De hele Zuidas één museum

Ook zonder Stedelijk Museum wordt kunst belangrijk op de Amsterdamse Zuidas. Plannen zijn er volop, vooral uit experimentele hoek.

Is dat even schrikken. Ben je in alle rust een nieuw stadscentrum voor Amsterdam aan het plannen, krijg je opeens een mediastorm over je heen. Alleen maar omdat het Stedelijk Museum misschien naar de Zuidas verhuist. Hoeveel mensen zullen de kaart hebben gepakt: waar ligt die Zuidas eigenlijk? Bij het Projectbureau Zuidas, voorpost van de gemeente Amsterdam, merkten ze het al vaker: ,,We kunnen duizenden meters kantoren bouwen en niemand die het interesseert. Maar als we twee zuchten slaken over een museum, duikt iedereen er op.''

Hoe spectaculair het pas geopende hoofdkantoor van de ING langs de A10 ook moge zijn, een museum maakt meer los dan een bankgebouw. Juist daarom willen de plannenmakers van de Zuidas zo'n museum. Immers, wie een stad bouwt heeft kunst nodig. Liefst verpakt in spraakmakende architectuur. Het Guggenheim Museum maakte industriestad Bilbao hip. Het Bonnefantenmuseum was de pionier op het Maastrichtse Céramique Terrein, het nieuwe Luxortheater is de toegang tot de Rotterdamse Kop van Zuid. Cultuur lokt bezoekers, zorgt voor levendigheid, en maakt een stadsdeel compleet.

Lang voordat er sprake was van een hele of halve verhuizing van het Stedelijk, was er daarom op de Zuidas al 5.000 m2 voor een museum gereserveerd. De gemeente Amsterdam en projectontwikkelaar ING Vastgoed waren bezig met een haalbaarheidsonderzoek naar een museum in het Beatrixpark. In afwachting van een beslissing van het gemeentebestuur over de toekomst van het Stedelijk zelfs op het stadhuis weet men niet wanneer die beslissing wordt genomen, en uit welke opties zal worden gekozen is dat onderzoek vorige week stilgelegd.

Of het Stedelijk nu wel of niet komt, de Zuidas wordt meer dan de kantorenzone die het nu is. Het gebied aan weerszijden van de A10, van de RAI aan de oostkant, tot de Amstelveenseweg aan de westkant, moet over dertig jaar een nieuw centrum voor Amsterdam zijn. Wat voorzieningen betreft moet het kunnen concurreren met het oude centrum, wat architectuur betreft moet het kunnen concurreren met andere Europese steden. Twee grote uitbreidingsplannen, het Plan Zuid van Berlage uit 1917 en het Buitenveldert van Van Eesteren uit 1934, zullen met elkaar worden verbonden. Voorwaarde voor die doorbraak, en daarmee voor het slagen van de Zuidas, is dat 1,2 kilometer snelweg en spoor worden weggewerkt. De verkeersaders moeten verzinken in een sleuf waarop gebouwd kan worden. Rijk, gemeente en projectontwikkelaars beschouwen het `dokmodel' als noodzakelijk, maar over de financiering wordt pas midden volgend jaar beslist.

Europa

Supervisor Pi de Bruijn, de stedebouwkundige en architect die ook verantwoordelijk was voor de ArenA-boulevard in Amsterdam Zuidoost, kijkt voor inspiratie naar de Potsdamer Platz in Berlijn en La Défense in Parijs. Zijn bewering dat de Zuidas het enige stukje Europa van Nederland is, leidde bij een recent debat over het Stedelijk tot hoongelach van de aanwezige kunstenaars. De schaal is echter wel degelijk on-Nederlands: 50.000 extra arbeidsplaatsen, 12.000 nieuwe bewoners, station Zuid/WTC dat dankzij verbindingen met HSL en Noord-Zuidlijn voor drie miljoen mensen binnen drie kwartier bereikbaar is. Grootste zorg van de planners is het behoud van leefbaarheid, ook buiten kantooruren. De oplossing is het mengen van functies: 45% kantoren, 45% woningen en 10% voorzieningen die allemaal in de plint, de begane grond, worden gevestigd. Een tweede waarborg is veel aandacht voor de inrichting van de openbare ruimte. En tenslotte, het creëren van een gunstig klimaat voor kunst.

Kunst en cultuur op de Zuidas is een noodzaak, vindt Pi de Bruijn. ,,Cultuur is de weerslag van wat mensen met elkaar ondernemen. De rijkdom van een samenleving komt daarin tot uiting. Het is een essentieel onderdeel van het complete stedelijke milieu dat we willen creëeren.'' En die sceptici die de Zuidas beschouwen als triomf van het kapitalisme, met kunst als franje die de harde kantjes van de commerciële belangen moet verhullen? ,,Pure onzin vind ik dat. Het is erg beperkt en oubollig om in zulke tegenstellingen te denken. Dat zijn mensen die uitgaan van de huidige stad, ze denken dat we het Stedelijk willen wegkapen uit het centrum. Maar deze uitbreiding heeft dezelfde schaal als de 17de-eeuwse grachtengordel, en daar horen nieuwe voorzieningen bij.''

Simon den Hartog, voormalig directeur van de Rietveldacademie, heeft als supervisor beeldende kunst de taak om een levendig kunstklimaat op de Zuidas te stimuleren. Den Hartog wordt bijgestaan door de Programmaraad Beeldende Kunst Zuidas. Ze werken volgens een nieuw inzicht onder stedebouwkundigen en planologen: kunst is niet langer een decoratie achteraf, maar een mentaliteit vooraf. Kunstenaars worden in een vroeg stadium bij de plannen betrokken, opdat ook minder speelse geesten van hun vondsten kunnen profiteren. Zo wordt de aanleg van de HSL, de hogesnelheidslijn, begeleid door een aparte instelling die opdrachten verstrekt aan kunstenaars. Bijvoorbeeld om te verbeelden wat je zoal ziet als je uit een hogesnelheidstrein kijkt.

Begin dit jaar kwam de Programmaraad met een advies, getiteld `Virtueel Museum Zuidas'. De titel verwijst niet naar een website, maar is bedoeld als metafoor: de hele Zuidas wordt beschouwd als museumgebouw. De nadruk ligt op kunst in de openbare ruimte, overal kunnen kunstwerken opduiken. Het advies bevat zes `ambities': een bescheiden tentoonstellings- en kantoorruimte, kunstprojecten, een terugkerende beeldende kunstmanifestatie, samenwerking met architecten, kunstenaarsateliers, en een kunsthal van flinke afmetingen. Een afspraak om de voortgang van deze doelstellingen te bespreken, wordt door Den Hartog bij nader inzien geannuleerd. Juist de komende weken zullen er beslissingen worden genomen en daar wil hij niet op vooruit lopen.

Veel kunstplannen op de Zuidas zijn nog onzeker of geheim. Uit angst dat leuke ideeën voortijdig worden afgeschoten, worden initiatieven in stilte voorbereid. Neem de Amsterdam Arch, door ontwerper Pi de Bruijn liefdevol aangeduid als ,,snoepje van de week'' , een gebouw op een ,,ongelooflijk mooie lokatie''. Het multifunctionele complex, met onder andere een vijfsterrenhotel, wordt het zuideinde van de Minerva-as, die aan de andere kant begint bij het Hilton Hotel. De gemeente Amsterdam heeft bedongen dat 3000 m2 wordt gereserveerd voor een `museum/kunstcluster', maar hoe projectontwikkelaar het Bouwfonds dat gaat invullen is onduidelijk. Gedelegeerd ontwikkelaar Hans van Tartwijk van Trimp & van Tartwijk verklapt alleen dat er gesproken wordt met twee serieuze gegadigden. De een is een bestaande instelling uit Amsterdam, de ander een nieuw initiatief, allebei betreft het beeldende kunst. Van Tartwijk: ,,Meer zeg ik niet. Dat culturele wereldje in Amsterdam is zo in beweging, dan gaat iedereen zich er meteen mee bemoeien.''

Ook bij collega-ontwikkelaar ING Vastgoed zit de schrik voor de publiciteit er goed in. ING Vastgoed is eigenaar van de tweede aangewezen kunstlokatie op de Zuidas, het museumkavel aan de zuidwestzijde van het Beatrixpark. Totdat de gemeente een beslissing heeft genomen over het Stedelijk spreekt men niet met de pers. Zeker is alleen dat er een museum komt, Stedelijk of niet.

Fikkie

De ontwikkelaars zijn terughoudend, maar veel culturele instellingen zien het wel zitten om zuidwaarts te gaan. Ook zonder Stedelijk wordt kunst belangrijk op de Zuidas. Verrassend genoeg gaat het vooral om minder toegankelijke kunst.

Het meest ambitieuze plan is het Paleis voor de Nieuwe Media. Vijf Amsterdamse culturele instellingen – Paradiso (popmuziek), de Balie (cultuur en politiek), de Waag (nieuwe media), Montevideo (videokunst) en Steim (elektronische muziek) – hebben zich verenigd onder de naam VIRMa (Virtual Institute for Research on Mediaculture Amsterdam). Samen hebben ze een Amsterdamse variant geformuleerd op Las Palmas, het in Rotterdam mislukte Centrum voor Beeldcultuur. De VIRMa streeft naar een gebouw waar de mogelijkheden van nieuwe media in de hedendaagse beeldende kunst en podiumkunsten worden belicht, met veel aandacht voor publieksdeelname. Twee locaties komen in aanmerking: de gereserveerde kunstruimte in de Amsterdam Arch en de zogenaamde `scholenstrook', het gebied tussen A10, Amstelveenseweg en Parnassusweg.

Twee van die scholen laten zich niet onbetuigd. ,,We gaan een beetje fikkie stoken'', zegt Tijmen van Grootheest, directeur van de Rietveldacademie. ,,Op een prettige manier onrust veroorzaken.'' Van Grootheest heeft, samen met een aantal anderen, bij de Stichting Kennisontwikkeling een aanvraag ingediend voor een leerstoel kunst in de openbare ruimte. Zo'n lector dient in eerste instantie het onderwijs, maar kan daarnaast praktijkonderzoek doen. De Zuidas is een mooi proefterrein om ideeën over kunst in de openbare ruimte te toetsen, aldus Van Grootheest.

Zijn collega Jos Houweling is directeur van de tweede fase kunstopleiding het Sandberg Instituut, sinds een half jaar gevestigd in het voormalige Sint Nicolaasklooster aan de Prinses Irenestraat in het Beatrixpark. Opeens bevindt Houweling zich midden in het museumkavel, en ziet hij nieuwe kansen. ,,Prachtig als het Stedelijk naast ons komt. Dan leveren wij onze culturele bijdrage in de schaduw van het museum, of andersom.'' Past zo'n arme opleiding wel op een wellicht felbegeerde, dus dure locatie? ,,Voorlopig kunnen we hier blijven, maar op de lange termijn gaan we het verliezen. Dan gaan we naar een nieuwe rafelrand van de stad, geen probleem.''

De Sint Nicolaaskapel, net als het naastgelegen klooster eigendom van ING Vastgoed en verhuurd aan het Sandberg Instituut, wordt wellicht de locatie voor het nieuwe, onafhankelijke initiatief Cinema Zuid. Beeldende kunst-critici Lucette ter Borg en Sacha Bronwasser hebben een aanvraag ingediend bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst voor een vertoningsruimte voor film- en videokunst. Ter Borg en Bronwasser streven naar een ,,visueel equivalent van De Balie''. Drie zaaltjes moeten er komen, een voor 35 mm-projectie, een voor 16 mm, en een voor video en dvd. Films die door filmtheaters als `te moeilijk' worden beschouwd, zullen hier worden vertoond. Elke twee maanden vindt een zesdaags festival plaats, tussentijds wordt de kapel gebruikt voor exposities van het Sandberg Instituut.

Het Amsterdams Fonds voor de Kunst heeft zelf ook plannen. Bij de Programmaraad ligt een voorstel om de Belgische kunstenaar Panamarenko en zijn Kongolese collega Bodys Isek Kingelez openbare werken te laten maken voor respectievelijk de Amsterdam Arch en het naastgelegen waterplein. De Stichting Kunst in de Openbare Ruimte (SKOR) is bij veel van het voorgaande betrokken en streeft naar een videoscherm op het Zuidplein, naast het WTC, waarop bijvoorbeeld festivals elders in de stad kunnen worden gevolgd. Of waar gewoon een voetbalwedstrijd op wordt vertoond.

Al met al ontstaat een intrigerend beeld. Wie over tien jaar over de Zuidas kuiert, tussen de prestigieuze gebouwen van internationale sterarchitecten, wordt geconfronteerd met uitdagende, weerbarstige kunst. Wat zich nu beweegt in de periferie, bevindt zich dan in het centrum. Wat nu slechts is weggelegd voor een kleine groep liefhebbers, krijgt dan een miljoenenpubliek. Tussen het nieuwe wonen en werken bloeit het artistieke experiment.

Slechts één hoeder van de populaire cultuur heeft belangstelling voor de Zuidas. Joop van den Ende heeft vergevorderde plannen voor een musicaltheater tegenover de RAI, op de plaats waar nu nog de Hogeschool van Amsterdam staat. Van den Ende zocht al jaren naar een Amsterdamse locatie voor een derde open einde-theater (naast Utrecht en Scheveningen), met musicals die alleen daar te zien zijn. Volgens Erwin van Lambaart, directeur van Joop van den Ende Theaterproducties, is het wachten alleen op een definitief fiat van de gemeente. De vrees van omwonenden voor parkeeroverlast wordt volgens Van Lambaart ondervangen door een ondergrondse garage. Hij hoopt dat het theater in de tweede helft van 2006 kan openen, bij voorkeur met de Broadway-hit The Producers van Mel Brooks.

Verrassend, die overdaad aan kleinschalige plannen in zo'n grootschalige omgeving, vindt ook supervisor Pi de Bruijn. ,,Het verbaast me een beetje, maar passend is het wel. Joop van den Ende is van harte welkom, maar ik zie liever kunst dan entertainment op de Zuidas. Ik prefereer een klein filmhuis boven een megabioscoop met veertien zalen. Of zo'n fijnproevertheatertje, dat vind ik een enorme kick.''

Tijdens de Museumnacht op 2 november worden bouwplannen voor culturele instellingen in Amsterdam gepresenteerd, o.a. voor de Zuidas. Tentoonstelling `Kunst in de Steigers' in het Gemeentearchief, gebouw De Bazel, Vijzelstraat 32, Amsterdam.

    • Mark Duursma