Veel nieuwe galeries op Fiac

In Parijs is vandaag de Fiac geopend, de internationale beurs voor moderne kunst. Dit jaar staan er 169 exposanten, waarvan meer dan de helft uit het buitenland komt, en is er werk van 900 kunstenaars te zien.

Net als voorgaande jaren en net als andere kunstbeurzen vertoont de vandaag geopende, 29e editie van de Foire Internationale d'Art Contemporain (Fiac) de gebruikelijke symptomen. Er is gedoe. Henri Jobbé-Duval, meneer Fiac in eigen persoon, is na 28 jaar overgestapt naar tegenhanger Art Paris, die onvrede met de Fiac van velerlei aard herbergt en kanaliseert, en wel op hetzelfde moment, want de vierde editie van Art Paris opent morgen. Volgens dagblad Le Figaro dat, zo schrijft het zelf, voorheen Fiac sponsorde en dus partijdig was maar nu vlekkeloos neutraal kan oordelen, is het een kwestie van rien ne va plus. De verslaggever heeft al vijf grote vrachtwagens bij de Fiac zien inladen en koers zien zetten naar Art Paris.

Hoe dat zij, feit is dat de Franse hoofdstad deze week grote aantallen galeriehouders en kunstliefhebbers herbergt. De Fiac telt 169 exposanten, waarvan 89 uit het buitenland, Art Paris heeft er 82, waarvan 17 buitenlands. Vooral de Fiac is trots op meer dan de helft buitenlandse exposanten, omdat deze volgens directeur Véronique Jaeger uitnodigingen vijf jaar geleden nog met een categorisch `nee' beantwoordden. De Parijse markt was niet interessant.

Dat daar verandering in is gekomen, nu buitenlandse galeries zich eigener beweging aanmelden, is niet helemaal een uitgemaakte zaak. In 1996 startte de beurs de operatie-VIP, in het kader waarvan inmiddels vierhonderd collectioneurs uit de hele wereld worden uitgenodigd. Ze worden ondergebracht in luxe hotels, krijgen auto's ter beschikking en worden langs ontvangsten en landmarks van de Parijse avantgarde geleid.

Hoewel, met het oog op `kwaliteitsverhoging', de Fiac dit jaar dertig galeries minder telt, is dertig procent van de exposanten voor het eerst aanwezig. Oudere, gevestigde galeries hebben plaats moeten ruimen voor jongere en onbekendere collega's. Zo doen Contemporary Fine Art uit Berlijn, en Nicole Klagsbrun, Tanya Bonakdar, Gavin Brown's en Anton Kern uit New-York voor het eerst mee. Enkelingen als Hans Meyer uit Düsseldorf en Marian Goodman uit New-York en Parijs keren weer terug.

De Fiac toont werk van meer dan negenhonderd kunstenaars. De oude garde van twintigste-eeuwse meesters als Picabia, Freud en Bacon lijkt zich geografisch vooral in het eerste gedeelte van de beurs te concentreren. Verderop wordt het aanbod onbekender en diverser. Er zit veel fotografie tussen, zoals gebruikelijk het laatste decennium, en er zijn in klakkeloze navolging van de Chapman-brothers wat al te veel wassen poppen-sculpturen te bewonderen. De enige verschuiving in de laatste sector is die van het realisme naar de strip-achtige karikatuur.

Hoewel de Fiac bijna de helft kleiner is dan de beurzen van Brussel, Bazel en Keulen, levert ook hier een eerste bezoek nauwelijks meer dan een algemene indruk op. Je zou willen dat, nu er toch aan formules wordt gesleuteld, er een kleine, overzichtelijke beurs van echte avantgarde-kunst wordt georganiseerd. Er zijn in deze Fiac in details vast verschillen met die van vorige jaren maar, zoals ook de onpartijdige Le Figaro opmerkt, die springen niet in het oog en de `goede middelmaat' overheerst. Een afsplitsing stuit onmiddellijk op een andere beurswet: wat klein is en geslaagd, is volgend jaar groot en middelmatig.

Fiac, Porte de Versailles. Art Paris, Carrousel du Louvre. Beide t/m 28/10.

    • Pieter Kottman