Tribunaal klaagt bij VN over `laksheid' van Joegoslavië

De president van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag, de Franse rechter Claude Jorda, heeft gisteren bij de VN-Veiligheidsraad geklaagd over het uitblijven van arrestaties van verdachten die zich in Joegoslavië bevinden.

Volgens Jorda brengt de gebrekkige medewerking van de regering in Belgrado de voortgang van werkzaamheden door het VN-hof in gevaar. In een brief aan de veiligheidsraad schrijft Jorda dat het tribunaal zonder medewerking van Joegoslavië niet kan voldoen aan de opdracht die de Veiligheidsraad het hof afgelopen zomer nadrukkelijk had opgelegd: het moest zich concentreren op de berechting van de belangrijkste burgerlijke, militaire en paramilitaire leiders met als doel in 2008 het werk af te ronden.

Eerder deze week uitte ook hoofdaanklager Carla Del Ponte, tijdens een bezoek aan de Balkan, opnieuw scherpe kritiek op de lakse houding van de Joegoslavische autoriteiten. Del Ponte gaat ervan uit dat ex-legerleider Ratko Mladic, die onder meer is aangeklaagd voor het bloedbad na de val van de Bosnische moslim-enclave Srebrenica, bescherming geniet van het Joegoslavische leger. Mladic is, samen met de vroegere Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic, een van de belangrijkste, nog voortvluchtige verdachten van het tribunaal.

Volgens Del Ponte zou Mladic onmiddellijk gearresteerd kunnen worden als de politieke wil daarvoor aanwezig zou zijn. Een adviseur van het ministerie van Justitie in Belgrado ontkende begin deze week dat de autoriteiten wisten waar Mladic zich bevond. Tegen het radiostation B92 zei hij: ,,Als Del Ponte die informatie wel heeft, moet zij dat aan ons geven.''

Del Ponte zei ook dat de Kroatische regering snel moet overgaan tot de uitlevering van oud-generaal Janko Bobetko. De 83-jarige Bobetko is door het tribunaal aangeklaagd voor betrokkenheid bij de moord in 1993 op zo'n honderd Serviërs in Kroatië. Volgens de regering in Zagreb is Bobetko te ziek om naar Den Haag te reizen.