Hogere kans diabetes voor Marokkaanse kinderen

Marokkaanse kinderen in Nederland hebben 60 procent meer kans om diabetes (suikerziekte) te krijgen, dan gemiddeld voor alle in Nederland geboren kinderen geldt. In Nederland heeft een kind van Marokkaanse ouders ook een tweemaal zo grote kans op suikerziekte als in Marokko.

Volgens onderzoeker J.P. van Wouwe van TNO Preventie en Gezondheid in Leiden blijkt daaruit dat de genetische aanleg om suikerziekte te krijgen ,,sterk wordt beïnvloed door leefomstandigheden''. Welke die zijn wil TNO graag onderzoeken, maar het geld ontbreekt ervoor.

Een TNO-hypothese is dat een tekort aan vitamine D bij de moeders de gevoeligheid voor suikerziekte bij hun kinderen verhoogt. Maar infecties, (borst)voeding en (over)hygiëne hebben ook invloed op de ontsporing van het afweersysteem die tot jeugddiabetes kan leiden. Het tekort aan vitamine D is gedocumenteerd en ontstaat doordat vrouwen uit Noord-Afrika in Nederland minder in de zon komen dan in het land van herkomst.

De fors hogere kans op suikerziekte voor Marokkaanse kinderen rolde uit een sinds 1993 lopend onderzoek naar het voorkomen van jeugddiabetes, waaraan vrijwel alle Nederlandse kinderartsen meedoen. Iedere nieuwe suikerziektepatiënt van jonger dan 15 jaar die ze in hun praktijk zien melden ze bij de TNO-onderzoekers.

Diabetes onder kinderen neemt over het algemeen toe in Nederland en de ziekte openbaart zich op jongere leeftijd, blijkt uit de TNO-publicatie in het European Journal of Pediatrics. Sinds 1978 is het aantal nieuwe diabetespatiënten dat jaarlijks wordt gediagnosticeerd met 50 procent toegenomen. Bijna negentien kinderen per 100.000 krijgen nu jaarlijks suikerziekte. Zij moeten de rest van hun leven dagelijks enkele keren hun bloedsuikergehalte controleren en zichzelf met insuline injecteren.

Behalve bij Marokkaanse kinderen vonden de TNO-onderzoekers ook onder kinderen van Somalische moeders relatief meer diabetespatiëntjes. De kans van Somalische kinderen op diabetes is 140 procent hoger, maar het gaat om een kleinere groep dan bij de Marokkaanse kinderen. Surinaamse, Antilliaanse en Turkse kinderen hebben een lagere (60 tot 70 procent) kans op suikerziekte dan het gemiddelde van alle kinderen die in Nederland zijn geboren.