Bijna alles over Callas

Met slechts twee optredens in het Amsterdamse Concertgebouw (1959 en 1973) is de relatie tussen Maria Callas en Nederland uiterst smal gefundeerd. Als in de vele Callasboeken het eerste Amsterdamse optreden al wordt genoemd, is dat vooral omdat Callas wilde dat het honorarium zou worden overgeschreven op haar eigen rekening, en niet op die van haar echtgenoot Meneghini. Dat tekende Callas' groeiende onafhankelijkheid, die onder de ogen van Meneghini resulteerde in haar ongelukkig afgelopen affaire met Onassis. De reder onderhield de beroemdheid Callas dan wel, maar opera klonk voor hem toch `als een stelletje Italiaanse koks, die elkaar risottorecepten toeschreeuwen'. Onassis trouwde uiteindelijk Jackie Kennedy, de beroemdste weduwe op aarde.

Voor de eerste Nederlandse biografie van Maria Callas, die vijfentwintig jaar geleden overleed, zijn de twee Amsterdamse optredens natuurlijk van eminent belang. Karl van Zoggel, Callasfanaat sinds hij in 1988 Meneghini's boek Maria Callas mia moglie (1981) las, vertelt dan ook uitvoerig over Callas in het Amsterdam van 1959. Holland Festivaldirecteur Peter Diamand haalde haar temidden van veel persrumoer af van Schiphol, de Italiaanse ex-koning Umberto begroette haar in het Amstel Hotel, Beatrix en Irene waren bij het concert.

Van Zoggel citeert complete recensies èn het vrouwenblad Eva, dat opgewonden meldde hoeveel Callas was afgevallen en hoe fraai haar toilet van witte organza was. Ook verhaalt Van Zoggel alle details over Callas' plaatsing van een gedenksteen in de EMI-Bovema-studio in Heemstede. Op de steen staat dat Callas dit deed op 11 juli 1959, maar in feite was het 12 juli.

Omdat Van Zoggel zo compleet wil zijn, is het jammer dat hij de leukste anekdote over Peter Diamand en Maria Callas heeft weggelaten. Het gebeurde na een voorstelling in Milaan, tussen de Scala en het trendy restaurant Biffi. Callas werd omringd door hordes paparazzi en een van hen vroeg de in Italië onbekende Diamand wie hij was. Diamand antwoordde dat hij de Egyptische kapper van Callas was en weidde uit over Callas's haar. Hoe het van karakter veranderde als zij een andere rol zong: stug bij het ene personage en juist zacht bij het andere. De volgende dag stond het allemaal in de krant.

Van Zoggel vertelt het turbulente en emotievolle korte leven van Callas erg keurig en wat ambtelijk na. Het was inderdaad `een leven als een Griekse tragedie', zoals de ondertitel luidt. Maar Van Zoggel lijkt er persoonlijk niet door geraakt, hij is een nuchtere buitenstaander achteraf.

Van Zoggel baseert zich op uitvoerige, deels curieuze documentatie, maar zijn fraai uitgegeven boek is toch redelijk compact. Aan de biografie, inclusief Callas' Nederlandse optredens, zijn 160 goed geïllustreerde pagina's gewijd. Nuttig voor de liefhebbers zijn de uitvoerige bijlagen: een chronologie en lange lijsten van optredens, repertoire, interviews, beeldmateriaal en een bibliografie. Tenslotte horen we op een bijgeleverde cd ook Callas zelf zingen. Eindelijk èchte tragedie.

Karl H. van Zoggel: Maria Callas. Een leven als een Griekse tragedie.

Tirion, 248 blz. €35,90