Tijd voor nieuwe monumentenwet

Alleen bouwwerken die tenminste vijftig jaar oud zijn kunnen door de minister worden aangewezen als rijksmonument en krijgen de daarbij behorende bescherming. Deze 50-jaar grens moet verdwijnen, meent Leo Q. Onderwater.

Relatief jonge gebouwen met een hoge cultuurhistorische waarde worden steeds vaker bedreigd met vernietiging. Het zijn gebouwen die op geen enkele wijze door de overheid worden beschermd. Omdat ze niet kunnen worden geregistreerd als monument heeft de eigenaar/gebruiker vrij spel.

Het voornaamste obstakel om de iconen van de moderne bouwkunst tegen hun ondergang te beschermen is de Monumentenwet zelf. In art. 1 lid b wordt onder monumenten verstaan: ,,alle vóór tenminste vijftig jaar vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn, wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde''.

Conform de wet kunnen alleen bouwwerken met een leeftijd van ten minste vijftig jaar door de minister van OC&W worden aangewezen als rijksmonument. Doch men kan zich de vraag stellen wanneer een gebouw – afgezien van de leeftijd – in strikt cultuurhistorische termen een `monument' is.

Het Bonnefanten Museum in Maastricht is reeds tijdens het ontwerpproces door Aldo Rossi in letterlijke zin opgevat als een `monument' dan wel een lieu de mémoire. Het gebouw staat er als een metafoor (gedenkteken) voor het bewaren en conserveren van allerlei kunstvoorwerpen met een grote cultuurhistorische en wetenschappelijke waarde, zoals schilderijen, sculptuur, archeologische voorwerpen en overige collecties.

Het fenomeen leven en dood is niet slechts van fysieke invloed geweest op Aldo Rossi, het heeft de architect Rossi ook in intellectuele zin bepaald. Hij beschouwt de begraafplaats niet slechts als de plek waar het stoffelijk overschot ter aarde wordt besteld, maar gebruikt haar tevens als een metafoor voor de opslag van het collectieve geheugen: als een `monument' dan wel de plek ter herinnering. Hij raakt gefascineerd door begrippen als tijd en ruimte en de invloed hiervan op de gebouwde omgeving. Rossi poogde in zijn ontwerpen het tijdelijke en het eeuwige met elkaar te verenigen.

Dit thema werd het sterkst door Rossi tot uitdrukking gebracht in het Teatro del Mondo. Het theater werd op 11 november 1979 geopend en lag afgemeerd aan de Punta del Dogana te Venetië. Het gebouw verwijst naar de drijvende theaters, die tijdens de carnavals van de achttiende eeuw in grote overvloed in Venetië aanwezig waren. Il Teatro del Mondo had noch een bestemming noch een vaste plaats en werd binnen een jaar alweer afgebroken. Toch is dit gebouw bij uitstek te definiëren als een `monument'.

Wanneer is een gebouw of bouwwerk architectuur en kan het dientengevolge cultuurhistorische waarde verkrijgen? Een gebouw wordt architectuur, indien het aanleiding geeft om erover te schrijven en te debatteren. Hiervan is sprake bij Il Teatro del Mondo.

Ook in Nederland zijn er gebouwen die relatief snel na de oplevering een `monumentale' status krijgen door de belangstelling van vakgenoten en het publieke debat, bijvoorbeeld De Meerpaal in Dronten (1968) en de Zwarte Madonna in Den Haag (1985). Ofschoon De Meerpaal in Dronten van Frank van Klingeren een beter lot verdient, is het besluit tot sloop reeds enkele jaren geleden gevallen. De Zwarte Madonna in Den Haag – een woongebouw met 336 huurwoningen – van Carel Weeber staat eveneens op de nominatie om te worden gesloopt: op 26 september is door de gemeenteraad van Den Haag hierover de definitieve beslissing genomen.

Het navrante van de sloop van dit gebouw is, dat er geen enkel rationeel argument aan ten grondslag ligt. Noch bouwtechnisch, noch stedenbouwkundig, maatschappelijk dan wel financieel-economisch is de sloop te rechtvaardigen.

Er is geen naoorlogs gebouw waarover zoveel debat is geweest als de Zwarte Madonna. Niet alleen in de vakliteratuur, maar ook in de landelijke en regionale dagbladen zijn er met regelmaat artikelen en opiniërende stukken verschenen over dit woongebouw.

Met de sloop van De Meerpaal van Van Klingeren en de Zwarte Madonna van Weeber wordt door rijks- en gemeentelijke overheden een verkeerd signaal afgegeven. Deze gebouwen zijn immers de meest sprekende voorbeelden, waarvoor deze architecten hebben gestaan – Van Klingeren voor de humanistische variant van het functionalisme en Weeber voor het rationalisme.

Het mediageweld – met name van de televisie – is er de oorzaak van dat beelden niet meer beklijven. Architectuur en stedenbouw zijn verworden tot dagbladjournalistiek. Wat vandaag wordt geschreven, is morgen vergeten. Wij moeten er evenwel voor waken, dat de iconen van de recente moderne architectuurgeschiedenis niet worden uitgewist.

Een samenleving zonder geschiedenis – ook die van de recente moderne architectuur – is een samenleving zonder identiteit. Niet het in de monumentenwet vastgelegde arbitraire criterium van vijftig jaar moet bepalend zijn of een bouwwerk al dan niet een monument is. Maar de monumentale status moet worden bepaald op grond van de architectonisch en stedenbouwkundige – en dientengevolge cultuurhistorische – implicatie van een gebouw.

Il Teatro del Mondo had één gunstige bijkomstigheid; namelijk dat het weer snel en op iedere willekeurige plaats in elkaar kon worden gezet. Dat geldt niet voor de Zwarte Madonna noch voor De Meerpaal. Eens gesloopt, is voor altijd gesloopt.

Gebouwen van grote cultuurhistorische waarde moeten derhalve – afgezien van de leeftijd – in wettelijke zin worden beschermd tegen sloop, daarvoor is een herziening van met name artikel 1 van de monumentenwet onontbeerlijk.

Ir. Leo Q. Onderwater is architect.