`Geen grap. Wij zijn Tsjetsjenen'

De plot van musical Nord-Ost kreeg in Moskou een onverwachte wending. De gijzeling hoort er niet bij.

Boedjonnovsk na oeglo, Boedjonnovsk vlak om de hoek. Op de hoek van de Melnikovstraat en de Eerste Doebrovskaja gijzelen veertig Tsjetsjeense terroristen een schouwburg vol musicalgangers. Rond middernacht zoemt het woord `Boedjonnovsk' door de menigte rond het theater.

Boedjonnovsk, de bloedige gijzelactie in het ziekenhuis diep in Rusland door de beruchte Tsjetsjeense krijgsheer Sjamil Basajev in juni 1995. Voor het Kremlin betekende die actie een enorme vernedering. Meer dan honderd gijzelaars en militairen stierven bij een chaotische bestorming, waarna de toenmalige premier Tsjernomyrdin persoonlijk ging onderhandelen en Basajev vrije aftocht verleende. ,,Toen stond ik aan de kant van Basajev', zegt voormalig dissident Joeri Samodoerov, hoofd van de Sacharov-stichting, die zich 's nachts bij de barricades meldt. ,,Nu vrees ik het ergste. De nieuwe generatie is meedogenloos, zowel aan Russische als aan Tsjetsjeense kant.'

Gisteravond rond tien voor tien. Ruim zevenhonderd toeschouwers zien de tweede akte van de musical Nord-Ost. Het voormalige cultuurhuis van de naburige kogellagerfabriek is de eerste schouwburg die zich volledig heeft toegelegd op musicals. Sinds de première van Metro in 1999 beleven die een ware hausse in Moskou. Stadsbussen rijden avond aan avond honderden toeschouwers van metrostation Proletarskaja naar de schouwburg. Diezelfde bussen evacueerden gisteren bewoners van de Melnikovstraat.

Nord-Ost is gebaseerd op de roman Twee Kapiteins, over oorlog, vriendschap en liefde. Ditmaal neemt de plot een onverwachte wending. Bij het begin van de tweede akte — een scene met twee piloten — stormen mannen in camouflagepak het podium op en schieten in de lucht. ,,Dit is geen grap! Wij zijn Tsjetsjenen!' roepen ze tegen het publiek, dat aanvankelijk denkt dat hun entree deel uitmaakt van de show. Ze zeggen dat zich veertig weduwen van omgekomen Tsjetsjenen onder het publiek bevinden.

De gijzelnemers vragen het publiek hun mobiele telefoons te gebruiken om familieleden te bellen, zodat het gerucht van de actie zich razendsnel door de hoofdstad verspreidt. Rond elf uur 's avonds is het kruispunt van de Eerste Doebrovkaja en de Melnikovstraat volledig verstopt door voertuigen van alle denkbare ambtelijke diensten, alsmede honderden journalisten en toeschouwers. Er zijn gebutste Zjigoeli's van de politie, glimmende Landrovers van de geheime dienst FSB, brandweerauto`s, busjes van gemeentewerken. Acht legertrucks komen aanrijden, honderden piepjonge dienstplichtigen stappen uit. Ze marcheren naar de overkant van de straat, marcheren terug, gaan in het gelid staan en klimmen weer in de trucks.

[Vervolg GIJZELING: pagina 5]

Acteurs vluchten via raam

GIJZELING

[Vervolg van pagina 1]

Plots deinst het publiek terug: er klinken twee korte mitrailleursalvo`s. In de verte, rond de blauwe gevel van de schouwburg, schiet een man met kalasnjikov in de lucht en roept iets.

Daarna wordt het kruispunt van de Melnikovstraat en de Doebrovskaja geblokkeerd met stadsbussen en drijft de oproerpolitie het publiek naar achteren. Dan klinkt een explosie in het theater. Een handgranaat die is afgegaan zonder dat er slachtoffers vielen, melden de Tsjetsjenen later.

Een acteur meldt zich, Konstantin Kabanov. Hij was op weg naar het podium voor de tweede akte toen hij mitrailleursalvo's hoorde. ,,Ik was verbaasd, dit kon van alles zijn.' Kabanov rende terug naar de grimeurkamers, waar hij via een monitor de voorstelling kon volgen. ,,Daar zag ik mannen in camouflagepak naar de zaal schreeuwen: `dit is geen grap, dit is geen grap'. Ik zag ook een vrouw met een hoofdoekje en een pistool.' Kabanov hoorde de mannen nog zeggen dat ,,Georgiërs en ander Kaukasiërs mogen vertrekken'. Daarna nam hij de benen naar de derde verdieping en knoopte daar met andere personeelsleden een touw van theaterkleren. ,,Wij hebben ons laten zakken en zijn over een bouwterrein gevlucht, we waren met ongeveer vijftien man.'

Gruwelverhalen golven nu door de menigte. Mensen in het theater zagen grote bloedplassen zien liggen, gijzelaars worden systematisch in elkaar geslagen. Een jonge vrouw is geëxecuteerd. Als een groep mannen in blauwe uniformen met scherpschuttersgeweren in looppas de straat oversteken, gaat het gerucht dat de bestorming al is begonnen.

Steeds meer familieleden melden zich bij de barricade. ,,In godnaam, geen bestorming! In godsnaam!', huilt een oude vrouw. Een moeder zwaait met foto's van haar kleindochters en lerares Anna Michailova voor de camera. Zij richt zich tot de gijzelnemers. ,,Mijn dochters geeft Engelse les aan moslims, ze wordt zeer gerespecteerd. Ik hoop dat u dit ziet!'` zonderlingen en sensatiezoekers cirkelen rond de camera's als motten om een vlam. ,,Ik hoor een schot!', roept een opgewonden dame. ,,Ik voel in mijn ziel dat er een dode is gevallen!'

Tatjana Nakovina heeft een vriend in de zaal zitten, hij belde haar per mobiele telefoon. ,,Nu wordt het echt oorlog hier', zegt ze. ,,Mijn vrienden zeggen dat ze morgen elke Kaukasiër doodslaan die ze op straat vinden, of het nu Georgiërs, Abchaziërs, Armeniërs, Azeri of Tsjetsjenen zijn.' Rond twee uur 's nachts klimmen zes jongelui op een container en ontrollen een spandoek. `Russische mannen: weest paraat om uzelf uit te wisselen voor vrouwelijke gijzelaars', staat erop. ,,Wij willen gijzelaars zijn', brult een jongen met een wit masker. ,,Wij zijn tegen de islam! Wij zijn gewone Russische jongens die niet bang zijn te sterven.' Waarom dan dat masker? ,,Wij zijn het zat om dagelijks door Kaukasiërs te worden gemolesteerd op weg naar school', brult hij. ,,Ons land sterft elke dag een beetje.' Een groep skinheads juicht ze toe.

Met de organisatie zit het inmiddels wel goed. Er staan zeven straattoiletten opgesteld, in Moskou verplicht bij elke openbare activiteit. Twee ondernemers rijden hun voedselkiosken de straat in. ,,Ik ben geen lijkenpikken!', zegt de eigenaar van Stop-Hop (vleestaartjes, hamburgers en hot-dogs) ,,Maar agenten moeten ook eten.' Een Tsjetsjeen in het publiek zegt dat hij hier is gekomen om zich in gijzeling te laten nemen. Hij zet het op een hollen als dronken jongelui hem met lege bierflessen bekogelen. Politieagenten werken een Kaukasisch ogende fotograaf tegen de grond en fouilleren hem hardhandig. Rond vier uur 's nachts beloven politiewoordvoerders dat de schouwburg voorlopig niet wordt bestormd. De Tsjetsjenen willen onderhandelen, dat is het voornaamste.

De volgende ochtend spoedden buitenlandse diplomaten zich naar de schouwburg: de gijzelnemers zouden bereid zijn alle buitenlanders te laten gaan. Delegaties reizen af en aan. Schlagerzanger en Doemalid Josif Kobzon wandelt onder een witte vlag de schouwburg binnen. Het Tsjetsjeense Doemalid Aslachanov, die tweemaal het theater bezoekt, maar men weigert met hem te onderhandelen.

Radiozender Echo Moskvi citeert de kindercardiologe Maria Sjkolnikova, die de zender met haar mobieltje belt. ,,U zit hier nu al tien uur en jullie regering heeft nog niets voor jullie gedaan', zouden de Tsjetsjenen tegen hun gijzelaars zeggen. ,,Astublieft, probeer geen bestorming. Het gebouw is vergeven van explosieven', smeekt een gijzelaar. ,,We sterven hier van de zenuwen.'