Anders hoeft het niet

De Hongaarse componist György Ligeti (79) houdt persoonlijk toezicht op de opnames van zijn muziek. `Had ik maar talent voor dirigeren. Dat zou alles zo vereenvoudigen.'

Voor de repetities van het Dubbelconcert voor fluit en hobo (1972) zijn het ASKO/Schönberg Ensemble met dirigent Reinbert de Leeuw uitgeweken naar Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. De Leeuw struint er rond tussen de musici en bespreekt passages met de componist, die in een sleetse slobbertrui het repetitieproces oplettend en opvallend tevreden gadeslaat.

Als zijn toch al broze gezondheid niet nog verder achteruit gaat, wordt György Ligeti op 28 mei tachtig. Zijn verjaardag valt samen met de voltooiing en release van het complete `Ligeti Project' door platenlabel Teldec, waarop de laatste, nog ontbrekende opnames van Ligeti's oeuvre zijn vastgelegd onder zijn eigen toezicht.

,,Mijn aanwezigheid bij de repetities van mijn muziek is van het grootste belang'', motiveert Ligeti energiek. ,,Ik ben een perfectionist en dit project is mijn fonografische nalatenschap. In een partituur vinden de musici en de dirigent wel de noten van mijn muziek, maar niet de ziel. Daarom zit ik nu bovenop alle opnames – dan is ook na mijn dood in elk geval mijn visie op mijn muziek herbeluisterbaar. Maar het kost érg veel tijd en energie. En ik zou ook zeker veel gelukkiger zijn wanneer ik meer tijd had om te componeren. Neem een groots componiste als Galina Oestvolskaja; zij heeft zich eenvoudigweg opgesloten en laat haar scheppingsproces door niets verstoren. Ik vind dat hoogst benijdenswaardig!''

Het lijkt verbazingwekkend dat een platenmaatschappij in barre tijden aandacht besteedt aan het verzameld oeuvre van een eigenzinnig, eigentijds componist als György Ligeti. ,,De cd's met mijn muziek zullen nooit opleveren wat ze hebben gekost,'' bevestigt Ligeti met zelfspot. Dat `The Ligeti Project' tóch mogelijk is, is te danken aan de Zwitserse mecenas Vincent Meyer, aan wie de cd's ook zijn opgedragen. Ligeti ontmoette Meyer op een concert van het vermaarde Ensemble Intercontemporain in Parijs. ,,Een abominabel concert, vol foute of ontbrekende inzetten!'' herinnert hij zich fronsend. ,,Na afloop was ik gedeprimeerd en ontdaan. Vincent Meyer zat als bestuurslid van het ensemble naast mij, en bood me bij wijze van troost deze editie aan. Dat vond ik zeer sympathiek. Meyer is een echte filantroop. Hij ondersteunt ook een ziekenhuis voor Roemeense weeskinderen.''

Ligeti's toezicht maakt van The Ligeti Project behalve een lovenswaardig initiatief een geluidsdocument van muziekhistorisch belang. Platenlabel Sony Classical begon in 1995 al aan eenzelfde project – `The Ligeti Edition' – met medewerking van dirigent Esa Pekka Salonen. De editie strandde in 1997 na acht cd's met kamermuziek, omdat Ligeti het uitkomen van door hem afgekeurde opnames met orkestmuziek met succes aanvocht. ,,Ik wil er nu liever geen woorden meer aan wijden'', zucht hij. ,,In het kort: dirigent Salonen liet zíjn visie op mijn muziek prevaleren boven míjn visie. Daarop liep de samenwerking spaak. En dan heb ik het echt niet over interpretatie – die staat een dirigent vrij. Maar er zijn dingen over mijn composities die ik zelf, als componist, écht het beste weet. Ik heb het ook vaak betreurd dat ik zelf geen talent heb voor dirigeren. Dat zou alles zò vereenvoudigen... Maar helaas! En daarom is het zaak samen te werken met een dirigent in wie ik geloof, en hem mijn volle vertrouwen te gunnen.''

Het temperament van György Ligeti is onder dirigenten, musici en journalisten berucht. ,,Noem het vulkanisch'', lacht dirigent Reinbert de Leeuw in een lunchpauze tussen twee repetities. ,,Ligeti is in zijn muziek en in de omgang erg direct, en dus niet altijd even diplomatiek. Dat schrikt mensen af. Er zijn legio dirigenten die hem zelfs niet toelaten tot hun repetities, uit angst openbaar bekritiseerd te worden. Zelf heb ik daar totaal geen moeite mee. Een componist moet alles kunnen zeggen, en als Ligeti zijn kritiek soms wat bot verwoordt, wat dan nog? Je wéét dat het Ligeti is, en dat hij na tien minuten weer breed lachend rondloopt. Zijn muziek is precies zo. Nooit abstract, maar van vlees en bloed. Spannend door de frictie tussen intellectualiteit en temperament.''

ASKO

Na de mislukte samenwerking met Sony was het Ligeti zelf die dirigent Jonathan Nott met de Berliner Philharmoniker en Reinbert de Leeuw met het ASKO/Schönberg Ensemble benaderde voor de voortzetting op Teldec van zijn verzamelde werken op cd. ,,Hij belde me gewoon op'', vertelt De Leeuw. ,,Natuurlijk was ik gevleid, maar je moet niet onderschatten dat wij al jaren met hem samenwerken. De musici kennen en begrijpen Ligeti en zijn muzikale taal van binnenuit. Dat is de reden dat hij ons met zijn muziek vertrouwt.''

György Ligeti (1923) groeide op als zoon van Hongaars-joodse, atheïstische intellectuelen in een deel van Transsylvanië dat afwisselend bij Roemenië en Hongarije hoorde. ,,Een gelukkige jeugd'', memoreert hij zakelijk. ,,We woonden in het dorpje Dicsöszenmárton, waar vanzelfsprekend geen orkesten waren, maar alleen zigeunerensembles – heel veel zelfs – en platenspelers. Ik hoorde dus wel een heleboel orkestmuziek, maar moest de partituur en de werkelijke concertsituatie erbij verzinnen. Achteraf denk ik dat ik daarom later componist ben geworden.''

Op aanraden van zijn moeder studeerde Ligeti muziektheorie aan het conservatorium, en kort daarop verscheen ook zijn eerste composotie – een lied voor mezzosopraan en piano – in druk. Ligeti's eerste studiekeuze, natuurkunde, was voor joodse studenten onmogelijk in 1941. In de Tweede Wereldoorlog kwamen zijn vader en broer om in respectievelijk Bergen-Belsen en Mauthausen, Ligeti zelf ontvluchtte op zijn buik door het slijk zijn dwangarbeid als explosievenkoerier aan het front.

Hij vestigde zich in Boedapest, en werkte daar tot 1953 als componist en conservatoriumdocent in de algemeen theoretische vakken. Werken uit die tijd, zoaals de hyper-ritmische Zes bagatelles voor blaaskwintet (1953), verraden de invloed van Bartók. En in mindere mate echoot ook de stem van Stravinsky's Petroesjka door. ,,Bartók was dé nationale componist en mijn grote held'', zegt Ligeti. ,,En nog steeds wel. Maar in Hongarije werd het grootste deel van zijn muziek tot de dood van Stalin in 1953 geboycot, omdat zij 'te modern' was. We leefden totaal geïsoleerd van het westen. Alleen via de radio ving ik soms flarden op van de muziek die gelijktijdig in het westen ontstond.''

Het aardige aan The Ligeti Project is dat Ligeti's late, maar ook zijn heel vroege werken tot klinken komen. Zo bevat de afgelopen maand opgenomen, vierde cd in de editie de gemoedelijk dansante, Oud Hongaarse Ballroomdansen (1949). ,,Intens naïeve dansen, maar de enige muziek die door het regime werd toegestaan'', omschrijft hij nu. ,,En toch: hoe oud stukken ook zijn, ik word nooit verbaasd door mijn eigen muziek. Dat is onmogelijk.''

,,Die oude werken plaatsen de Ligeti die wij nu kennen in zijn context'', vindt ook Reinbert de Leeuw. ,,Als je zijn achtergrond kent, hoor je er ook elementen van terug in zijn latere werken.''

Schokkend

In 1956 vluchtten Ligeti en zijn vrouw naar Keulen. Hij vond onderdak in de flat van zijn collega-componist Karlheinz Stockhausen en werkte aan plannen voor een statische, verinnerlijkte muziek die zich langzaam en organisch, als van binnenuit, ontwikkelt. Die ideeën kregen vorm in revolutionaire orkestwerken als Atmosphères (1961), ook bekend als soundtrack van Stanley Kubricks klassieke sciencefictionfilm 2001: A Space Odyssey (1968), en Lontano (1967). Wat klinkt is een vloeiende, zodanig complexe muziek, dat het oor niet meer in staat is de verschillende lagen te onderscheiden. Het gevolg: een ondoordringbare `wolk' van geluid, door Ligeti steevast aangeduid met de term `micro-polyfonie' (,,Wat een prachtig woord, hè?'').

De Leeuw: ,,Het unieke is dat Ligeti na zijn vlucht naar het westen direct doordrong in het hart van de westerse muzikale avant-garde en tóch eigenzinnig bleef. Zowel in Atmosphères als in Lontano bewaart hij een enorme kritische afstand tot de avant-garde scene van Boulez, Maderna, Stockhausen. Dat werd als heel schokkend ervaren.''

Het humoristische werk Aventures/Nouvelles aventures (1962-65) – hysterisch menselijk gehijg, schor geschater en aapachtig gekrijs illustreren Ligeti's ervaringen als Hongaarssprekend kind in een Roemeenstalige omgeving – ontbreekt niet in de editie. Dat geldt om praktische redenen wél voor de Poème symphonique (1962) voor honderd tikkende metronooms, maar verder zijn alle werken vertegenwoordigd.

Wat ontstaat is het een beeld van een extreem divers oeuvre, dat hoorbaar wortelt in een zoekende basishouding. ,,Al in Hongarije werd ik primair aangetrokken tot het ongewone in muziek'', verklaarde Ligeti ooit. ,,Muziek die niet verrast, vind ik niet interessant. Componeren is voor mij verwant aan wetenschap. Je stuit tijdens het werkproces op een probleem, en als je de oplossing hebt gevonden, ontstaan weer honderd nieuwe problemen. Daarom werk ik ook niet in één onveranderlijke stijl. Ik componeer stap voor stap, en weet nooit precies waar de volgende stap me zal brengen.''

Geconfronteerd met zijn eigen uitspraak knikt Ligeti instemmend. ,,Maar het is heel moeilijk om muzikale verbeeldingskracht en de werking van het compositieproces precies in woorden te vatten. U moet niet denken dat mijn liefde voor de bèta-wetenschappen iets te maken heeft met componeren, dat is klinkklare onzin. In de hersenen zijn de delen die talent en fantasie voor muziek en bèta-wetenschappen bepalen, niet hetzelfde. Veel dingen – in de wiskunde, het dagelijks leven, gedichten en schilderkunst – hebben een bepaalde emotionele lading, waarmee ze een zeer sterk gevoel kunnen uitlokken. Die gevoelens en ervaringen hebben dan wel weer een zekere invloed op de muzikale verbeelding. Maar hoe, dat is iets zeer abstracts. Er zijn vragen over muziek waarvoor geen exacte antwoorden bestaan.''

Reinbert de Leeuw: ,,Ligeti's ontwikkeling kent duidelijke fasen, maar de vitaliteit van zijn muziek is constant. Zijn wat vroegere muziek, zoals het Dubbelconcert voor fluit en hobo (1972), is ongelooflijk geraffineerd in de toonkleur. Latere werken als het Hamburgisches Konzert (1998-99) en het Vioolconcert (1989-93) verkennen de grenzen van de virtuositeit en stellen extreme eisen. In zijn vioolconcert staat één noot die zó belachelijk hoog ligt, dat ik echt moest uittellen welke toon het precies was. Een hoge g, zo bleek! Nou, die ben ik nog in geen enkel andere compositie tegengekomen. In een ander relatief recent werk als het Pianoconcert (1985-1988) is bovendien sprake van een waanzinnige metrische complexiteit en, als gevolg daarvan, swing. Maar welke periode uit Ligeti's oeuvre je ook onder handen neemt, zijn muziek eist altijd extremiteiten en dwingt musici tot het nemen van risico's.''

Zeuren

Voor veel van zijn latere werken koos Ligeti zeer concrete inspiratiebronnen. De mogelijkheden van een instrument, de virtuositeit van één bepaalde musicus. ,,Mijn ideeën hangen af van de praktijk, van wie mijn werken uit wil voeren'', beaamt hij. ,,Zo zou ik in de nabije toekomst graag een strijkkwartet componeren voor het Arditti Strijkkwartet, daar zeuren ze al tijden om. En dan is de aanleiding dus niet zozeer dat het strijkkwartet als traditionele vorm me interesseert, maar dat ik vertrouwen heb in deze musici. Dat vertrouwen leidt tot concrete muzikale ideeën, die dan weer voortkomen uit mijn voorstelling van de mogelijkheden van die bewuste musicus.

,,De muzikale verbeelding is in principe bandeloos. Ik kan me een stuk voorstellen voor achtduizend orgels. Moeiteloos! Maar hoe zinvol is dat? Muziek is niet abstract. Zij moet gespeeld worden, anders is alles zinloos. En dus heb ik er behoefte aan dat topspecialisten mijn werk uitvoeren, anders hoeft het niet. Daarom schrijf ik ook geen pedagogische muziek. Ik weiger concessies te doen aan mijn muzikale verbeelding.''

The Ligeti Project is volgend jaar mei compleet. In november wordt door de Berliner Philharmoniker onder leiding van Jonathan Nott de laatste cd met het Requiem (1965) opgenomen. Dat lijkt nipt op tijd. Ligeti's gezondheid laat te wensen over. Hij loopt moeilijk na een recente voetoperatie, en wordt binnenkort geopereerd aan vocht dat in zijn hersenen op het centrale zenuwstelsel drukt. ,,Het probleem van al die kwaaltjes is niet eens zozeer dat ík niet weg kan wanneer ik dat wil, maar dat andere mensen niet weggaan wanneer ík het wil!'' Ligeti schatert even. ,,Maar enfin! Nog één cd, dan is het volbracht. Ik droom al tien jaar van een soort muziektheatraal werk, geïnspireerd op Alice in Wonderland en Through the Lookingglass van Lewis Carroll. Ik heb daarover een deal gesloten met de English National Opera, die te zijner tijd de wereldpremière zal realiseren. Maar voorlopig staat er nog geen noot op papier.''

Van de spiritueel sprankelende opera Alice in Wonderland van Alexander Knaifel waarmee De Nederlandse Opera vorig seizoen opende, heeft Ligeti nooit gehoord. Hij trekt één borstelige wenkbrauw op. ,,Ik wist zelfs niet van het bestaan! Eén ding is zeker: mijn werk wordt niet `spiritueel'. Brrr, het woord alleen al... Alice in Wonderland is zo'n prachtig boek, zo diep filosofisch, pedagogisch en ironisch. Ik las het voor het eerst toen ik tien was en ben tot op heden diep onder de indruk gebleven van Carrolls humor. Nu maar hopen dat ik lang genoeg blijf leven om aan het componeren te beginnen!''

Van The Ligeti Project (Teldec) verschenen de delen 1,2 en 3. Deel 4 en 5 volgen in 2003. De kamermuziek is op acht cd's verkrijgbaar op The Ligeti Edition (Sony). Het Koninklijk Concertgebouworkest speelt o.l.v. Riccardo Chailly op 1/11 `Lontano'. Inl. 020 6718345.

    • Mischa Spel