Het ei van Columbus

Langlopend beleggen zonder onderuitgehaald te worden door inflatie? Het kan. De Franse staat lanceerde vandaag een dertigjarige indexlening, waarvan rente en aflossing gekoppeld zijn aan de inflatie in de eurozone. De obligatie luistert naar de naam OATei, waarbij OAT staat voor Obligation Assimilable de Trésor, en ei staat voor de euro-inflatie.

De couponrente van de obligatie is, zo bleek vanmorgen, 3,15 procent. Omdat de waarde van de hoofdsom van lening toeneemt met de prijsindex voor de eurozone, krijgt de belegger die couponrente als een reële rente: hij wordt daarnaast gecompenseerd voor de inflatie die tussentijds is opgetreden.

De lening bleek vanmiddag populair. De Franse staat mikte op een eerste inschrijving van 2,5 miljard euro. Het werd 4 miljard. Ook Nederlandse institutionele beleggers, vooral pensioenfondsen, hadden grote belangstelling. Pensioenen zijn per slot van rekening ook inflatie-geïndexeerd, en dus is het prettig daar soortgelijke beleggingen tegenover te hebben staan.

Ook vorig jaar, toen de Franse staat een tienjarige OATei lanceerde, was er grote belangstelling uit de Beneluxlanden, zegt analist J. Noorman van Rabo International. Die belangstelling is niet van gisteren. Al in 1990 peilden de economen Goudswaard en De Haan onder Nederlandse pensioenfondsen een groot enthousiasme.

De overheid liep er niet warm voor. In de jaren tachtig was er al een discussie over indexleningen, die tot niets leidde. En in 1992 zag het derde kabinet-Lubbers, met Wim Kok op Financiën, van het idee af. Pleitbezorgers destijds waren onder meer het toenmalige VVD-kamerlid De Korte. En Koks partijgenoot Melkert. Dat Kamerlid zei destijds dat het kabinet creatiever moest worden om private financiers te betrekken bij de kabinetsplannen van destijds voor investeringen in de infrastructuur: ,,Daar past indexering bij.''

In euroland zelf studeren Duitsland en Italië volgens Noorman nu op de uitgifte van indexleningen. Frankrijk wil er uiteindelijk 20 procent van zijn staatsschuld in uitschrijven. De VS, het Verenigd Koninkrijk en Canada hebben al veel indexleningen op de markt.

Kan Nederland mee? Het ziet er voorlopig niet naar uit. Om op de omvangrijke euro-markt goed verhandelbaar te zijn, moet een staatslening een grootte hebben van zo'n 10 miljard euro. Dat betekent dat Nederland er per jaar een stuk of twee kan uitschrijven. Plaats voor meer is er niet, en het zou een hele beslissing zijn om van één van die schamele twee 'n indexlening te maken. Tenzij het begrotingstekort in het nu stuurloze Den Haag natuurlijk flink uit de hand loopt. Met een leenbehoefte die miljarden hoger is dan voorzien, is er dan weer van alles mogelijk.

    • Maarten Schinkel