Spyker C8 Spider

Notities naar aanleiding van de AutoRai 2001: ,,Waarom kan ik de stand van Spyker niet vinden? Tussen een Suzuki en een Mazda ontwaar ik eindelijk een trap, die – zoals het hoort – naar boven gaat. Daar, op een verder verlaten galerij, is een plaatsje vrijgemaakt voor onze Hollandse durfallen. Met aluminium folie beplakte meubelplaat moet de sfeer van luxe en `we hebben het gemaakt' suggereren. Maar de geur van de toiletten een verdieping lager is hier allesoverheersend. Dáár staan ze dan, terwijl ze nog even liefdevol worden gepoetst door een neefje van Wiegel. In mijn puberjaren tekende ik zulke auto's met een hoog Michael Vaillant-gehalte, de racende en door mij verslonden stripfiguur die permanent begeleid werd door teksten als VRRROOOAAAP en BRRRRM.

,,Het logo, twee ontbijtmessen op een spaakwiel, dat kan écht niet! Een wagen zonder ruiten-wissers – `nog niet klaar, meneer' – en radiatorfolie als hitteschild. Heren Muller en De Bruijn (oprichter en ontwerper van Spyker), maak eens een ommetje en bestudeer de Jaquar F, de Lotus Exige of voor mijn part de formidabele Lamborghini Diablo. Een bruikbare sportwagen tekenen en vervolgens produceren is het werk van nuchtere vaklui, niet van dromers en entrepreneurs.'

Anderhalf jaar na deze notities riek ik naar benzine en wil ik mijn eerste indrukken van de Spyker C8 Spider op de harde schijf rammen. Want het is gelukt, na lang drammen heb ik eindelijk mogen plaatsnemen en zelfs sturen in de Schrik van Zeewolde.

En, hoe was het? Even geduld alstublieft. Meteen met hulp van feitjes en weetjes botweg een conclusie uit de hoed toveren, dat zou van weinig respect voor het voertuig en zijn makers getuigen.

Heritage, afkomst, dat is het toverwoord voor dit soort automobielen. Alle automobielmerknamen die er de afgelopen eeuw bij de massa zijn ingehamerd, zijn reeds gedeponeerd. Wat overblijft heeft een totaal gebrek aan heritage. Spijker, of Spyker, wist u van het roemrijke verleden van de Amsterdamse automobiel- en vliegtuigbouwer? In mijn Winkler Prins van 1949 wordt er niets over vermeld.

Een oud boekje biedt uitkomst. Spyker - een Nederlands fabricaat bezingt op hoge toon de historie van het merk. Vreemd, want hoe vaak ik het boek ook lees, mijn hersendelen registreren slechts mislukkingen, dromen, faillissementen en overdrijvingen. Medailles hier, bekroningen daar, als waren het kappersvakschoolprijzen. En wel erg veel peptalk over een fabrikant die tussen 1899 en 1925 amper tweeduizend auto's aan de man wist te brengen. Deels ook nog vrachtwagentjes. Wel mooie foto's. Van mannen met petten en overjassen rondom het zoveelste bijzondere voertuig in een winters Vondelpark.

De ontbijtmessen in het huidige logo moeten herinneren aan het even roemruchte luchtvaartverleden van Spyker. In Jane's Book of Aircraft wordt slechts eenmaal een Spyker-vliegtuig genoemd, de Spyker Trompenburg V3. Al bij de aflevering verouderd en daarbij ook nog te laat, want de oorlog was zo vriendelijk geweest er voor een poosje mee te stoppen. De resterende luchtvaartheritage bestaat domweg uit het in licentie produceren van reeds bestaande buitenlandse modellen.

De aanpak van nu verschilt niet zo heel veel van die van vroeger. Journalisten van naam worden ingehuurd, uitgenodigd, ingevlogen en in de watten gelegd om de wereld kond te doen van de wedergeboorte van Spyker. Dat resulteert in artikelen met zinnen als ,,een auto waar Nederland trots op mag zijn' en ,,de geboorte van een icoon'. En ook regent het als vanouds weer prijzen op autoshows en concoursen. Maar het bericht in een Engels autoblad dat bezoekers van een Britse autoshow de auto bekroonden met de prijs voor de slechtst vormgegeven auto heb ik niet meer terug kunnen vinden. Misschien heeft Muller de complete oplage van het blad uit de handel weten te halen. Ook twijfel ik hevig aan de geclaimde verkoopaantallen, nog steeds is er geen officiële toelating op het wegennet.

En dan nu de testrit. De zit, geluid en geur van de Spider zijn die van een onvervalste Loosdrechtse speedboot, ik kan er echt niet meer van maken. Over de vormgeving ben ik sinds de AutoRai niet van mening veranderd, de afwerking is beneden de maat voor een auto die een half miljoen euro schijnt te moeten opbrengen.

U wilt nu gaan beweren dat de schrijver dezes in het geheel geen verstand van automobielen heeft? Let nu op; de heren De Bruijn en Muller vertelden ongedwongen over het verzoek van een filmregisseur om de wagen te laten optreden in een film over Michael Vaillant! Waarbij wel het Spyker-logo vervangen diende te worden door dat van de stripheld.

Gerectificeerd

Spyker

Een Spyker C8 Spider kost geen half miljoen euro, zoals stond in de rubriek Testrit (24 oktober, pagina 28), maar is te koop vanaf ruim 300.000 euro.