Duitse canon

Anneriek de jong (Boeken, 18.10.02) wil dat de top-20 van de Duitse literatuur tussen 1774-1984, zoals samengesteld door Reich-Ranicki, origineel en verrassend is en niet bestaat uit werken van inmiddels overbekende `boegbeelden' als Goethe en Thomas Mann. Dat is zoiets als zeggen dat een opsteller van de muziek-top-20 nu eindelijk moet ophouden de Beatles of Bach naar voren te schuiven.

Een kenmerk van een `groot' boek is dat velen er door geraakt zijn, geïnspireerd, er zich tegen afzetten, eruit jatten, het parodiëren, eruit citeren, of het verfilmen, en dat nog jaren, nee wat zeg ik, eeuwen lang. Dat er af en toe iemand is die een lijstje maakt, nah und? Daar kan iedereen zich dan mee verenigen of tegen afzetten en zo gaat men weer nadenken over wat er wel en niet in de canon zou moeten thuishoren en komt er wat beweging en misschien verandering van inzicht.

Ik kan mij wel vinden in deze canon van Reich Ranicki die – toevallig – bijna in zijn geheel in mijn boekenkast te vinden is. Ook ik was wel verbaasd dat er maar één vrouw in voor komt, maar ik vind sekse helemaal geen criterium.

Verder is het werkelijk verbijsterend, dat Anneriek de Jong op allerlei manieren, maar zonder enig steekhoudend argument probeert af te dingen op de prachtige boeken van Mann, Döblin, Tucholsky, Kafka, met generaliseringen als waren de schrijvers ervan psycho-analytisch `angehaucht', dat ze `allen in dezelfde tijd leefden' en de `methode der psychologie hanteerden'

Naschrift Anneriek de Jong:

Op de kwaliteit van de gecanoniseerde boeken is niets af te dingen, daar ging het in mijn stuk ook helemaal niet om. Wel probeerde ik duidelijk te maken dat een canon iets anders is dan een natuurverschijnsel. Hij wordt bedacht, samengesteld en weerspiegelt voorkeuren – en laat zien wat de samensteller allemaal totaal niet interesseert. Een canon is aan verandering onderhevig, maar die verandering voltrekt zich heel traag. De canon van Reich-Ranicki wijst op intellectuele stilstand. Bovendien is deze canon veel meer dan `een lijstje'. Het gaat hier om een prestigieus uitgeversproject waarmee grote financiële belangen gemoeid zijn. Dat zo'n tastbare canon als deze (een pakket met twintig boeken) binnenkort wordt bijgesteld zit er niet in. Evenmin mag je verwachten dat er middelen zijn om op gelijkwaardige wijze een concurrerende canon te presenteren. Zo móet Reich-Ranicki's keuze wel kritisch tegen het licht worden gehouden. Mooi was het geweest, en beter te verantwoorden, wanneer anderen, zoals de critici die ik in mijn stuk heb genoemd, bij de samenstelling waren betrokken. Dan was het nog eens interessant geworden. Een minder strikt man-gericht uitgeversfestijn, vermoed ik.

    • Eva Auerhaan