Voor `Brussel' komt uitbreiding te vroeg

Na het fiat van Ierland en Nederland proberen de regeringsleiders in Brussel de laatste obstakels weg te nemen voor uitbreiding van de Europese Unie. Maar de kans op succes is klein.

Met een Brussels werkdiner van de Europese regeringsleiders begint vanavond de slotfase van de onderhandelingen over uitbreiding van de Europese Unie. De Deense premier Anders Fogh Rasmussen, de huidige EU-voorzitter, heeft gewaarschuwd dat de uitbreiding ernstige vertraging oploopt wanneer zijn Europese collega's vanavond en morgen hun geschillen over de financiën niet oplossen.

Zijn woorden zijn echter met een uitzonderlijk eenstemmig hoongelach door de Brusselse diplomatie ontvangen. Denemarken is als voorzitter verplicht de druk op de ketel te houden, maar wordt niet serieus genomen. De meeste EU-regeringen nemen aan dat in Brussel geen oplossing wordt gevonden voor de problemen die afronding van de onderhandelingen met kandidaat-lidstaten nog in de weg staan. De druk om tot compromissen te komen tussen de huidige vijftien EU-lidstaten is nog niet groot genoeg, menen diplomaten. Voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie zei vanmiddag dat een compromis over de financiering van de uitbreiding ,,zeker mogelijk, maar heel moeilijk' is.

Diplomaten verwachten dat de regeringsleiders pas in december tijdens een zich waarschijnlijk dagen voortslepende top van Kopenhagen bereid zullen zijn water bij de wijn te doen. Die topbijeenkomst is gepland voor afsluiting van de onderhandelingen met de kandidaten. Wanneer de vijftien het pas in Kopenhagen eens worden over een gezamenlijk standpunt blijft er voor onderhandelingen met kandidaten weinig tijd meer over. Geen nood, zeggen diplomaten, want als de vijftien eenmaal moeizaam een akkoord hebben bereikt, is er toch geen ruimte meer om dat nog eens aan specifieke verlangens van kandidaten aan te passen. De kandidaat-lidstaten zullen op dat moment moeten nemen wat hen wordt opgediend, is de redenering.

De Europese regeringsleiders stemmen op de vanavond beginnende Brusselse top waarschijnlijk in met het voorstel van de Europese Commissie om in december de onderhandelingen over toetreding tot de EU af te sluiten met tien landen. Het betreft Polen, Hongarije, Tsjechië, Slovenië, Slowakije, Estland, Letland, Litouwen, Cyprus en Malta. De problemen komen echter bij de voorwaarden voor het lidmaatschap van deze landen.

De eis van Nederland en België dat de nieuwkomers onder speciaal toezicht komen en op deelgebieden van voordelen van het EU-lidmaatschap worden uitgesloten zolang zij niet aan de voorwaarden voldoen, lijkt weinig problemen op te leveren.

[Vervolg EUROTOP: pagina 6]

Landbouwkosten grootste twistpunt

EUROTOP

[Vervolg van pagina 1]

De Europese Commissie heeft al voorgesteld om hiervoor zogenaamde vrijwaringsclausules op te nemen in de toetredingsverdragen.

De moeilijkheden van de huidige EU-landen zitten bij de voorwaarden waaronder nieuwe lidstaten kunnen meedoen aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU en de structuurfondsen voor achtergebleven gebieden. Nederland, Duitsland, Groot-Brittannië en Zweden willen het huidige landbouwbeleid hervormen, onder meer omdat de kosten te hoog worden wanneer de boeren in nieuwe lidstaten net als hun collega's in de huidige EU inkomenssteun ontvangen. Dezelfde landen willen ook dat de nieuwe lidstaten tussen 2004 en 2006 geen 25 miljard euro uit de structuurfondsen krijgen, zoals de Commissie heeft voorgesteld, maar 21 miljard euro.

Tegenover deze vier staan landen als Frankrijk en Spanje, die veel geld uit de Europese landbouwkas ontvangen en weinig voor hervormingen voelen. De Franse president Jacques Chirac heeft gezegd pas in 2006 over het landbouwbeleid te willen praten. In dat jaar moet de EU, die dan waarschijnlijk 25 leden telt, eenstemmig besluiten over een nieuwe langetermijnfinanciering. De Duitse bondskanselier Gerhard Schröder is de zwaarste tegenstander van Chirac. Wanneer Frankrijk en Duitsland het eens worden, kan Nederland niet veel anders doen dan zich daarbij neerleggen, heeft staatssecretaris Atzo Nicolaï van Europese Zaken erkend.

Chirac en Schröder hebben gezegd een compromis te willen. Ze praten vanavond voor het begin van het werkdiner onder vier ogen. Maar diplomaten verwachten niet dat ze dan een oplossing vinden. Geld en macht zijn zaken waarover in de EU de hardste onderhandelingen gevoerd worden. Chirac is de afgelopen dagen geslaagd de problemen gecompliceerder te maken door de speciale korting voor de Britse bijdrage aan de Europese kas ter discussie te stellen. De voormalige Britse premier Margaret Thatcher bedong deze korting in 1984 omdat Groot-Brittannië als gevolg van het landbouwbeleid onredelijk veel aan Brussel zou betalen. De huidige premier Tony Blair voelt er niet voor om die korting in te leveren.

Nog een financieel probleem dat de regeringsleiders moeten oplossen is de compensatie die moet voorkomen dat landen die bij de EU komen meteen netto-betalers voor de EU worden. De Poolse regering vreest dat wanneer Polen na toetreding tot de EU netto minder geld uit Brussel krijgt, dit bij een referendum volgend jaar een argument is voor tegenstanders van het Poolse EU-lidmaatschap.

Hoe hard de standpunten ook, geen land heeft tot nu toe gezegd de uitbreiding te zullen blokkeren als het zijn zin niet krijgt. Nederland heeft de hardste opstelling. Zowel het vorige paarse kabinet als het huidige demissionaire kabinet heeft erop gehamerd dat instemming met directe inkomenssteun voor boeren in nieuwe lidstaten afhankelijk is van een akkoord over hervorming van het landbouwbeleid. Maar Nederland zegt tegelijkertijd niet als enige de hele EU-uitbreiding te willen tegenhouden als de landbouwhervorming er niet in zit.

    • Ben van der Velden