Papajasalade

Voor deze salade hebt u een groene, onrijpe papaja nodig. Het vruchtvlees is hard, wit van kleur, vrij sappig en licht bitter van smaak. In Thailand, het land van oorsprong van deze salade, is hij zo populair dat er langs de straten van dorpen en steden veel kraampjes te vinden zijn waar de koks alleen deze salade maken. Elke portie wordt ter plekke vers bereid, waarbij de papaja met een vlijmscherp hakmes vliegensvlug in flinterdunne sliertjes wordt gesneden. Dat hanteren van het hakmes vergt wel de nodige vaardigheid, dus als u aarzelt, kunt u ook een gewone grove rasp voor het in sliertjes verdelen van de papaja gebruiken. Deze salade hoort heel scherp van smaak te zijn, maar u kunt natuurlijk de hoeveelheid chilipepers aan uw eigen smaak aanpassen.

Schil de papaja, snijd hem in de lengte doormidden en schep er het zaad uit. Snijd of rasp het vruchtvlees in lange, smalle sliertjes met een scherp mes of met behulp van een grove rasp. Zet weg.

Snijd de sperziebonen in korte, schuine stukjes. Zet weg.

Doe de gedroogde garnalen in een blender of kleine keukenmachine en draai tot ze grof gemalen zijn. Voeg vervolgens de pinda's toe en draai weer tot alles grof gemalen is. Zet dit mengsel weg.

Pel de knoflook en sjalotjes en hak beide fijn. Hak de chilipepers fijn. (U kunt desgewenst het zaad van de chilipepers verwijderen als u een minder scherpe smaak wenst.)

Doe de knoflook, sjalotjes en chilipepers in een grote vijzel en stamp ze tot een grove pasta. Voeg de vissaus en suiker toe en schep alles snel om. Voeg de sperziebonen toe en stamp ze lichtjes. De bonen moeten gekneusd worden, maar wel hun vorm behouden. Voeg de sliertjes papaja toe en stamp ze ook even lichtjes aan. Doe de salade in een ruime, ondiepe schaal en schep hem dan om met het limoensap. Strooi er het garnalen-pindamengsel over en dien op.

    • Kim Maclean