Vette en magere jaren van de pensioenfondsen

Na veertig jaar bij dezelfde baas ging Peter de Koning deze zomer met pensioen als algemeen directeur van het Spoorwegpensioenfonds. Hij schreef bij zijn vertrek een markant boekje over het tekortschieten van de toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer en het gesjoemel in het prospectus van World Online. `Het dédain van bedrijven voor effectief ondernemingsbestuur is een parlementaire enquête waard.'

`Ik zal me niet zo snel inzetten voor de oprichting van een vereniging `Vrienden van de Pensioen- en Verzekeringskamer'.'' De eerste zin van het eerste hoofdstuk maakt direct duidelijk dat voormalig directeur Peter de Koning van de beheersorganisatie van het Spoorwegpensioenfonds zegt wat hij vindt. Stokpaarden, heet zijn boekje dan ook.

Hij schreef het ter gelegenheid van zijn eigen afscheid, drie maanden geleden. De Konings carrière is inmiddels een zeldzaamheid: veertig jaar bij dezelfde baas. Van de Hogere Bedrijfsschool van de NS via zelfstudie (rechten, Universiteit van Amsterdam) en de automatiseringsafdeling naar personeelszaken, naar NS-directiefuncties en, vanaf 1991, algemeen directeur van het Spoorwegpensioenfonds.

Elf hoofdstukken telt Stokpaarden, één voor elk jaar dat hij de dagelijkse leiding had bij het pensioenfonds, dat eind 2001 goed was voor bijna 10 miljard euro vermogen. De ruim 34.000 werknemers bij de Spoorwegen genieten een ouderwets gunstige pensioenregeling, die gekoppeld is aan het laatst verdiende loon.

Op grond van afspraken die zijn gemaakt bij de privatisering, in 1994, van het Spoorwegpensioenfonds en door de jarenlang riante rendementen op aandelenbeleggingen, is het pensioen van de spoorwegwerkgevers en hun werknemers tot dusverre `gratis': zij hoeven geen pensioenpremies te betalen. Een aanzienlijk percentage van het vermogen (54 procent eind 2001) is in aandelen belegd. Als belegger is het fonds tevens een van de voorvechters van zeggenschap van aandeelhouders en van adequaat ondernemingbestuur (corporate governance).

,,Natuurlijk moet er goed toezicht zijn op pensioenfondsen'', zegt De Koning. ,,Maar de Pensioen- en Verzekeringskamer heeft in de jaren met de gouden beleggingsrendementen, van 1995 tot en met 1999, te weinig gedaan, en nu willen zij te veel.'' Drie weken geleden kregen de pensioenfondsen, samen goed voor zo'n 400 miljard euro beleggingen, zwaardere regels opgelegd om hun financiële positie op orde te brengen.

De PVK controleert met bijna 200 werknemers zo'n 300 verzekeraars en 960 pensioenfondsen. Die waakt erover dat pensioenfondsen aan hun verplichtingen tegenover (ex-)werknemers en gepensioneerden voldoen, moet hen behoeden voor misstappen en grijpt in als (structurele) tekorten dreigen.

Ongeveer eenderde van de bijna duizend fondsen heeft door de sluipende beurskrach inmiddels een zorgwekkende financiële positie. De Koning:,,Dat is toch een wonder. Na drie jaren met verliezen op de beurs heeft de bedrijfstak gemiddeld nog steeds genoeg vermogen om de pensioentoezeggingen te betalen. Dat onderstreept dat ons pensioenstelsel hardstikke goed is.

,,Maar in de gouden jaren had de PVK pensioenfondsen moeten waarschuwen: wees voorzichtig met extra geld uitgeven. Premieverlagingen in goede tijden zijn niet slecht, mits daar in slechte tijden premieverhogingen tegenover staan. Maar geld terugsluizen naar de werkgever, daar ben ik geen voorstander van. Dan gaat het dubbelop. Je vraagt dan erg veel als het weer slecht gaat met het pensioenfonds en het ook slecht gaat met de werkgever.''

De Pensioen- en Verzekeringskamer is behept met een Vie d'Or syndroom, vindt De Koning. Het bankroet, in 1992, van de kleine verzekeraar Vie d'Or, ontketende een parlementair onderzoek en een civiele schadevergoedingsprocedure van gedupeerde polishouders. De PVK houdt sindsdien met boekhoudkundige precisie bij hoe zij haar toezicht heeft uitgeoefend – maar zij is bang haar nek uit te steken, zegt De Koning. ,,Het is een wetmatigheid dat eens in de zoveel jaar, en vraag mij niet hoeveel jaar dat is, er een pensioenfonds omvalt. En niet eens door boze opzet. Het gebeurt bijvoorbeeld bij bedrijven met een nieuw pensioenfonds dat drie jaar eerder fors in aandelen is gegaan. Maar de vraag: wat doen we als een pensioenfonds omvalt, is nog steeds onbeantwoord.''

In plaats van rappe actie als een fonds een tekort heeft, ziet hij meer in het accepteren van tijdelijke tekorten. Natuurlijk, ook dat heeft nadelen, maar de lange-termijnhorizon van pensioenfondsen is ook bijna onvoorstelbaar. In Stokpaarden illustreert hij die horizon met twee voorbeelden uit een feestrede uit 1995, toen het Spoorwegpensioenfonds 150 jaar bestond.

Hoe lang is 150 jaar? Niet meer dan twee werknemers. De een trad in 1911 als 17-jarige bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen in dienst als hulpzadelmaker. Hij is inmiddels overleden, maar zijn echtgenote kon tot in deze nieuwe eeuw rekenen op een nabestaandenpensioen. De ander begon als 19-jarige in 1993 in de hoofdwerkplaats in Haarlem en zijn vooralsnog fictieve partner kan zeker tot 2061 op pensioen rekenen. Twee werknemers, 150 jaar pensioen.

Tegen de achtergrond van zulke lange termijnen maakt De Koning een bijna opgewekte indruk als de tanende financiële positie van de pensioenfondswereld ter sprake komt. ,,Ik ben niet zo snel van mijn stuk als de rendementen op beleggingen lager zijn – als de gemiddelde opbrengst maar op peil blijft. Het verhaal van de zeven vette jaren en de zeven magere jaren, zorg voor volle graanschuren om de hongersnood door te komen, staat niet voor niets in de bijbel. Over een periode van veertien jaar heb je dan wel een gemiddelde opbrengst.''

Eenderde van de pensioenfondsen heeft een verhouding tussen beleggingen en pensioentoezeggingen (dekkingsgraad) van minder dan 110 procent. Enkele tientallen fondsen zitten zelfs onder de minimaal verplichte 100 procent. De Koning is niet bang als een fonds eens onder de 100 procent komt. ,,Nu grijpt de PVK de facto in het beleggingsbeleid van fondsen in, dat is hoogst onverstandig. Zij moet de pensioenfondsen op lange termijn beoordelen. Met een dekkingsgraad van minder dan 100 procent gaat een pensioenfonds nog niet failliet. Het pensioenfonds van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, een rechtsvoorganger van het Spoorwegpensioenfonds, had begin vorige eeuw een dekkingsgraad van 30 procent.''

Had de erosie van de financiële positie van vele fondsen voorkomen kunnen worden door een evenwichtiger samenstelling van de besturen, zoals in de hoek van gepensioneerden wordt opgeworpen? Vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers domineren de besturen en hielden, zo constateert de PVK, de pensioenpremies ver onder de kostprijs. ,,Nee, ik denk niet dat het anders was gelopen. In een fondsbestuur zitten altijd wel gepensioneerden, ook al zijn zij misschien niet altijd in die hoedanigheid benoemd. Als werkgevers een te grote greep op het fonds hebben, zou dit kunnen betekenen dat het bestuur de belangen van alle betrokkenen niet evenwichtig tegen elkaar afweegt. Sleep dat bestuur dan voor de rechter, zou ik zeggen, dat kan tegenwoordig.

,,De vakbonden hebben het laten zitten'', vindt De Koning. ,,Die zeggen dat zij ook opkomen voor de belangen van gepensioneerden. Dat moeten zij weer oppakken.'' Maar de bonden hebben het ongekend moeilijk. Sommige moeten zelf bezuinigen en medewerkers laten afvloeien. ,,Kijk naar FNV Bondgenoten, daar rommelt het. Voor de vakbonden wordt het door de bezuinigingen steeds moeilijker om er iets bij te doen, zoals het besturen van de bedrijfstakpensioenfondsen. Het wisselt bij het leven. Zij hebben er nauwelijks nog tijd voor, terwijl het werk van een bestuurder van een pensioenfonds wél is toegenomen.''

Ongeveer tweederde van het pensioengeld wordt beheerd door fondsen die voor hele bedrijfstakken werken. Juist daar leveren de vakbonden traditioneel werknemersbestuurders. Een oplossing zou volgens De Koning zijn dat vakbonden vaker dan nu gebruikmaken van een bestuurder die is vrijgesteld voor pensioenzaken.

Sinds zijn vertrek bij het Spoorwegpensioenfonds heeft De Koning zijn functie voortgezet als voorzitter van het overleg van de pensioenfondsen over hun rol als aandeelhouder in het bedrijfsleven. De Nederlandse pensioenfondsen manifesteren zich steeds prominenter op aandeelhoudersvergaderingen, maar de verzekeraars, zoals ING, en beleggingsfondsen, zoals Robeco, laten het volgens hem afweten. Terwijl bijvoorbeeld hun Britse concurrenten wel actief zijn.

De pensioenfondsen eisen openheid, zeggenschap en effectief toezicht op de ondernemingsleiding. Kortom: corporate governance. De Koning in Stokpaarden: ,,Als de veronderstelde fraude in de bouw een parlementaire enquête waard is, dan is het dédain van sommige ondernemingen met betrekking tot corporate governance, gezien de daarmee verband houdende nog grotere financiële consequenties, dat ook.''

De stortregen aan vooral Amerikaanse beurs- en bedrijfsschandalen verbaast de calvinist niet. ,,Allemaal hebzucht.'' Niet alleen in de Verenigde Staten, ook hier. Lang heeft het Spoorwegpensioenfonds geaarzeld of het mee zou doen met een van de rechtszaken van beleggers, die schadevergoeding eisen van de banken naar aanleiding van de geflopte beursgang in maart 2000 van internetbedrijf World Online. ,,Dat gesjoemel in het prospectus van World Online! ABN Amro heeft de tekst zo geformuleerd dat het juridisch nog net kon, zonder dat in de openbaarheid kwam wat er achter zat. Ja, hele slimme juristen.''

Een rechtszaak zou extra pikant zijn omdat de NS zelf een van de aandeelhouders van World Online was die een fortuin verdiende met de beursgang. ,,Den Besten [toenmalig directievoorzitter NS, red.] was er niet blij mee, maar respecteerde de eigen verantwoordelijkheid van het bestuur van het pensioenfonds. Uiteindelijk heeft het bestuur afgezien van juridische actie, omdat de kans op succes te klein was.'' ABN Amro kreeg enkele weken geleden een openbare berisping plus boete van de beurswaakhond Autoriteit Financiële Markten – niet wegens de inhoud van het prospectus, maar wegens een ongeoorloofde stabilisatie van de koers kort na de beursintroductie. ,,Ik denk dat ABN Amro van World Online nog wel een beetje last heeft gehad. Je bent als professionele belegger niet blij als iemand die je vertrouwt, dingen kan hebben gedaan die niet kloppen.''

Was World Online het dieptepunt van de Hollandse schandalen? ,,Nee, dat was Baan, dat vind ik veel ernstiger. Dat grensde aan fraude. Baan boekte transacties in zijn softwareproducten die geen reële transacties waren. Die grens moet je niet overschrijden. Toen niet, nu niet.''

    • Menno Tamminga