Wereldmarkt voor `engineering' krimpt

Het bouwen van productielijnen voor onder meer auto's en voedingsmiddelen, het ontwerpen van olie- en gasinstallaties en de complete oplevering van elektriciteitscentrales, ABB draait er zijn hand niet voor om. Maar de opdrachtgevers uit deze sectoren zijn terughoudend geworden met investeringen. Uit de jongste rapportage van Orgalime, een lobby-organisatie van Europese `engineeringbedrijven', blijkt dat de sector dit jaar naar verwachting licht krimpt, terwijl eerder nog op groei was gerekend.

De belangrijke wereldspelers in de engineeringsector zijn naast ABB het Duitse Siemens, het Britse Invensys (waar softwarebedrijf Baan deel van uitmaakt), het Franse Schneider, de Japanse bedrijven Yokogawa en Mitsubishi en de Amerikaanse bedrijven Emerson (voorheen Fisher-Rosemount), General Electric en Honeywell. Veel van deze ondernemingen, die zowel producten als diensten leveren, rapporteerden stokkende orderstromen.

Voor Europa is engineering een belangrijke economische activiteit. De sector telt circa 29.000 bedrijven met 3,4 miljoen werknemers. Tezamen genereerden zij in 2001 een omzet van 522 miljard euro. In de jaren negentig maakte de Europese engineeringbedrijven een forse groei door.

ABB heeft in Nederland een kleine 1.300 werknemers en als hoofdzetel Rotterdam. Belangrijke Nederlandse klanten zijn handelshuis Hagemeyer, energiebedrijf Essent, autofabrikant Nedcar en chemieconcern Akzo Nobel. Volgens directeur Marco Croon draait de Nederlandse vestiging operationeel goed. ,,Klanten lopen niet bij ons weg. We houden contact met ze over de ontwikkelingen.'' Wel is volgens hem snoeien in het personeelsbestand noodzakelijk geweest. Het afgelopen jaar moesten circa honderd werknemers het bedrijf verlaten. Daarnaast zijn onderdelen van de hand gedaan.