Geestelijke gezondheidszorg is verstopt

De doorstroming in de geestelijke gezondheidszorg stokt. Veel patiënten houden nodeloos bedden bezet.

De doorstroming in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) stokt in Amsterdam. Dat blijkt uit onderzoek van het Tijdelijke indicatieorgaan voor `Amsterdamse, langdurig zorgafhankelijke cliënten' (ALZAC). Een groot deel van de mensen die nu bedden bezet houdt in GGZ-instellingen, zou buiten die instellingen behandeld kunnen en willen worden. Voor deze cliënten is echter buiten die instellingen onvoldoende opvang en begeleiding. Het ALZAC verwacht dat de behoefte daaraan buiten de psychiatrische instellingen ,,enorm'' zal toenemen.

Het ALZAC beoordeelde afgelopen jaar circa 150 GGZ-patiënten. De groep bestond uit mensen die al langere tijd verblijven in een instelling voor GGZ en uit mensen die daarvoor in aanmerking komen.

Doorgaans zijn de commissies die bepalen welke zorg iemand nodig heeft, samengesteld door de GGZ-instellingen zelf. Hierdoor wordt bij het vaststellen van die zorg vooral uitgegaan van het aanbod van die GGZ-instellingen. Uit onderzoek blijkt dat deze wijze van `indiceren' niet goed werkt (zie kader).

Het ALZAC is het eerste regionale indicatieorgaan dat, vooruitlopend op landelijke regelgeving, dat onafhankelijk van de zorginstellingen de behoeften van een patiënt vaststelt.

ALZAC kijkt niet alleen naar het psychisch en lichamelijk functioneren van de patiënt maar ook wat hij kan en wil. ,,Nadrukkelijk staat de hulpvraag van de cliënt voorop, en niet het aanbod aan hulp'', zegt tijdelijk ALZAC-voorzitter, Fêdde Bergsma. Het centraal stellen van deze individuele behoefte hoort bij de beoogde modernisering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

De adviseurs van het ALZAC heeft slechts weinig mensen in de zorginstellingen gevonden ,,die zwijgend en als een foetus in een isoleercel lagen''. Voor deze patiënten is geen andere opvang mogelijk dan in de inrichting.

De meeste psychiaters en begeleiders zijn het volgens Bergsma eens met ALZAC, dat een substantieel deel van de door ALZAC beoordeelde cliënten zou passen in bijvoorbeeld een regionale instelling voor beschermd wonen (RIBW). Hij noemt die instemming `verheugend'. Het probleem is echter dat er in Amsterdam een groot gebrek is aan plaatsen waar `zorg op maat' kan worden geboden. Bergsma kan zich daarom goed voorstellen dat een psychiater van een patiënt op zijn afdeling, die goed zou passen in een beschermde woonomgeving in de stad, zegt: `Laat hem maar hier blijven'.

,,Een psychiater gaat een cliënt geen luchtkastelen voortoveren. Je zou je cliënt voor de gek houden wanneer je hem aanmeldt voor een beschermende woonvorm, in de wetenschap dat zo'n plek er niet is''. Het effect is dat mensen dure `bedden' in zorginstellingen bezet houden, terwijl ze onder begeleiding min of meer zelfstandig in de stad zouden kunnen wonen.

De druk op de zorgkantoren en -instellingen om iets aan dit probleem te doen zal binnenkort toenemen. Met ingang van volgend jaar, zegt Bergsma, kan een cliënt met een aanwijzing van het ALZAC, hoe hij behandeld zou moeten worden naar het zorgkantoor toegaan en zijn recht op deze zorg verzilveren.

,,Zo'n cliënt kan zeggen: `Ik heb recht op een zorgarrangement in die en die beschermende woonvorm, maar die hebben geen plaats. Wilt u voor mij regelen dat ik daar alsnog terecht kan, of wilt u anders op zo kort mogelijke termijn voor mij een alternatief regelen?'''

De rechter zal dan naar alle waarschijnlijkheid het zorgkantoor opdragen de cliënt ter wille te zijn, zo verwachten ook vertegenwoordigers van de zorgkantoren.

Bergsma schat dat in Amsterdam circa 7000 mensen in aanmerking komen om door het ALZAC gescreend te worden. Voor een deel zijn dit patiënten die al door ambulante teams worden bediend of mensen die zijn opgenomen in instellingen. Een gedeelte zit in zogeheten `sociale pensions'. Een deel wordt ook nog niet door de GGZ bereikt, maar zou wel voor hulp in aanmerking komen.

De gemeente heeft in overleg met het zorgkantoor ALZAC gevraagd een steekproef te doen naar de zorgbehoefte van de gebruikers van sociale pensions.

Bergsma: ,,De eerste signalen wijzen uit dat er onder deze bewoners een grote groep is die in aanmerking komt voor veel meer hulp dan waarop nu aanspraak wordt gemaakt''.

Een gedeelte van de bewoners van de sociale pensions zou zelfs in aanmerking komen voor plaatsing in psychiatrische centra. Daar houden echter cliënten die naar een beschermende woonvorm kunnen, bedden bezet.

Bergsma: ,,Er zijn dus niet zozeer teveel bedden in de GGZ, maar er wordt niet goed gebruik van gemaakt''.

    • Hans Moll