de positie van de vrouw in die jaren. Op de binnenzijde van het omslag is het dagboek gereproduceerd, wat de authenticiteit verhoogt. Uit het naschrift door haar zoon uit het tweede huwelijk, Robert Jan Ham, blijkt dat Sijtje van Koedijk inderdaad belast was met schuldgevoel over de dood van haar man. Hij schrijft: `Toen mijn moeder hem speels met wat water bespatte, gleed hij uit en hij kwam schrijlings met zijn kruis op de stang terecht.' Interne bloedingen veroorzaakten zijn dood op vijfendertigjarige leeftijd.

De titel geldt als een gezegde uit haar leven. Het betekent dat er nog volop geluk in de toekomst schuilt. Afgezien van de spanningen die tijdens de oorlog in het verduisterde huis heersen waar zij verblijft, zorgend voor kinderen en onderduikers, is de weergave van het saaie sleurleven, opgevrolijkt door drank in de voormalige kolonie, ongeëvenaard. Alleen bij Bas Veth en Madelon Székely-Lulofs (in Rubber) kom je die nietsontziende kritische blik tegen op de samenleving van toen, waar de mannen makkelijk konden vereenzamen en van zichzelf en hun eventuele vrouwen vervreemdden. De schrijfster probeert zich een eigen, waardevolle plaats te veroveren. Maar dat lukt haar niet. Dat strijdlustige verlangen naar rechtvaardigheid voor zichzelf, haar nieuwe, feitelijk verboden liefde en haar kinderen maken De hemel ziet blauw van de dagen tot een betekenisvol en bij vlagen hartbrekend levensverhaal.

Sijtje van Koedijk: De hemel ziet blauw van de dagen. Mijn leven. Met een voorwoord van Elsbeth Etty. Querido, 157 blz. €14,95