Europa op het Binnenhof

Het debat dat de Tweede Kamer gisteren voerde over de uitbreiding van de Europese Unie was om verscheidene redenen belangrijk. Allereerst om het resultaat: demissionair premier Balkenende en zijn betrokken ministers en staatssecretarissen kunnen vandaag en morgen in Brussel aan de EU-leiders vertellen dat Nederland akkoord gaat met de voorbereidingen voor de toetreding van tien nieuwe lidstaten in 2004. Dat is pure winst na de onduidelijkheid over het Nederlandse Europa-standpunt en het diplomatieke geschutter van de afgelopen maanden. Dan was het een inhoudelijk sterk debat. Het duurde niet alleen lang – meer dan twaalf uur – maar werd met verve gevoerd en was doortrokken van historisch besef. In zo'n sfeer kunnen parlementariërs boven zichzelf uitstijgen – en dat gebeurde. Van belang is ook dat het de oppositie was die zich onderscheidde door haar steun aan de regering. En tot slot verraste de Kamer het kabinet, en wie weet zichzelf, met de mogelijkheid van een referendum over de uitbreiding. Dit gaf het debat een onverwachte wending en een lading die verder reikt dan vandaag of morgen.

Dat Balkenende niet naar Brussel en Kopenhagen hoeft met de boodschap dat Nederland nog per volksraadpleging over de uitbreiding moet oordelen, is mooi voor hem en voor het geschonden Nederlandse imago in het buitenland. Maar het had weinig gescheeld of het was anders gelopen. Een motie van D66 en GroenLinks over een uitbreidingsreferendum werd aangehouden. Een PvdA-motie over een referendum naar aanleiding van het toekomstige EU-verdrag werd nipt verworpen. Met dank aan de LPF, de fractie die nota bene zelf voorstander is van een volksraadpleging over Europa. Waren er gisteravond tijdens de hoofdelijke stemming niet zoveel LPF'ers afwezig geweest, dan was de motie zeker aangenomen. Maar over een referendum over `Europa' is het laatste woord in de Kamer niet gesproken. Ook na de verkiezingen van 22 januari zal de wens van veel parlementariërs terugkomen om de bevolking rechtstreeks te raadplegen over dit onderwerp, dat vanouds zo ver van de kiezer afstaat. Er zijn grote risico's aan verbonden – zie Denemarken en Ierland – maar daartegenover staat dat een referendum dwingt tot het direct afleggen van verantwoording, en dus tot politieke scherpte en maximale publieksvoorlichting.

Bedenkingen over de uitbreiding had de Kamer uiteraard wel; de meeste kwamen van VVD en LPF. VVD-leider Zalm is van mening dat slechts zes van de tien nieuwkomers mogen worden toegelaten; de rest ,,moet opnieuw examen doen''. Hij vindt dat Nederland het spel in Brussel ,,bikkelhard'' moet spelen en de uitbreiding moet blokkeren als niet gelijktijdig afspraken worden gemaakt over hervorming van het EU-landbouwbeleid. Zalm stond niet alleen, maar wat hij deed was het bedrijven van een hoogst opmerkelijke vorm van dualisme. In feite is het onbestaanbaar voor een kabinet, ook in demissionaire staat, dat het voor zo'n belangrijk onderwerp slechts de steun heeft van één van de drie regeringspartijen, het CDA. De wereld stond gisteravond op het Binnenhof even op z'n kop. Balkenende mag de oppositie op zijn knieën danken.

De komende jaren zal Europa als onderwerp steeds politieker worden en minder economisch, hoewel de financiën de toonhoogte zullen blijven bepalen. De parlementariërs leken zich daarvan ineens bewust. Het woord is sleets geworden, maar mag in dit geval met recht worden gebruikt: het was mede om die reden een `historisch' debat dat de Tweede Kamer tot na middernacht voerde.