Bosch van Drakestein

Wielrenners worden niet, zoals gewone mensen, door de ooievaar op de wereld gezet, maar uit klei en modder geboetseerd. Maar dat was niet zo bij baanrenner Gerard Bosch van Drakestein, die geboren werd in een adellijke familie. Als er ergens een plek is waar kinderen door de ooievaar worden afgeleverd, is het daar wel. Volgende week donderdag is in Amsterdam een bijeenkomst over wielergeschiedenis met onder meer Daniël Rewijk. Hij heeft een afstudeerscriptie geschreven over Bosch van Drakestein.

De jaren voor de Eerste Wereldoorlog moeten een ramp zijn geweest voor onze amateurbaanrenners. Van 1908 tot en met 1917 won Bosch van Drakestein bijna alle nationale titels. Hoe vaak zullen zijn verliezende collega's hem het voorstel hebben gedaan professional te worden? Maar de adellijke renner vertikte dat onder alle omstandigheden. Rijden voor geld kan niet, mag niet en gebeurt niet.

Aan de andere kant waren baanrijden en wieleren hier onderontwikkeld. In hallen in Amsterdam, Bergen en Scheveningen konden de renners terecht. De later legendarische Piet Moeskops, die door Joris van den Bergh in de letterkunde is vastgelegd door het boek `Te midden der kampioenen', was nog een knulletje. En Jaap Eden had inmiddels onomkeerbare problemen gekregen met zijn lever. Toch blijven de prestaties van Bosch van Drakestein aansprekend, want hij won nog op zeer hoge leeftijd.

Als amateur lagen zijn hoogste grenzen bij de Olympische Spelen. Indien compagnon Maurice Peeters in 1924 vlak voor de tandemrace minder cognac had gehad, had het koppel goud gewonnen. Bosch van Drakestein en Peeters lagen vlak voor de finish in winnende positie, toen Peeters plots omhoog stuurde en de Fransen en Denen een gaatje bood. `Ik hoorde een schreeuw', verontschuldigde hij zich. Later bleek cognac de oorzaak: Peeters had een complete fles achterovergeslagen. Vier jaar later won Bosch van Drakestein zilver op de Spelen in Amsterdam toen hij al 41 jaar oud was. Het was sowieso een lekker jaartje voor de renner, want hij werd wéér nationaal kampioen op de baan.

Met recht kan zo iemand een liefhebber worden genoemd, want hoe anders kan een sporter zo lang zo eervol zijn, zonder een cent ervoor te ontvangen? Louter eer, klopjes op de schouder en jaloerse blikken van de jonge concurrentie die geen voet tussen de deur krijgt. Toch kleeft aan zo'n langgerekte loopbaan meteen de geur van zwakheid van de rest. Sportjournalist M.J. Adriani Engels bevestigde dit dan ook: `Het begon meer en meer duidelijk te worden dat de Nederlandse sprinters te oud waren om nog veel van te verwachten.' Maar dat moet voor Bosch van Drakestein een constatering zijn geweest en voor de concurrentie een veroordeling.

De wielerbijeenkomst is donderdagavond 31 oktober vanaf 19.30 uur op Spuistraat 134 in Amsterdam.

jurryt@xs4all.nl

    • Jurryt van de Vooren